Koning Hussein vindt de toestand deprimerend

AMMAN, 23 aug. Koning Hussein blijft bewegen, om niet geraakt te worden. Zijn minister van energie kondigde gisteren aan dat Jordanie volgende maand de helft van zijn olie uit Saoedi-Arabie gaat betrekken en dat het nog niet duidelijk is of men ook doorgaat met het invoeren van olie uit Irak, dat tot dusver in meer dan 90 procent van de behoefte van het land voorzag. Dit is de duidelijkste stap die Jordanie tot nu toe heeft genomen in de richting van een economische boycot van Irak. Op een inderhaast bijeengeroepen persconferentie zei de koning echter dat hij de details van de olie-overeenkomst niet kende en kondigde hij een vredesmissie aan die hem in de komende dagen langs verscheidene, nog Arabische hoofdsteden zal voeren, waaronder misschien ook Bagdad. Vanochtend vertrok hij naar Jemen.

De bijeenkomst in het koninklijk paleis was de eerste keer dat de koning in het openbaar verscheen sinds zijn terugkeer, vorige week vrijdag, uit de Verenigde Staten. De kille ontvangst die hem daar door president Bush werd bereid, moet hem duidelijk hebben gemaakt dat de Amerikanen hoe dan ook een keuze van hem verwachten. Maar een keuze verwacht ook zijn eigen bevolking, die in meerderheid grote sympathie voor de Iraakse leider Saddam Hussein lijkt te koesteren. En ook de machtige buurman zelf, met wie het Jordaanse staatshoofd de laatste jaren steeds nauwere banden heeft gesmeed, zal verlangen dat de koning hem nu niet laat vallen.

Onzekerheid

Geen wonder dat de vorst de huidige situatie gisteren als 'deprimerend en beangstigend' omschreef. 'Jordanie bevindt zich in een zeer, zeer moeilijke situatie', zei hij somber. 'In tegenstelling tot wat men hier en daar denkt, is echter de overeenstemming tussen volk en regering nog nooit zo groot geweest. ' Verwijzend naar de talrijke pro-Iraakse demonstraties in zijn land, zei hij dat 'mensen op verschillende posities zich nu eenmaal verschillend uitdrukken.'

Onzekerheid over zijn eigen positie sprak nochtans uit de opmerking dat hij nimmer 'een last voor mijn land' zou willen zijn, maar ook zijn eigen 'principes en overtuigingen' onder geen voorwaarde zou laten varen. Wat die principes en overtuigingen precies inhouden, afgezien van een gezonde wil om zijn mini-staatje de crisis te laten overleven, maakte koning Hussein echter ook gisteren niet duidelijk. Hij zei dat hij uit zijn gesprekken met Bush en Saddam Hussein de indruk had gekregen dat beide leiders een oorlog trachten te vermijden. De schuld voor de escalatie van het conflict legde hij bij Arabische landen die tijdens gemeenschappelijk overleg 'emotionele standpunten' hadden ingenomen. Daarbij zou men kunnen denken aan Saoedi-Arabie, dat immers uit angst voor een Iraakse inval akkoord is gegaan met de stationering van Amerikaanse troepen. Koning Hussein excuseerde zijn zuiderburen echter weer enigszins door te suggereren dat ze door de Amerikanen waren misleid. 'Ik geloof niet dat er (Iraakse) troepenconcentraties waren aan de Saoedische grens. Ik denk dat de Saoedische leiders en wellicht ook anderen verkeerde informatie hebben gekregen.'

Olieleverancier

De koning kon moeilijk anders dan zijn collega Fahd dit excuus verschaffen, nu Saoedi-Arabie bereid is op te treden als nieuwe olieleverancier. Jordanie is al begonnen met het beperken van de energieconsumptie, maar had tot dusver iets meer dan 2 miljoen vaten per maand nodig, waarvan 90 procent in tankwagens uit Irak werd aangevoerd. Een grote financiele klap betekent het wegvallen van de leveringen aan Jordanie voor Irak overigens niet. Een flink deel van de olie diende als terugbetaling in natura voor leningen en diensten die Jordanie tijdens de oorlog tussen Irak en Iran heeft verstrekt. Niettemin tekent het gebaar een zekere verwijdering tussen Bagdad en Amman. Een verwijdering die koning Hussein tot dusver had weten te voorkomen door de veelbesproken 'levenslijn' van Irak via de haven van Aqaba niet af te sluiten. De koning heeft daarmee gewacht tot het probleem zich vanzelf oploste: door de Amerikaanse blokkade van de Rode Zee zijn er nauwelijks nog schepen met vracht voor Irak die Aqaba weten te bereiken. Jordanie zal bovendien de komende dagen nog meer beslissingen moeten nemen. Sluit het bij voorbeeld morgen zijn ambassade in Koeweit, zoals Irak heeft geeist, terwijl zich nog tienduizenden Jordaniers in dat land bevinden? Een woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken in Amman kon op die vraag vanochtend nog geen antwoord geven. Ook de omstandigheid dat koning Hussein gisteren nog niet kon zeggen of hij bij zijn beoogde vredesmissie welkom zou zijn in Bagdad en de Iraakse weigering om in te gaan op een Jordaans verzoek om inperking van de vluchtelingenstroom naar dat land, zouden erop kunnen wijzen dat de verhoudingen al enigszins zijn bekoeld. Het is dan ook maar de vraag of de in het nauw gebrachte heerser over 3 miljoen Jordaniers nog wel over voldoende vertrouwen en geloofwaardigheid beschikt om een bemiddelende rol te kunnen spelen tussen de Verenigde Staten, Irak en de andere Arabische landen. Alle problemen zijn voor een groot deel te wijten aan misverstanden, veroorzaakt door de media, zo trachtte hij alle betrokken partijen uiteindelijk vrij te pleiten. Er is volgens koning Hussein een wereldwijde campagne geweest om het imago van Irak te beschadigen, uit angst voor de opkomst van deze nieuwe Arabische mogendheid. 'De zionistische beweging heeft nu eenmaal een enorme invloed in de wereld, vooral op de media in bepaalde streken', legde hij uit.