WERELDECONOMIE; Na 10 jaar Thatcherisme

De hoogste inflatie, de laagste economische groei en het op een na grootste tekort op de betalingsbalans. Dat is na tien jaar Thatcherisme de positie van de Britse economie in de Europese Gemeenschap (de bijna bankroete Griekse even niet meegerekend). Alleen Spanje heeft een nog groter tekort op zijn betalingsbalans maar van alle EG-landen ook de hoogste economische groei.

Zoals bekend was het beleid van de regering-Thatcher een daverend succes totdat de Britse economie in 1988 oververhit raakte door een combinatie van te royale belastingverlaging en te soepele kredietverlening. Een jaar eerder bedroeg de economische groei bijna 5 procent, was de werkloosheid aanzienlijk geslonken en de inflatie nog maar 4 procent. Inmiddels is de inflatie verdubbeld, net als de rente (15 procent), zonder dat de hoge rente de inflatie heeft kunnen beteugelen. Anderhalf jaar van almaar hogere rente heeft op de groeiende geldhoeveelheid maar een geringe invloed gehad, schrijft de OESO, de club van 24 rijke landen in Parijs, in haar vandaag verschenen landenrapport over de Britse economie. De inflatie is bovendien hardnekkig hoog en in de afgelopen maanden zelfs verder gestegen, aldus de OESO. Toch is de reeks renteverhogingen, die in juni 1988 begon en waarmee Thatcher de oververhitte economie probeerde af te koelen, niet geheel zonder resultaat gebleven. De groei van de binnenlandse bestedingen is flink verminderd, de woningbouw zelfs fors gedaald. Maar de overbesteding die leidde tot bestedingsinflatie heeft plaatsgemaakt voor een ander kwaad: looninflatie. De lonen stijgen veel harder dan de produktiviteit en de loonkosten per eenheid produkt zijn in de afgelopen twee jaar meer dan verdubbeld.

Het concurrentienadeel dat het gevolg was, kon tot voor kort nog worden opgevangen door de daling van het Britse pond. Er resulteerde zelfs een concurrentievoorsprong, waardoor de export flink kon aantrekken (vorig jaar 11,5 procent in volume in de industrie, het beste resultaat sinds beginjaren '70). Dat neemt niet weg dat de betalingsbalans verder is verslechterd doordat de invoer nog steeds toeneemt, zij het dat het tempo waarin dat gebeurt wel afzwakt.

De looninflatie (zeg maar kosteninflatie, want via het zwakke pond importeerde het land ook inflatie uit het buitenland) is niet een kwestie van hoge lonen alleen (hoewel een gemiddelde loonstijging van bijna 10 procent on-Europees hoog is). Ook de geringe stijging van de produktiviteit draagt daartoe bij, veroorzaakt doordat werkgevers overtollige werknemers niet durven ontslaan uit angst voor toekomstig personeelstekort.

Een teleurstellende gang van zaken, vindt de OESO, want volgens haar mag je van een economie, waarin de 'supply-siders' op vrijwel alle fronten zegevierden, verwachten dat de arbeidsmarkt zich snel aanpast. Het tegendeel is het geval, de vraag naar arbeid reageert ongebruikelijk traag op de inzakkende economische groei: de totale werkgelegenheid blijft groeien, terwijl de werkloosheid verder slinkt. En op een krappe arbeidsmarkt is de positie van de werknemer relatief sterk en kan die zijn looneisen gemakkelijk verhogen. Het is niet de minst verrassende uitkomst van tien jaar Thatcherisme dat begon met de macht van de vakbonden te breken.

Volgens de OESO zou een Brits lidmaatschap van het Europese monetaire systeem (EMS: stelsel van vrijwel vaste wisselkoersen) dit nooit mogelijk hebben gemaakt. De weg van wisselkoersmanipulaties was dan immers afgesneden geweest en de hoge inflatie onmiddellijk afgestraft met verlies aan produktie en werkgelegenheid. Werknemers zouden hun looneisen wel hebben gematigd of werkgevers hun personeel hebben ontslagen.

Voor de OESO schuilt duidelijk de redding van het Thatcherisme in een snelle Britse toetreding tot het EMS. Pas dan zal de Britse inflatie kunnen worden bedwongen, de rente dalen, het tekort op de betalingsbalans verdwijnen en de economie weer harder groeien. De Britse premier Thatcher heeft echter als een van de voorwaarden voor het Britse lidmaatschap steeds genoemd dat eerst de Britse inflatie moet zijn bedwongen. Precies andersom dus. De recentelijk gestegen olieprijzen in aanmerking nemend moet die weg voor de OESO beslist een doodlopende route zijn.