Uniaten in Lvov hebben kathedraal heroverd

LVOV, 22 aug. In Lvov hebben de Uniaten de Grieks-katholieken de strijd gewonnen van de Russisch-orthodoxen. Het was een harde strijd waarin geen middel werd geschuwd. Maar afgelopen zondag trokken de Grieks-katholieken zingend en zwaaiend met banieren hun heiligdom binnen, de kathedraal van Sint Joris, een gele 18de-eeuwse barok-kolos met een bisschoppelijk paleis ernaast, gelegen op de heuvel achter het Ivan-Frankopark. De gloednieuwe en stokoude metropoliet Vladimir Sternjoek (83), liep, het zwaar-gouden kruis dat hij net van de paus in Rome heeft gekregen op de borst, langs een haag van prelaten met geborduurde banieren naar de toegangspoort, waarboven in groene bladerletters de tekst 'Gods roem heeft gezegevierd' hing. Daarna baande de stoet een hele schare zwarte nonnen in het kielzog zich door de tienduizenden gelovigen een weg naar de trappen van de kathedraal, waarop zelfs de blote stenen engeltjes bloemenkransjes droegen. Voor het eerst sinds 1946 betrad Sternjoek de kathedraal, voor het eerst sinds 1946 weerklonk in de kathedraal de mis weer volgens Grieks-katholiek ritueel.

De West-Oekraine, Galicie, was Russisch-orthodox tot 1596, toen Polen het tot het katholicisme dwong met de instelling van de zogenaamde Uniatenkerk, waartegen de Oekraieners zich nog een eeuw hebben verzet. Bij de Poolse deling aan het eind van de achttiende eeuw verbood de tsaar de Uniatenkerk, die echter bleef bestaan in de delen van de Oekraine die onder het Habsburgse rijk en later onder Polen en Tsjechoslowakije kwamen. Na de inlijving van de West-Oekraine bij de Sovjet-Unie liet Stalin in 1946 in Lvov een synode bijeenroepen, waarop de Uniatenkerk zichzelf ophief. De kerkelijke bezittingen vervielen aan de staat of aan de Russisch-orthodoxe kerk, die zo in materieel opzicht handig profiteerde van Stalins politiek om het Oekraiense nationalisme te breken. Stalin maakte daarbij gebruik van de beschuldiging van collaboratie van de Uniatenkerk met de nazi's en haar steun voor het Oekraiense opstandelingenleger van Stefan Bandera. De Oekraiense kardinaal Josif Slipy bracht 18 jaar in kampen door, katholieke geestelijken en gelovigen werden vervolgd, maar de kerk bleef ondergronds bestaan. De laatste twee jaar is de strijd tussen de Grieks-katholieken en de Russisch-orthodoxen openlijk ontbrand. Hij heeft in de Oekraine al geleid tot de overgang van tientallen Russisch-orthodoxe kerken naar het katholicisme. Niet zelden werden daarbij kerken eenvoudig teruggevorderd door de katholieke gelovigen, die de orthodoxen in aantal verre overtreffen. Een geschillencommissie die het conflict tussen de beide kerken moet oplossen, waar vertegenwoordigers van Rome aan deelnemen, is onlangs met ruzie uit elkaar gegaan.

Belegering

In Lvov is de kwestie nu door de nieuwe provinciale sovjet opgelost. De kathedraal was sinds 1945 door de staat aan de Russisch-orthodoxe kerk verhuurd. De radicale sovjet, die onder leiding staat van ex-politieke gevangene Vjatsjeslav Tsjornovil, besloot in mei het huurcontract op te zeggen en de kerk voortaan aan de katholieken te verhuren. De Russisch-orthodoxen kregen drie maanden de tijd om het veld te ruimen. Deze termijn liep vorige week af, maar de Russisch-orthodoxen deden de deur op slot en lieten niemand binnen. Daarop werd de kerk belegerd door enkele duizenden gelovigen, die het slot forceerden. De politie hield, wat achteraf, een oogje in het zeil en gedeputeerden hielden de gelovigen met megafoons bij de kerk in toom. Een inventarisatiecommissie stelde in enkele dagen tijds een precieze lijst op van de kerkelijke bezittingen. Een vergelijking moet uitwijzen wat er van de oorspronkelijke inventaris van de kathedraal is overgebleven. Zo vraagt men zich bijvoorbeeld af of het heilige gebeente van kardinaal Sjeptitski, in de kathedraal begraven, nog wel in zijn grafkist rust. De Russisch-orthodoxe priesters verschansten zich intussen in het bisschoppelijk paleis. 'Vandalisme', zo noemen de Russisch-orthodoxe priesters de beslissing van de sovjet. 'De Grieks-katholieken zijn als verslaafden, ze gebruiken dezelfde methoden als destijds bij het vestigen van de Uniatenkerk. Ze gebruiken geweld. De Unie is ons opgedrongen. De huidige machthebbers, Tsjornovil en Hel (Ivan Hel, tot voor kort de ondergrondse leider van de Uniaten, is inmiddels ook in de politiek LS) zijn gevangenisklanten. Ze hebben banden met Polen', zegt pater Mykola Petrivski. Gorbatsjov noemt hij een 'zwakke politicus' onder wiens regime meer bloed en tranen hebben gevloeid dan onder Stalin. 'Gorbatsjov begrijpt dat hij de Oekraine niet kan behouden, dus wil hij haar liever in delen hakken: het westen moet naar Polen, Boekovina naar Moldavie en de Krim naar de Tataren'.

Slavernij

De toekomst zien ze somber in, de Russisch-orthodoxe priesters, van wie sommigen hun naam niet willen zeggen. 'Slavernij', denkt een van hen en knikt veelbetekenend naar de geluiden die vanachter het stalen hek komen. Op 14 augustus besloot het presidium van de sovjet het nieuwe contract met de katholieken te tekenen. Toen pas gaven de Russisch-orthodoxen hun verzet op. Bisschop Andrej Horak vertrok naar Moskou. Het bisschoppelijk paleis staat nu leeg en is verzegeld door de politie. De volgende dag ga ik op audientie bij metropoliet Vladimir, die nog niet van de emoties en vermoeienissen is bekomen. Hij woont in een piepklein eenkamerwoninkje aan de Tsjkalovstraat, driehoog achter met uitzicht op een slordige binnenplaats. Het kamertje bevat een divanbed, een oude radio, een tafel bezaaid met paperassen en boeken. Boven zijn bed een foto van de paus, op de radio een kitsj-uitvoering van de Sint Pieter, aan een haak in de deur twee zwarte soutanes. Er staat een piepklein altaartje met een afbeelding van het Laatste Avondmaal erboven. Hier heeft vader Vladimir jarenlang clandestien de mis opgedragen, voor niet meer dan drie of vier mensen tegelijk, want de buren mochten het niet horen. In juli is Sternjoek in Rome geweest en daar heeft de paus hem als metropoliet van Galicie en Ternopol erkend. Trots toont hij een grote kleurenfoto met alle Grieks-katholieke bisschoppen bijeen in Rome. Hij zit midden vooraan, klein weggedoken onder zijn bisschopsmuts. Zo moe is de metropoliet dat hij tijdens ons gesprek steeds even wegdut. Als hij wakker schiet en zijn betoog vervolgt komt hij soms Russische woorden te kort om zijn Oekraiense gemoed te luchten.

Sternjoek, geboren in 1907, heeft in Belgie bij de paters redemptoristen op het seminarie gezeten. In 1931 werd hij tot priester gewijd en een jaar later kwam hij terug naar de Oekraine. 'In 1939 kwamen de bolsjewistische Russische legers en begonnen iedereen te vervolgen die nationaal georienteerd was. De Duitsers hebben ze verjaagd'. Sternjoek kwam in 1942 naar Lvov, maar onder de Duitsers was het volgens hem niet beter. Op de vraag over de collaboratie knikt Sternjoek vermoeid. 'Wij hebben niet samengewerkt met de fascisten, wij wilden leven. Patriarch Sjeptitski heeft geschreven dat we eerst dachten dat de Duitsers de vrijheid kwamen brengen, maar al gauw bleek dat ook zij erop uit waren onze kerk te vernietigen.'

Sjeptitski stierf in 1944 Sternjoek heeft zijn kist nog naar de Sint Joris gedragen en werd opgevolgd door Josif Slipy die Sternjoek tot bisschop heeft gewijd. Over Slipy is in de Sovjet-Unie altijd veel kwaads verteld. Hij zou SS-ers en Banderovtsy hebben gezegend. Na 18 jaar in een kamp te hebben gezeten mocht hij op voorspraak van de paus en president Kennedy de Sovjet-Unie verlaten. Hij stierf in Rome.

Heel tragisch noemt Sternjoek de synode van Lvov van 1946. 'De Russisch-orthodoxe kerk heeft op bevel van Stalin een synode bijeengeroepen om de Grieks-katholieke kerk te ontbinden. Tot voor kort nog beweerde de (Russisch-orthodoxe) metropoliet van Kiev, Filaret, dat de Grieks-katholieke kerk geen bestaansrecht heeft in de Oekraine'.

Sternjoek noemt onderhandelingen met Filaret zinloos, het enige waarover de orthodoxen willen praten is over een verdeling van het kerkbezit, maar de kerk erkennen willen ze niet. 'Ze hebben onze kerken afgepakt, priesters, monniken en gelovigen werden naar de gevangenis gestuurd. We kunnen slechts met hen tot overeenstemming komen als ze ons erkennen en ons bezit teruggeven.'

Sternjoek werd zelf in 1947 gearresteerd en wegens 'contact met nationalisten' tot vijf jaar kamp veroordeeld. Hij werd in de provincie Archangelsk in de houtkap te werk gesteld. In 1952 kwam hij vrij en sinds 1953 woont hij in Lvov. Hij werkte eerst als parkwacht, toen als boekhouder en als ziekenbroeder op de ambulance. Maar 's avonds droeg hij de mis op, zegende hij huwelijken in en probeerde dat zo stilletjes te doen dat niemand er aanstoot aan nam. Sternjoek hoopt binnen tien dagen zijn eenkamerwoninkje in te ruilen voor het bisschoppelijk paleis. Wanneer hij de paus in zijn nieuwe domicilie denkt te mogen begroeten? 'Ik moet eerst orde op zaken stellen en de boel opknappen. Zo kan ik de paus echt niet ontvangen!'