DEENSE DEBUTANTE JONGLEERT KNAP MET SLAPSTICK EN TRAGEDIE; Een verregende tam-tam als souvenir

Het eerste half uur belooft Coeurs flambes, het regiedebuut uit 1986 van de Deense cabaretiere Helle Ryslinge, weinig goeds. De verpleegster Henriette, bijgenaamd Henry, zingt op een ziekenhuisfeestje, waar alle gasten laveloos worden, een scabreus liedje, verkleed als naar een rijke arts verlangende sekspoes. Van dit burleske begin schakelt de film over naar een andere versnelling, te weten de cliche's van Medisch Centrum West of willekeurig welke 'soap opera': dokter L(o/)we heeft begrepen dat zuster Henriette een karikatuur presenteerde van haar heimelijke wensen en nodigt haar na wat billenknijperij uit om hem te vergezellen naar een congres in Nairobi. Dat wordt stoeien en brullen tot afgunst van de andere zusters. Alleen Henriettes huisgenoot Bent, een homoseksuele verpleegkundige, blijft onverschillig over haar vangst, omdat hij het te druk heeft met de toevallige passanten in zijn deel van de etagewoning.

Langzaam begint de charme van Ryslinges stijl te dagen. Ze bedient zich van een groteske stijl, die slapstick, melodrama en het intrappen van open deuren niet uit de weg gaat, om toch vooral niet tragisch te willen lijken. Want feitelijk is het een treurig verhaal over een vrouw aan de verkeerde kant van de dertig die zo verschrikkelijk graag een gezin zou willen stichten, maar niet weet hoe ze dat aan moet pakken in een tijd en een milieu waar onafhankelijkheid en individualisme voor het hoogste goed doorgaan. Haar timide broer weet ze goed te coachen, nadat hij op een contactadvertentie heeft gereageerd, maar zelf heeft ze een talent om op de verkeerde mannen te vallen: een in zichzelf gekeerde saxofonist, die op een dag sigaretten ging halen en niet meer terugkwam; een ambitieloze lijstenmaker met palestinasjaal, die alles om het even is; en dan nu die narcistische, swingende vijftiger met geld, goede smaak en een passie voor het bereiden van geflambeerde reerug, wiens 'joie de vivre' weinig ruimte laat voor interesse in een ander. Hun gezamenlijke thuiskomst uit Afrika, met een verregende tam-tam als souvenir, is een knap gefilmd vignet van de uitzichtloosheid van die relatie, slechts gebaseerd op wat de buitenwereld wel niet zal denken van beider succes in het veroveren van een begeerde partner.

De kwaliteit van Coeurs flambes ligt niet zo zeer in wat Ryslinge wil vertellen als wel in de manier waarop ze dat doet. Het is een raak portret van Kopenhagen, een gemoedelijke wereldstad, waar een zekere mate van verval en marginaliteit gekoesterd worden als noodzakelijk tegenwicht van welvaart en materialisme. Herhaaldelijk richt de camera zich op zorgvuldig geregisseerde figuranten: oude mensen, allochtonen, zwervers. Het uit containers vissen van nog bruikbaar afval loopt als een rode draad door de film, een duidelijke beeldspraak dat wat de een afdankt een ander in verrukking kan brengen. Een stervende patient, die de wanhoop van de verpleegster herkent en haar als medemens accepteert en inspireert, doet dienst als troostende held. Zijn dood en de daardoor op gang komende revolutie in Henriettes hoofd, zijn een andere verschijningsvorm van de recycling-metafoor.

De steeds terugkerende burleske elementen zijn wat minder evenwichtig geintegreerd in Ryslinges moderne sprookje, dat ontroerend naief eindigt met de boodschap dat op elk potje een dekseltje past. Maar slechts een doorgewinterde cynicus zal siberisch kunnen blijven onder zo'n weer net buiten de oevers van het realisme tredende happy ending.

Het jongleren met realiteit en karikatuur, met tragedie en komedie, met zelfbeklag en relativering doet Helle Ryslinge kennen als een voor een debutante buitengewoon beheerst en rijp filmmaakster. Haar bijdragen aan films beperkten zich tot nu toe tot het schrijven van de muziek voor een aantal produkties en het spelen van een rol in een film als de helft van een damesduo, dat in Kopenhagen ook in het theater succes had onder de naam 'De gloeiend hete kurketrekker'. Ze had het scenario van Coeurs flambes ook geschreven met de intentie zelf de hoofdrol te spelen, maar liet zich door producent Per Holst (Oscarwinnaar voor Pelle de Veroveraar) overreden om de eveneens in film debuterende toneelactrice Kirsten Lehfeldt die eer te laten. Lehfeldt is een voorname attractie, die de wisselende stemmingen en de tere balans van de film zeer goed aanvoelt, maar af en toe iets te veel overhelt naar het theatrale en het kunstmatige. Wie daar allergisch voor is, zal de toon van de film toch al niet kunnen waarderen.

De recente successen van de Deense filmindustrie, twee jaar achter elkaar bekroond met een Oscar voor de beste niet-engelstalige film, stemmen afgunstig. Het taalgebied is nog kleiner dan het Nederlandse en de dramatische stof lijkt er evenmin voor het oprapen te liggen. De relatieproblemen in Coeurs Flambes mogen op zichzelf niet zo vreselijk interessant zijn inhoudelijk herinneren ze aan Nederlandse speelfilms uit de jaren zeventig als Blindgangers of Een vrouw als Eva , maar de film onderscheidt zich door de anti-realistische benadering van alledaagse beslommeringen. Technisch en budgettair zou zo'n film in Nederland geen enkel probleem vormen, maar stilistisch zie ik in ons land niet zo snel iemand dit niemandsland tussen kunstzinnig experiment en zogenaamde publieksfilm betreden. Mogen Nederlandse producenten en subsidienten er notitie van nemen dat Flamberede hjerter in Denemarken ook een groot commercieel succes was.