Engel

Er verschijnen honderden nieuwe kookboeken per jaar in Nederland. Daarnaast bloeit er juist in kookboeken ook een kolossale ramsj-sector. (Als er maar foto's van eten in staan verkoopt het.) Dan heb je buitenlandse kookboeken, en een overdonderend aanbod aan recepten in tijdschriften, plus de krant en de tv. De stroom van tienduizenden, honderdduizenden recepten staat in geen enkele verhouding tot het aantal maaltijden dat een mens zou kunnen nuttigen en bereiden. Wie ze koopt, leest en kookt is een raadsel.

In de jaren zestig is het allemaal begonnen. Natuurlijk waren er voordien ook recepten. Moeders en grootmoeders hadden de huishoudschoolkookboeken, het Haagse, het Amsterdamse, of de zuinige Wittop Koning. Dames als Lileth, Riek Lotgering Hillebrand, bestonden al. Werumeus Bunings boeken, meer voor de intellectuelen, waren nog te koop. Maar in de jaren zestig begon de stroom zo aan te zwellen dat een marxist (die had je toen nog) zou hebben kunnen spreken van een omslag van de kwantiteit in de kwaliteit. De zaak ontaardde.

Vrijwel alle bestanddelen van de vloedgolf aan recepten van onze tijd doken op in de jaren zestig, toen de zorg of iedereen wel genoeg te eten kreeg, definitief was overwonnen. Alternatief koken, authentiek koken, deftig koken, de lijn, buitenlands, Oma's pudding wie in kookboeken en damesbladen uit die tijd bladert ziet dat er sindsdien helemaal niet zo veel is veranderd. En dat was allemaal nog voordat de Nouvelle Cuisine losbarstte, begin jaren zeventig. Je krijgt zelfs de indruk dat de voornaamste invloed daarvan is geweest de nadruk op de 'presentatie', de sierlijke bordjes die zo'n dankbaar object vormen voor de, sindsdien omhooggeschoten, voedselfotografie.

In de jaren zestig al wisten cynici te vertellen dat de huisvrouw, hoewel dol op recepten, met diezelfde recepten zelden of nooit iets deed. Het was gewoon fijn voor haar om ze te lezen en zich voor te stellen dat zij ze zou kunnen maken. Hoe veel meer moet dat nu gelden - het gemiddelde aantal recepten dat gekookt wordt uit elk verkochte kookboek kan moeilijk boven de een liggen.

Waarom koopt iemand kookboeken? Bijvoorbeeld omdat het een schijnbaar nuttige besteding is. Een roman is om te lezen en lezen is niksen; koken moet iedere dag, het is werk. Een goed excuus om een glimmend boek te kopen.

Een andere reden die je wel eens hoort aanvoeren is, dat steeds minder mensen kunnen koken. Ze hebben recepten nodig omdat ze niets meer in hun vingers hebben - de moderne mensheid valt in twee groepen uiteen, zij die kaassaus in een zakje kopen, en zij die een recept opzoeken. Zij die de gehaktkruiden van de slager nemen, en zij die Honderd gehaktvariaties opslaan. Wie bakt een taart of vult courgettes uit zijn hoofd? Dan heb je de kwestie van de ostentatieve consumptie oftewel, de opschepperij. In tijden van weelde mag aan tafel over eten gepraat worden en zodra dat is toegestaan, kan de kok of gastheer flink gaan uitpakken. Al zijn smaak, zijn behendigheid of zijn rijkdom spreidt hij ten toon - maar natuurlijk niet zonder recepten.

Er is nog een reden waarom de mensen steeds meer kookboeken kopen, misschien de meest historisch verantwoorde. Kookboeken zijn surrogaatvoedsel voor verzadigde veelvraten. Een 19de-eeuwse socioloog, Ernst Engel, heeft opgemerkt dat mensen naarmate zij rijker zijn, een kleiner deel van hun geld aan voedsel uitgeven. Men noemt dit de wet van Engel. Een arbeider in 1850 had bijna driekwart van zijn loon nodig om zichzelf en zijn gezin te voeden. In 1900 was het de helft, en een werknemer in 1990 besteedt nog maar een vijfde van zijn inkomen aan eten. Meer gaat er gewoon niet in, ook al is het voedsel veel lekkerder en gevarieerder dan toen.

Maar eten is fijn, en er is zo veel van: zou het dan ook een steeds kleinere rol in het leven moeten gaan spelen? Hier gaat de verwende westerling lijken op de ouderwetse hongerlijder. Wie niet (meer) eten kan, gaat dromen over voedsel; denken, lezen, praten over kostelijke spijzen. En met al die dure kookboeken lukt het dan misschien toch, de Engeltrend tot staan te brengen.