Overholland zet strijd voort

AMSTERDAM, 22 aug. De grande finale van een bizar spektakel. Zo karakteriseerde de advocaat van pr-bureau Winkelman en Van Hessen gisteren voor het Amsterdamse gerechtshof de rechtszaak in hoger beroep dat Museum Overholland had aangespannen tegen de gemeente Amsterdam en dit pr-bureau, de auctor intellectualis van het omstreden 'Van Gogh Village'. In maart verloor het museum het kort geding waarmee het de bouw van het Village had willen voorkomen. Inmiddels is het Village verdwenen en is het museum gesloten, maar directeur Christiaan Braun van Overholland heeft de juridische strijd doorgezet. 'Essentieel is, ' aldus zijn raadsman H. Verhagen, 'dat wordt vastgesteld, dat ook de gemeente Amsterdam zich aan gedane toezeggingen heeft te houden.'

De toegezegde wandelroute langs de musea op het plein is er bijvoorbeeld nooit gekomen. Maar volgens de advocaten van de gemeente en het pr-bureau is het hoger beroep mosterd na de maaltijd en gaat het Overholland vooral om de proceskosten waartoe het in de vorige ronde is veroordeeld.

Bij monde van zijn advocaat H. Verhagen beriep Braun zich op een brief van de gemeente uit 1987, waarin staat dat zij zich gehouden acht 'alles in het werk te stellen om het aanzien van het Museumplein en met name voor zover dat voor uw museum ligt, zoveel mogelijk onaangetast te laten'.

De gemeente heeft zonder met Overholland te overleggen, al ruim twee jaar voor de expositie toestemming gegeven voor de bouw van het Village. 'Met deze schending van toezeggingen laat de met macht beklede overheid zich van haar slechtste kant zien.'

Volgens raadsman B.ter Haar heeft de gemeente nooit een garantie heeft gegeven dat er geen manifestaties op het Museumplein zouden plaatsvinden. Het uitblijven van overleg over het Village noemde hij 'betreurenswaardig', maar volgens hem is niet meer te achterhalen wat er in het 'grote gemeentelijke apparaat' is misgegaan. Toch zou de gemeente zelfs na tijdig overleg geen andere plek op het Museumplein voor het Village hebben aangewezen, aldus Ter Haar. Over de bouwvergunning zei hij dat de gemeente eerst dacht dat er voor deze tenten geen bouwvergunning nodig was. Toen die wel nodig bleek te zijn, was het gemeente juridisch gezien niet mogelijk de vergunning te weigeren.

Uit een enquete die Winkelman en en Van Hessen in het Village hield, bleek dat 42 procent van de Nederlandse bezoekers er tevreden mee was, 43 procent onverschillig en 16 procent ontevreden. Van de buitenlanders daarentegen was 70 procent tevreden, 26 procent onverschillig en 5 procent ontevreden.

Uitspraak 27 september.