Papierstapel en politiek rukken snel op in Senaat

DEN HAAG, 22 aug. Van de 75 senatoren zijn er maar liefst 33 afkomstig uit het onderwijs. Achttien leden komen uit de politiek-bestuurlijke sector: zeven ex-wethouders, zes voormalige gedeputeerden of Tweede-Kamerleden, drie met ervaring als burgemeester of staatssecretaris en twee ex-ministers. Uit het bedrijfsleven zijn 21 leden afkomstig.

Senatoren ontvangen een belastingvrije onkostenvergoeding van ongeveer 20.000 gulden en worden voor vier jaar gekozen door Provinciale Staten. Het is een part-time baan. De senatoren hebben geen medewerkers of eigen kamer: zij werken thuis. Op dinsdag wordt plenair in Den Haag vergaderd. Tevens zijn er commissie- en fractievergaderingen, spreekbeurten en soms werkbezoeken. Buiten de vaste vergaderdag moet minimaal op 6 uur werk worden gerekend. De verkiezingen vallen precies halverwege de zittingstermijn van de Tweede Kamer.

Er wordt opvallend snel gewerkt, vergeleken met de Tweede Kamer. Driekwart van de wetsvoorstellen die bij de Senaat zijn ingediend is binnen drie maanden afgehandeld. (De Tweede Kamer lukt dat met slechts 1 op de 3.) Vier van de negen wetsvoorstellen zijn zelfs binnen een maand behandeld. (De Tweede Kamer lukt dat met ongeveer 1 op de 10.) Gemiddeld doet de Senaat twee maanden over een wet, de Tweede Kamer een jaar. De gemiddelde leeftijd van de senatoren is 55. Er zijn achttien vrouwen lid.

Sinds 1945 heeft de Senaat drieendertig wetsvoorstellen verworpen. De regering heeft in nog eens negen gevallen een nederlaag vermeden door een wetsvoorstel in te trekken. Het derde kabinet-Lubbers heeft al eenmaal met aftreden moeten dreigen om de Senaat 'om' te krijgen.

Op de deurmat van de 75 leden van de Eerste Kamer ploft dagelijks het resultaat van de voortstampende Nederlandse wetgevingsmachine. Alle teksten van alle wetten die beide Kamers behandelen, alle Kamerverslagen, alle voorlichtingsmateriaal van alle departementen. Plus de nodige post van de tientallen belangenorganisaties die zich als zeepokken op politiek Den Haag hebben afgezet.

Senator drs. A. van Boven (VVD), oud-rector van het Maerlant-lyceum te Den Haag, ontvangt elke week een stapel van meer dan een meter hoog. En elk jaar wordt het meer. Hij is dagelijks een uur bezig met openen en sorteren. Bij terugkomst van vakantie treft hij een kubieke meter post in de gang. Senator mevrouw H. Gelderblom-Lankhout (D66), werkzaam op een architectenbureau, vroeg de postkamer in het reces even niet alles op te sturen. Ze rekent er op dat aan het Binnenhof vijf volle dozen voor haar klaar staan.

Toen Van Boven in 1980 in de Senaat kwam adviseerde de toenmalige fractievoorzitter Haya van Someren hem het meeste ongelezen weg te gooien. 'Probeer er ook niet in te kijken, want dan ga je ten onder', had ze gezegd. Hij probeert er zich aan te houden en alleen zijn onderwerp, onderwijs, eruit te halen. Maar als er boeken tussen zitten kan hij dat niet over zijn hart krijgen. Dan nog maar een stapel. In zijn werkkamer thuis is het, zegt hij, 'een bende'.

Hij heeft de logeerkamer er maar bij genomen. In een groot wijnrek liggen daar zijn dossiers. Zijn vrouw noemt dat de eerste kamer.

Soms moet Van Boven een stapel van veertig centimeter lezen om er een speech van tien minuten over te kunnen houden. Maar 'het komt ook voor dat ik dan besluit er niets over te zeggen'.

Regelmatig neemt hij ook even wat andere wetsontwerpen door. 'Je wilt toch graag au fait zijn bij actuele politieke discussies in de fractie', zegt hij.

Pietepeuteren

Wat moet een senator eigenlijk kunnen? Mevrouw Gelderblom: 'Wetten kritisch lezen. Beoordelen of er staat wat er staat. Of het uitvoerbaar is, eenduidig en consistent'. Daarbij is het dan de kunst om de grote lijnen in de gaten te houden 'en niet mee te gaan pietepeuteren'.

Heeft de Tweede Kamer het voorstel bijvoorbeeld niet stuk-geamendeerd? Deze bezigheid leidt, zo zeggen de beide senatoren in koor, tot 'fundamentele' en 'degelijke' debatten. Dodelijk saai dus? Gelderblom: 'Dat zei de stenograaf van de Haagse gemeenteraad ook tegen me toen ze hoorde dat ik naar de Senaat zou gaan. Maar dat is niet zo. Het is hier fascinerend'.

Dat zit in de hoge kwaliteit die de D66-fractie (met drie hoogleraren) volgens haar heeft, de mogelijkheid om door de partijbarrieres heen te breken en het gevoel als laatste instantie echt onaanvaardbare wetten tegen te kunnen houden de strohalm-functie. Wie macht wil moet niet in de Senaat gaan zitten, zegt ze. Maar daar staat tegenover dat 'in de Senaat nog naar goeie argumenten wordt geluisterd'. Ook Van Boven merkt een a-politieke verwantschap tussen de senatoren. Meer het gevoel met z'n allen in politiek-abstract Den Haag te zijn afgevaardigd om er de praktische werkelijkheid te vertegenwoordigen dan een politieke partij. De 'echte' politici voelen dit verschil haarfijn aan. Van Mierlo miste de 'wilde beestenlucht' van de Tweede Kamer. Mevrouw d'Ancona liet ooit de term 'gecapitonneerde bonbonniere' vallen. Zoutendijk veronderstelde dat de beste manier om in Nederland geheimen te bewaren was, er een debat in de Senaat aan te wijden. Voor sommigen is de Eerste Kamer het wassenbeeldenmuseum van de politiek. In een hoekje achter het groene gordijn staat voor deze critici het symbool van de Senaat. Het 'peukenrek', een grote asbak op een voetstuk met 73 vakjes waar de leden vroeger hun sigaar konden stallen. Politiek is mooi, maar een goede sigaar gooide men er niet voor weg.

Toch vliegen de vonken in de statige vergaderzaal soms in het rond. In december dreigde vice-premier Kok, nauwelijks in het zadel, al met een kabinetscrisis als de Senaat een wetsvoorstel over de AAW niet zou aanvaarden. CDA-fractievoorzitter Kaland veroorzaakte in januari een rel door de politiek ongebonden opstelling van zijn fractie tegenover het nieuwe kabinet te onderstrepen. Zelden zag men premier Lubbers zo uithalen naar parlementariers, waarna voorzitter Steenkamp hem beschuldigde van een staatsrechtelijke 'moord op klaarlichte dag'. De eerste Senaat die na de grondwetswijziging van 1983 in zijn geheel voor vier jaar is gekozen toont een groeiend politiek zelfbewustzijn, zo lijkt het. Dit tot chagrijn van 'de overkant', de Tweede Kamer, waarvan de leden hun politieke monopolie niet graag aangetast zien door de 'amateurs' van de Eerste Kamer. De aangesprokenen noemen zich op hun beurt liever 'deeltijdpolitici' en schamperen binnenskamers over 'het grote debat over cijfers achter de komma' en de terreur van de regeerakkoorden. Alleen in de Senaat leeft het dualisme nog, zo wordt gezegd.

Duveltje

Eigenlijk is dat de hoofdvraag die al 175 jaar boven het Binnenhof zweeft welk bestaansrecht heeft de Senaat? In de Tweede Kamer hoort de politieke afweging immers thuis. De Senaat houdt zich alleen met rechtmatigheids- en doelmatigheidsvragen bezig en stelt zich 'terughoudend en wijs' op, zo is in het staatsrecht afgesproken. Maar waar ligt de grens tussen recht en politiek? Senator Gelderblom (vakje 17 in het peukenrek) vindt het maar 'een irreele discussie'.

Praktische en juridische argumenten zijn nauwelijks te scheiden van politieke opvattingen, meent zij: 'Als je je inleeft in een wet kom je altijd uit op politieke argumenten.'

Ook Van Boven noemt de Senaat 'een politiek lichaam dat wel degelijk een politiek oordeel kan hebben'.

Alleen moet dat regelmatig worden ingeslikt omdat het een kabinetscrisis of een fors gat in de begroting niet waard is. En dat kan pijnlijk zijn. Van Boven stemde ooit tegen zijn zin voor een extra salariskorting voor leraren. 'De ijzige stilte die mij de volgende dag in de lerarenkamer tegemoet kwam vergeet ik mijn hele leven niet'.

Zo waren er meer momenten waarop hij als lid van een ex-regeringsfractie 'door de pomp moest'. Van een ander Deetman-dictaat, de Harmonisatiewet, die prompt door de Haagse rechtbankpresident werd gekraakt, heeft hij nog spijt.

Zo af en toe is er toch de gelegenheid 'om onze tanden te laten zien en dan weet iedereen opeens weer dat we er zijn', constateert hij. De Senaat als duveltje uit een doosje, de veiligheidsklep van de politiek. Er zijn ook kleine triomfen te vieren. De D66-senator denkt met enige tevredenheid aan een uitvoeringsmaatregel die staatssecretaris De Graaff (sociale zaken) trof nadat de Senaat op haar initiatief een aperte onbillijkheid in een sociale uitkeringswet had geanalyseerd. Goed, het gaat om de grote lijnen, maar politieke aandacht voor 'een kort en krachtig detail' misstaat niet, meent zij. Beiden ergeren zich intussen groen en geel aan kabinet en de Tweede Kamer die de Senaat te vaak niet in staat stellen om hun werk goed te doen. Tegen het zomerreces, maar vooral in december begint het wetsvoorstellen te regenen. Of de Senaat zich er maar in een paar weken doorheen wil slaan zodat de wet per 1 januari nog in werking kan. 'Van die 'Chambre de Reflexion' komt dan niks terecht', zegt Gelderblom. In 1988 brak er opstand uit: vijf partijen weigerden tijdens het kerstreces de wet op het sofi-nummer er doorheen te jassen. 'Daar zijn ze flink van geschrokken', denkt ze. En nu maar hopen dat het helpt. Want in de werkkamers van de senatoren broeit het. Er is een grens aan de hoeveelheid post die een mens kan openen.

Deze week viert de Eerste Kamer haar 175-jarig bestaan met een aantal wetenschappelijke bijeenkomsten, een jubileumboek en een middag met Hare Majesteit. Hoe rustig is het eigenlijk in die 'Chambre de Reflexion?'