Italianen onthand in 't fiets-onvriendelijke Japan

UTSUNOMIYA, 23 aug. Morgen al komen de Italiaanse wielerprofs aan in het Japanse Utsunomiya, waar op 2 september het wereldkampioenschap op de weg wordt afgewerkt. De Azzurri, als altijd strevend naar perfectie, hebben berekend dat een periode van acht dagen voldoende is om de jetlag in het land van de rijzende zon is het zeven uur later goed te boven te komen. Toch zullen Gianni Bugno, Claudio Chiappucci en de tien andere Italianen vol twijfels voet zetten op Japanse bodem.

Want de twaalf renners weten inmiddels dat hen een hoop ellende te wachten staat. Via de nationale amateurselectie van hun land, die al in Utsunomiya vertoeft, hebben ze vernomen dat ze gezien de verkeerschaos in en in de verre omtrek van de 100 kilometer ten noorden van Tokio gelegen stad niet aan een behoorlijke training zullen toekomen. De arts Burziromano van de Italiaanse tijdrijders zag dat probleem al met eigen ogen. 'Wie zich met een rijwiel op deze smalle, bochtige wegen begeeft, loopt sowieso groot gevaar', zegt hij, 'zeker aangezien men hier ook nog eens links rijdt.' Bijzonder hinderlijk is volgens Burziromano voorts de onophoudelijke reeks stoplichten, die de fietsers in tegenstelling tot in Amsterdam niet ongestraft kunnen negeren. 'Het is echt hopeloos', aldus de arts, die dan ook ernstige kritiek heeft op Alfredo Martini, de keuzeheer van de profs, en de voorzitter van de Italiaanse technische commissie, het duo, dat Japan aan het begin van dit jaar heeft bezocht. Burziromano: 'Die twee berichtten keurig over de gevolgen van de jetlag en ze gaven een uitgebreid beeld van de aard van het parcours. Maar die hele massa auto's zagen ze over het hoofd. Ik kan dat niet anders omschrijven dan als een blunder.' De Italianen proberen intussen te redden wat er nog te redden valt. Elke dag trekken de amateurs er op uit om te speuren naar rustiger straten, maar dat is in Japan zoiets als het zoeken naar een speld in een hooiberg. Burziromano: 'Het ziet er inderdaad slecht uit. En zonder aanvaardbare training kunnen we al onze mooie WK-plannen natuurlijk wel begraven.'

De concurrentie zal in zijn vuistje lachen om deze verkeerde planning van de Azzurri, van wie Bugno en Chiappucci toch tot de favorieten van de strijd om de regenboogtrui behoren.

Verkeersproblemen

De Franse profselectie, bijvoorbeeld, was kennelijk beter op de hoogte van de verkeersproblemen in Japan. Zij was daarom van oordeel dat een lang verblijf vooraf in het verre oosten, waar de internationale vraag om een gesloten oefencircuit werd afgewezen, geheel zinloos is. De groep vertrekt pas in de middag van 30 augustus richting Tokio, na 's ochtends nog een laatste rit te hebben gemaakt in de buurt van de luchthaven Charles de Gaulle. Ze reist direct en businessclass, hetgeen in totaal vier keer duurder is dan een normale vlucht. Volgens Lucien Bailly, met Bernard Hinault verantwoordelijk voor de samenstelling van het Franse team, is dat de enige manier om succes te hebben.

Over de medische gevolgen heeft Bailly zijn oor te luister gelegd bij Tourarts Porte en de Zwitserse expert Paul Kochli. Bailly: 'Beiden zeggen dat de renners, in verband met het te overwinnen tijdsverschil, het beste twaalf dagen voor het WK in Japan zouden kunnen aankomen. Maar dat is in de praktijk nutteloos, omdat er niet kan worden getraind. Niet alleen wegens de chaos op de wegen, ook door de tropische orkanen die zelfs de Japanse wolkenkrabbers 's zomers doen trillen. Ik denk dat ons reisplan realistisch is: de renners komen weliswaar vermoeid aan de start, maar ze hebben wel voldoende kilometers in de benen.' Charly Mottet sputterde als enige Franse prof tegen. De kopman van RMO, afgelopen zondag winnaar van het Kampioenschap van Zurich, had liever een lange WK-aanloop genomen in Japan. Mottet: 'Ik herinner me dat ik in 1986 aan een criterium in Tokio meedeed. Drie dagen tevoren was ik, net als Moser, Vanderaerden, Vandenbroucke en Bontempi, aangekomen. Blijkbaar waren we door de reis lang niet in goede doen, want de onbekende Jappanners reden ons compleet naar huis. Van de andere kant, van training vooraf aan die wedstrijd kwam niets terecht. Ik ben tijdens zo'n rit zelfs afgestapt en met de metro naar mijn hotel gegaan, omdat het hele verkeer stil stond.'

Opdonder

De Nederlandse profs landen volgende week zaterdagmorgen (7.30 uur Japanse tijd), een etmaal voor de titelstrijd, in Tokio. De jonge chef d'equipe Pascal Kolkhuis Talke had aanvankelijk geregeld dat het oranje twaalftal al de zesentwintigste augustus zou vertrekken, dezelfde dag als de Belgen. Maar Kolkhuis stuitte op bezwaren van de ploegleiders. Ex-sprinter Theo Smit, als keirinrijder een regelmatig bezoeker van Japan, meent dat het uitstel een heel goede zaak is. 'Want na twee drie dagen', legt hij uit, 'krijg je een opdonder, die je zo maar niet te boven bent. Het wordt dus niks met die Belgen. De Hollanders kunnen die ram nog net voor zijn.' Maar aan de late reis naar Japan is wel een risico verbonden. Heeft het toestel vertraging, dan kan alles in het honderd lopen. Dat laatste geldt ook voor Greg LeMond en zelfs in ernstigere mate. De Amerikaanse Tourwinnaar, die zijn wereldtitel verdedigt, strijkt pas zaterdagmiddag in Tokio neer en verhuist vervolgens meteen per gehuurde helicopter naar Utsunomiya. De woorden jetlag en overbelasting komen niet in zijn woordenschat voor. Want hij is Amerikaan; in dit opzicht lijkt hij op zijn landgenoot, de schaatser Eric Flaim. Twee jaar geleden arriveerde Flaim op vrijdagmiddag uit de VS in West-Berlijn voor World-Cupwedstrijden. 'Dat wordt dus niets met die Flaim', zeiden de insiders, maar op zaterdag en zondag hakte hij iedereen genadeloos in de pan, inclusief de op en top voorbereide Nederlanders.