Dure olie drukt investeringen sterk

DEN HAAG, 23 aug. De Nederlandse economie loopt volgend jaar een forse deuk op als de olieprijzen op het huidige niveau blijven. De investeringen zullen dalen en de groei van het nationaal inkomen blijft bijna een procentpunt achter bij de tot dusver geraamde 2,6 procent.

Dit blijkt uit interne berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB). Het hanteert hierin een olieprijs van 30 dollar per vat in 1991, in plaats van de nu nog veronderstelde 22 dollar.

Het achterblijven van investeringen en consumptie en het ruilvoetverlies (de verhouding tussen export- en importprijzen) resulteren in een verlaging van de binnenlandse vraag in de industrielanden van ruim 1 procent in 1991. De voor de Nederlandse economie belangrijke wereldhandel (exclusief olie en olieprodukten) blijft in deze variant 1 procentpunt achter bij de eerder geraamde stijging.

Het CPB spreekt van een 'sterk negatief' effect op de Nederlandse economie. De inflatie neemt met 0,8 procentpunt toe tot 3,3 procent. De exportgroei blijft 1,4 procentpunt achter bij de eerder geraamde 5,6 procent. De particuliere consumptie groeit nog maar met anderhalf procent in plaats van 2,6 procent. Dit is een gevolg van afgenomen consumentenvertrouwen, verslechtering van de koopkracht minima en modaal gaan er netto op achteruit en beperking van de werkgelegenheidsgroei

Het investeringsvolume (exclusief woningen) daalt met 2,1 procent, in plaats van de eerder geraamde volumestijging van 3,5 procent. De daling is een gevolg van afgenomen bestedingen, lagere export, hogere rente, daling van rendementen en de toegenomen onzekerheid.

Voor het financieringstekort verwacht het CPB in 1991 een gunstig effect van 0,3 procentpunt: het netto-effect van toegenomen gasbaten en achterblijven van belastinginkomsten. De belasting- en premiedruk (als percentage van het nationaal inkomen) stijgen licht, omdat de groei van het nationaal inkomen achterblijft.