Pakistaans leger voor de VS waardevol in strijd tegen Irak

NEW DELHI, 23 aug. De Pakistaanse interim-regering van G. M. Jatoi heeft in principe besloten 5.000 militairen te sturen naar de Golf om het militaire front tegen Irak te versterken. De Amerikanen zijn verheugd over de komst van de Pakistanen, die veel ervaring hebben in het Midden-Oosten. Ook de regering van Bangladesh is op het verzoek van de Saoedische regering ingegaan en stuurt 1.200 troepen. In beide islamitische landen is een speciale Saoedische afgezant op bezoek geweest om de regeringen over te halen troepen te sturen om op die manier de afhankelijkheid van een Westerse militaire bescherming te verminderen. In tegenstelling tot Bangladesh heeft ondersteuning door Pakistan meer dan een symbolische betekenis. Al jarenlang verzorgt het Pakistaanse leger in verscheidene Golfstaten opleidingsprogramma's en stelt de regering zo mogelijk gevechtseenheden ter beschikking.

Aan de bloedige verdrijving van Palestijnse militanten uit Jordanie in de 'zwarte september' van 1970 nam ook ook een contigent van het Pakistaanse leger deel, dat onder commando van de latere president Zia Ul Haq stond. In Saoedi-Arabie bevinden zich Pakistaanse adviseurs en militairen, die naar verluidt deelnemen aan de koninklijke paleiswacht en als piloten voor de Saoedische F-16 gevechtsvliegtuigen dienen. Pakistan beschikt daarom over een goede territoriale kennis van het Arabische schiereiland en kan in geval van een woestijnoorlog een waardevolle bijdrage leveren in de strijd tegen Irak. De Amerikanen ontvangen de Pakistaanse troepen met open armen.

Er zijn grote overeenkomsten tussen Amerikanen, Pakistanen en Saoediers wat betreft wapensystemen en regionale strategie, hetgeen de militaire coordinatie zal vergemakkelijken. In geval van nood kan de Amerikaanse luchtmacht bases in het zuidwesten van Pakistan gebruiken. Hetzelfde geldt voor de marine, die eventueel de haven van Pasni kan binnenvaren, volgens waarnemers door Pakistan toegankelijk gemaakt voor kernonderzeeers.

Het nieuwe conflict in de Golf betekent voor Pakistan en vooral voor zijn sterke leger dat het opnieuw een belangrijke rol in de regio kan gaan spelen. Door de terugtrekking van de Sovjet-troepen uit Afghanistan en het beeindigen van de koude oorlog viel er voor Pakistan nog maar weinig militaire eer te behalen. De val van de Sjah van Perzie, eind jaren zeventig en de oorlog in Afghanistan hadden Pakistan een sterke 'westaziatische' orientatie gegeven.

De politieke instabiliteit in Pakistan premier Benazir Bhutto werd begin deze maand door de president ontslagen wegens vermeende corruptie is een probleem voor het vervullen van een militaire hoofdrol. Toch was het niet moeilijk voor de interim-regering het besluit tot het sturen van troepen naar de Golf gedaan te krijgen. Waarnemend premier Jatoi dankt zijn mandaat in grote mate aan de eenheid in de strijdkrachten. In het kabinet zitten ook moslimpartijen, die zich meer tot het traditionele Saoedische koninkrijk voelen aangetrokken dan tot het seculier-socialistische Ba'ath-regime in Irak.

Bovendien speelt de rivaliteit met India op de achtergrond. India heeft altijd nauwe betrekkingen gehad met Irak. Op de conferentie van islamitische staten, onlangs in Kairo, was Irak het enige Arabische land dat India steunde in zijn conflict met Pakistan om Kashmir.

Ondanks de duidelijke stellingname tegen Irak, zal Islamabad blij zijn indien het zijn bereidheid troepen te sturen niet meteen in daden hoeft om te zetten. Het anti-amerikanisme dat in een deel van de Arabische wereld heerst, is in Pakistan eveneens latent aanwezig en Benazir Bhutto zal daarvan in de campagnes voor de verkiezingen in oktober zeker gebruik maken.