Proef 'toeritdosering' snelweg lijkt geslaagd

DEN HAAG, 23 aug. Een verkeerslicht op een oprit naar een autoweg leidt tot een soepeler verkeersafwikkeling. Dat is althans de conclusie die getrokken kan worden uit een proef die bij de Coentunnel in Amsterdam is genomen.

Het systeem wordt 'toeritdosering' genoemd. Een tweede proef daarmee wordt sinds november vorig jaar op de Kruithuisweg bij Delft in de richting van de A4 genomen. Het is de bedoeling van het ministerie van verkeer dat in 1992 de belangrijkste knelpunten op de hoofdwegen in de Randstad met toeritdosering zijn uitgerust. Het verkeerslicht op de oprit, ook aangeduid met doseerlicht, springt telkens voor een auto die wil invoegen op groen. Hoe snel dit gebeurt, hangt af van de drukte en de rijsnelheid van dat moment op de hoofdweg. Hoe drukker het daar is, hoe langer de auto bij het doseerlicht moet wachten, maximaal 10 a 12 seconden.

Op de A10 bij de Coentunnel is de proef geslaagd, vindt Rijkswaterstaat. Sinds op de oprit bij de Hemhavens een doseerlicht is geplaatst, is de gemiddelde snelheid bij de tunnel en op de verdere rondweg toegenomen van 20 a 25 kilometer naar 50 a 60. In de spits weken na plaatsing van het verkeerslicht 400 van de 1.100 automobilisten naar een van de drie andere opritten in de omgeving uit. Daar werd het dus drukker, maar het totaalbeeld op de weg werd gelijkmatiger. De reistijd vanaf de opritten tot voorbij de tunnel nam met 15 procent af, hoewel de files op de A10 (gemiddeld 4 kilometer) niet korter werden. Ook het aantal auto's dat van de Coentunnel gebruik maakt, veranderde niet: 12.000 auto's tussen vier en zeven uur in zuid-noordrichting.

Eind dit jaar worden de resultaten van de proef in Delft verwacht. Daarna zal worden bepaald waar nog meer toeritdosering kan worden ingevoerd.