Handelaren op Damrak kunnen met Golf-crisis niet uit devoeten

AMSTERDAM, 23 aug. Vanochtend was het weer gedaan met de kortstondige opleving die de beurskoersen gisteren doormaakten. Woensdag waren de aandelenkoersen voor het eerst sinds dagen weer eens vriendelijk gestemd, zoals dat in beursterminologie heet. Maar de CBS koersindex, als gewogen gemiddelde van alle beurskoersen een redelijke indicator, kwam nauwelijks van zijn plaats.

De koersen mogen zo nu en dan wel aantrekken, een vriendelijke stemming onder beurshandelaren, -deskundigen en beleggers is vooralsnog afwezig. Van paniek mag sinds Irak besloot een einde te maken aan het bestaan van Koeweit dan geen sprake zijn, de aanhoudende stroom van verkopende beleggers die sindsdien de markt benut, heeft de koersen in een groot aantal gevallen doen kelderen tot de laagste niveaus van dit jaar.

Dat zijn geen leuke dingen voor beleggers, die nog steeds druk in de weer zijn hun traumatische ervaringen van de crash van 1987 en de crashette van oktober vorig jaar te verwerken. En hoewel de klappen nu gespreider, over een langere periode aankomen, worden hier en daar toch weer vergelijkingen gemaakt met beide koersdrama's. Zo zijn de koersen in New York sinds begin deze maand grofweg 15 procent gedaald, in Londen 10 procent en in Tokio maar liefst 22 procent. Daar steekt Amsterdam, het grootste der kleine internationale financiele centra op het Europese vasteland, met een daling van 9,5 procent op het eerste gezicht nog aardig bij af. Maar zoals vaker het geval is, kunnen cijfers een hoop leed verbergen. De CBS koersindex is een gewogen gemiddelde en die weging gebeurt aan de hand van de totale waarde van een bepaald beursfonds ten opzichte van de totale waarde van alle aandelen die op de beurs staan genoteerd. Dat betekent dat Koninklijke Olie, goed voor ongeveer een derde van de totale aandelenwaarde op de Amsterdamse beurs, een zwaar stempel op de koersindex drukt. En Koninklijke Olie, met al zijn olievoorraden die door een crisis alleen maar meer waard worden, is sinds het begin van deze maand aanmerkelijk minder in koers gedaald dan de rest van de fondsen. Laten we de Olies buiten beschouwing, dan zijn de koersen de afgelopen weken met zo'n 18 procent gedaald.

Anders dan bij een crash ging de koersval dit maal niet gepaard met grote omzetten op de beurs. De dalingen werden dan ook niet zozeer veroorzaakt door een overweldigende hoeveelheid verkopers op de markt alswel door een groot gebrek aan kopers. De kortstondige oplevingen van de markt, zoals gisteren, worden eveneens van aanbodzijde verklaard. 'De verkopers zijn aan het einde van hun latijn', aldus een beurshandelaar gisteren. 'Een technisch herstel' wordt zoiets ook wel genoemd.

De grote vraag is natuurlijk wat de markt de komende dagen zal gaan doen. Daar hebben specialisten op en rond de beurs het moeilijk mee. Hoewel het voorspellen van de invloed van de dollar, het Amerikaanse handelstekort, de inflatie en de rente in praktijk al een hachelijke zaak blijkt, is dit zelden een reden tot overmatige terughoudendheid bij de deskundigen. Maar de dreiging van een oorlog in het economisch belangrijke Golfgebied is duidelijk van een andere orde en de beursanalisten of zij hun wijsheid nu vergaren uit ingewikkeld ogende grafieken of diepgaande studie van bedrijfsgegevens klagen dan ook dat zij met dit soort politieke gebeurtenissen niet goed uit de voeten kunnen.

Niettemin wordt er vrij algemeen rekening mee gehouden dat bij het uitbreken van een gewapend conflict de koersen met gemiddeld zo'n tien procent kunnen dalen. Komt er een oplossing van het conflict op de beursvloer denkt men hierbij al snel in termen van het radicaal uitschakelen van Hussein dan wordt een kortstondige opleving verwacht.

Vooralsnog overheerst de angst voor de neerwaartse beweging. Dat verklaart ook waarom de grotere institutionele beleggers en zeker de individuele belegger zich tot nu toe zorgvuldig hebben onthouden van koopjesjacht. Zij die zo onverstandig waren dit niet te doen hebben het de afgelopen dagen nog lelijk voor de kiezen gekregen, zo luidt de redenering.

Met de daling van de koersen is het rendement van aandelen in principe aantrekkelijker geworden. Maar dat is alleen het geval als de te verwachten dividenden op gelijk niveau blijven en dat is onder de huidige omstandigheden sterk de vraag. Onaangename verrassingen als bij KLM en gisteren nog bij Nationale Nederlanden en DAF hebben het vertrouwen in de winstuitkeringen bovendien bepaald niet gesterkt.

Niettemin beginnen hier en daar voorzichtige geluiden door te klinken dat de aandelenmarkt weer aantrekkelijk wordt. Bij het commissionairshuis Barclays De Zoete Wedd Nederland bijvoorbeeld vindt men dat de koersdalingen scherp genoeg zijn geweest. Nadelige factoren als aantrekkende inflatie, hoge rente, tegenvallende economische ontwikkelingen in de Verenigde Staten en oplopende kosten van de Duitse eenwording zijn nu wel in koersen verdisconteerd. Dat alles echter onder het voorbehoud dat een mogelijke oorlog de olieprijs niet aanhoudend boven de dertig dollar per vat stuwt.

De markt wacht vooralsnog angstig af en duurzaam herstel van de koersen lijkt ver te zoeken. Behalve voor beleggers die bij gebrek aan alternatieven veelal wordt geadviseerd hun geld voorlopig even op een bankrekening vast te zetten zijn het de beursgenoteerde bedrijven die onder de huidige koersniveaus zuchten. Bij de huidige lage koersen is het aantrekken van nieuw eigen vermogen door de uitgifte van aandelen nauwelijks aantrekkelijk.

Voor KLM bijvoorbeeld moet dat naast alle overige problemen een netelige kwestie vormen. Vorig jaar kondigde de luchtvaartmaatschappij een investeringsprogramma aan waarvoor in vijf jaar ongeveer 5 miljard gulden aan externe gelden moet worden aangetrokken. Toen werd nog rond 50 gulden neergeteld voor een aandeel, dat nu voor praktisch de helft van deze prijs van de hand gaat. Problemen ook bij bedrijven die overnemingen deels in eigen aandelen willen financieren. Zo zal de Koninklijke Sphinx, dat een begerig oog heeft laten vallen op Mosa, door de koersdaling zijn plannen nog wel eens gedwarsboomd zien, aldus de verwachting van analisten.

Van een andere orde is het probleem van uitgever Elsevier, dat zijn belang van een derde in Wolters Kluwer van de hand wil doen. Sinds de aankondiging van de verkoop, is het aandeel Wolters Kluwer met een koers van rond de 46 gulden ongeveer 7 gulden minder waard geworden. Navraag leert dan ook dat Elsevier met de verkoop wacht tot de omstandigheden gunstiger zijn geworden.

Onder de koersdalingen zucht eveneens de Nederlandse Staat. Nog steeds in portefeuille zit de derde tranche van de aandelen DSM en de tweede van de NMB Postbank. En met een koersniveau ruim onder de introductiekoersen van het afgelopen jaar heeft het tafelzilver onder de staatsbezittingen wat aan glans verloren en zal er worden gewacht met het op de markt brengen van de restanten. Behalve bedrijven en beleggers zijn natuurlijk de beurshandelaren banken, hoeklieden en commissionairs het slachtoffer van de slippende koersen. In de halfjaarresultaten van banken is al terug te zien dat de provisie op effecten sterk is teruggelopen in vergelijking met het vorige jaar. Dat zal voor de overige handelaren niet anders zijn.

De onberekenbare markt heeft als gevolg dat de handelaren, net als beleggers, zoveel mogelijk hun risico beperken. Ieder aanbod wordt pas tegen een lage koers uit de markt genomen. Dat is tevens een verklaring waarom de markt met procenten tegelijk naar beneden gaat.