d'Ancona (WVC) in brief aan Kamer: Verdeling taken in beleidbeeldende kunst noodzakelijk

DEN HAAG, 23 aug. De beeldende kunsten kunnen beter gesteund worden, wanneer het ministerie van WVC en de 'lagere overheden' het eens worden over een nieuwetaakverdeling.

Dat schrijft minister d'Ancona van WVC vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. Na opheffing van de zogeheten BKR-regeling werden in 1988 bedragen van 20 en 15 miljoen gulden 'overgeheveld' naar respectievelijk de provincies en de vier grote steden. Volgens de minister werd dat geld gewoonlijk verdeeld volgens dezelfde criteria die het ministerie van WVC hanteert.

De minister vindt nu dat de lagere overheden niet langer geld moeten uitgeven aan directe uitkeringen aan kunstenaars, maar zich moeten toeleggen op 'spreiding' en 'afname' van kunst, onder meer door het bevorderen van kunstaankoop, het verstrekken van opdrachten en het steunen van kleine manifestaties. De zogeheten 'inkomensvorming' van kunstenaars moet voortaan vooral een taak van WVC worden. Alleen manifestaties 'met een landelijk of internationaal publieksbereik' zouden nog voor directe steun van WVC in aanmerking komen.

Door de nieuwe taakverdeling zouden kunstenaars een hoger inkomen kunnen verwerven, meent de minister. Met gelden van de overheid kan effectiever steun 'uit de particuliere sector worden gegenereerd', wanneer de lagere overheid zich daarop toelegt. Ook zouden provincies met relatief veel kunstenaars niet langer in het nadeel zijn. De minister pleit verder voor samenwerking tussen steden en provincies, om te komen 'tot nieuwe regionale culturele centra'.

Volgens d'Ancona kan dat 'een al te eenzijdige orientatie op de Randstad' doorbreken.

Naast de nieuwe taakverdeling in het beleid voor beeldende kunsten, stelt de minister in haar brief een aantal andere 'aanpassingen' voor. Zo zal het budget voor 'beroepskostenvergoedingen' met drie miljoen worden verhoogd, een regeling waarmee minister Kok van Financien zich akkoord verklaard zou hebben. Verder komt er een Nationaal Fonds voor Kunstopdrachten, waaruit opdrachten door het ministerie en door de Stichting Kunst en Bedrijf zullen worden betaald. De minister schrijft dat zij bij een latere gelegenheid met de Tweede Kamer van gedachte wil wisselen over de toepassing van kwaliteitscriteria in de beoordeling van de beeldende kunsten.