Vooruitgang bij studie veiliger kerncentrales

DEN HAAG, 22 aug. Volgens minister Andriessen (economische zaken) is er de afgelopen jaren een aanzienlijke vooruitgang geboekt in de ontwikkeling van veiliger atoomcentrales. Nieuwe kerncentrales zouden twintig maal veiliger zijn dan vroegere centrales omdat de kernsmeltkans volgens rekenkundige modellen is teruggebracht van eens per duizend a tienduizend bedrijfsjaren tot eens in de honderdduizend jaar.

Dat schrijft Andriessen in een brief over de stand van zaken op nucleair gebied aan de Tweede Kamer. Volgens Andriessen zijn nadere studies naar de toepassing en uitbreiding van kernenergie nodig omdat in de toekomst, ondanks energiebesparingsprogramma's, problemen bij de energievoorziening kunnen ontstaan.

Over de veiligheid van kerncentrales in de toekomst is Andriessen op grond van adviezen van de Commissie reactorveiligheid (CRV) betrekkelijk optimistisch. Onderzocht wordt of de nu beschikbare reactorontwerpen en de ontwerpen die binnenkort op de markt worden verwacht, passen in de criteria voor het Nederlandse risicobeleid. Enige moderne ontwerpen kunnen, volgens een eerste rapport, met extra voorzieningen aan de verwachtingen voldoen, maar verdere studie is gewenst, schrijft Andriessen.

Behalve een selectie van kerncentrales die nu te koop zijn, wordt een meerjarig onderzoeksprogramma uitgevoerd om 'de aandacht versterkt te richten op reactorontwerpen met verhoogde natuurlijke veiligheid', die onder andere in Amerika worden ontwikkeld en over enkele jaren beschikbaar komen. De Nederlandse kerncentrale Dodewaard staat daarvoor in enige opzichten model, omdat deze centrale 'een vrij unieke karakteristiek op het gebied van natuurlijke veiligheid bezit', aldus Andriessen.

Voor het probleem van het radio-actieve afval is er volgens de minister nog geen definitief antwoord gevonden. Momenteel wordt dit tijdelijk bovengronds opgeslagen. Over de vraag of opberging in de diepe ondergrond verantwoord, is wordt nog gestudeerd. 'Eindberging' in diepe zoutlagen onder de Nederlandse bodem is in principe haalbaar, maar het ligt het meest voor de hand dit ininternationaal verband te regelen, vindt Andriessen.