Baby genezen van 'gemene rochelende hoest'; Heilzoekersontregelen Dokkum

'Een aanslag op mijn leven en op onze parochie', noemt pastoor H. Peters uit Dokkum de plotselinge massale belangstelling voor het Friese bedevaartsoord, waar zoals bekend in 754 Bonifatius werd vermoord. Met een zucht verneemt hij dat nu ook de kwaliteitspers belangstelling toont voor de zaak die drie weken geleden aan het rollen werd gebracht door een dagblad met een brede verspreiding over het land.

De berichtgeving over de wonderbaarlijke genezing van een tweejarige baby uit Sneek, die door onderdompeling in het water van de Bonifatius-bron in Dokkum van een 'gemene rochelende hoest' werd bevrijd, bracht terstond een niet aflatende stroom heilzoekers naar het anders zo rustige plaatsje. Met bussen tegelijk komen de zieken nu uit het hele land om in het genezende water te kunnen baden. Afgelopen zondag waren er honderden op de been bij de bron. 'Er is een enorme belangstelling, het is niet in woorden uit te drukken', zegt Peters. Aan zijn gewone werk komt hij nauwelijks meer toe door de vele telefoontjes die hij krijgt met verzoeken om informatie.

De genezende kracht die aan het Dokkumse water wordt toegeschreven heeft te maken met de legende die er bestaat over het ontstaan van de bron. Na de moord op Bonifatius, die als emeritus-bisschop van Mainz opnieuw naar Friesland was gekomen om het evangelie te prediken, werd op de plaats van het misdrijf een terp opgeworpen, waarop een abdij ter ere van Bonifatius werd gebouwd. Tijdens een inspectie van het werk zou de hoogste gezagsdrager in het gebied, de uit naam van de Frankische koning Pippijn optredende prefect Abba, met paard en al in de bodem zijn weggezakt. Toen met vereende krachten het paard uit de zachte grond was getrokken, welde er in dit zilte kustgebied tot ieders verrassing zoet water op.

Maerte-bier

Op een van de informatieborden langs de wanden van de Bonifatiuskapel, die in de jaren dertig naast de bron is gebouwd als bedevaartskapel, staat dat dit weliswaar uitzonderlijk is, maar niet onmogelijk. Onderaardse stromingen in het grondwater kunnen een zoetwaterbron in een verzilt gebied veroorzaken. De bron diende eeuwenlang als de belangrijkste watervoorziening van het stadje dat ten tijde van de moord al een havenplaats van enige betekenis was. Het zoete water werd vanaf de zeventiende eeuw ook gebruikt door verschillende Dokkumse bierbrouwers. Het befaamde Dokkumse Maerte-bier werd er van gemaakt, totdat in de negentiende eeuw de brouwers ten onder gingen aan concurrentie. De heilzame werking van het water werd ook al eerder ontdekt en vooral tussen 1924 en 1926 en in de jaren dertig, toen pater Titus Brandsma de bedevaart naar Dokkum stimuleerde, kwamen de zieken in groten getale naar de bron.

Voor de Dokkumse bevolking is de hernieuwde belangstelling een welkome afleiding van het normale bestaan. Groepjes stuurs kijkende mannen met de fiets aan de hand, staan zaterdagmiddag langs de rand van het kleine plantsoentje even buiten het centrum van Dokkum in het midden waarvan zich de bron blijkt te bevinden. Een vijvertje eigenlijk, met waterlelies en lissen langs de kant. 'Vroeger zaten ze hier te vissen', zegt een Dokkumse vrouw. Iets terzijde staat het tweeeneenhalf meter hoge standbeeld van Bonifatius met de rug naar de bron. Met beide handen houdt de heilige een bijbel boven het hoofd, zoals hij in 754 zou hebben gedaan ter bescherming tegen de zwaarden van de heidenen.

Met gespeelde onverschilligheid slaan de Dokkummers de gebeurtenissen gade. Kinderen kunnen hun opwinding minder goed verhullen. Als de fotograaf van 'de krant' blijkt te zijn, willen ze graag poseren aan de rand van de vijver. 'D'r gaat er eentje met exceem het water in', schreeuwt een jongetje terwijl hij in hoog tempo een rondje fietst om het plantsoentje heen. Iedereen kijkt om zich heen, maar de twee vrouwen in zigeunerkledij blijken alleen een paar flessen met het geneeskrachtige water te willen vullen. Een plaatselijke jongeling is de daarbij graag behulpzaam, vooral als hij ermee op de foto kan komen.

Grappen 'Mijn grootste zorg is de kwetsbaarheid van de zieke mensen die naar de bron komen', zegt pastoor Peters. 'Ze staan te kijk en er worden grappen over ze gemaakt, terwijl ze soms al hun hoop op dit laatste redmiddel hebben gevestigd. Ik werd gebeld door iemand uit Holland die een vriend had met kanker en die naar Dokkum wilde komen om water te halen. Het was niet eens een katholiek. Eenmaal hier kwamen ze vragen hoe het water gebruikt moest worden, of je het moest opdrinken. Maar dat water is echt niet drinkbaar.'

'Ze baden vooral 's nachts of 's morgens vroeg, als er niet zoveel bekijks is', zegt een Dokkummer met een door de Friese wind strak geblazen gezicht. Het water helpt zeker, weet hij. Hij heeft het zelf niet gebruikt, maar hij heeft wel mensen gezien bij wie het heeft geholpen.

Pastoor Peters weet niet wat hij er van moet denken. 'Ik kan en wil geen oordeel over deze genezingen uitspreken', zegt hij. Maar intussen bereiken hem wel met enige regelmaat berichten van mensen die zeggen baat te hebben gehad bij een bad in de bron. 'Zaterdag kwam een vrouw naar me toe die vertelde dat ze op woensdag tot haar middel in het water was gegaan en nu geen last meer had van pijn in haar knie-gewrichten. Ze was teruggekomen om te bidden uit dankbaarheid. Dat ontroert me.' Hoelang de opwinding zal blijven voortduren kan Peters niet voorspellen, maar het staat voor hem vast dat zolang de pers er aandacht aan blijft besteden de publieke belangstelling alleen maar zal groeien. Bezorgd zegt hij: 'Ik hoop echt dat de mensen met enige zorg te werk zullen gaan.'