Nog geen reden voor euforie over beslissing WEU

PARIJS, 22 aug. Twaalf dagen geleden had Nederland nog de grootste moeite de andere EG-landen te overtuigen dat zij zich moesten uitspreken over de vitale Europese belangen die in het Golf-gebied op het spel staan. Gisteren op de bijeenkomst van de Westeuropese Unie (WEU) en later tijdens het EG-overleg leek de Europese eensgezindheid en solidariteit haast vanzelfsprekend.

Zes van de negen landen van de WEU besloten hun maritieme acties in de Golf-regio te coordineren. West-Europa wil de druk op de Veiligheidsraad vergroten om het embargo tegen Irak ook met militaire middelen af te dwingen. Het dreigement van Irak om EG-burgers als 'menselijk schild' te gebruiken zullen de landen van de EG gezamenlijk beantwoorden en de schuldigen voor 'misdrijven tegen de mensheid' voor hun daden verantwoordelijk houden. 'We zullen wat dat aangaat in Europa een lang geheugen hebben', aldus minister Van den Broek.

Maar ondanks de euforie over de gezamenlijke controle op het naleven van het VN-handelsembargo bleven er in Parijs na het overleg van de negen WEU-leden nog vele vragen onbeantwoord. De landen maakten met hun bereidheid een eigen politieke verantwoordelijkheid te nemen een gebaar naar de Verenigde Staten. Zij beklemtoonden dat Washington er niet alleen voor staat. Maar zij zwegen over het tweede doel dat Washington met haar militaire presentie in de Golf voor ogen staat, namelijk de terugtrekking van Irak uit Koeweit. Is West-Europa bereid die zo nodig militair af te dwingen? Daarnaast bleef onduidelijk welke Westeuropese landen bereid zijn op grond van de oproep van de emir van Koeweit nu al geweld te gebruiken om het handelsembargo van de Verenigde Naties effectief te laten zijn.

Moeilijk samenwerken

De meeste WEU-landen hopen dat de Veiligheidsraad alsnog zal besluiten tot militaire actie. Dat maakt het voor nationale regeringen makkelijker hun marines opdracht te geven het VN-embargo af te dwingen. Maar als de raad niet tot verdergaande maatregelen besluit, wordt het voor Westeuropese landen wel heel moeilijk met elkaar samen te werken. Nederland geeft de voorkeur aan patrouilles met de Britse en Belgische marine. Spanje, Italie en Portugal, dat ook op het punt staat aan de acties mee te doen, zouden dan moeten samenwerken met de Fransen. Maar Spanje heeft juist Nederland gevraagd met een Spaans fregat en twee korvetten samen op te stomen door de Middellandse Zee naar het Suez-kanaal en de Golf. Het Verenigd Koninkrijk wil twee hulpschepen aan dit konvooi toevoegen.

Hoe kunnen de 'aanwijzingen voor operationeel gedrag' eensluidend worden gemaakt als de grote Westeuropese landen het gebruik van geweld nu al onomkoombaar achten en de kleinere landen daartoe nog niet willen besluiten? Is het in de praktijk mogelijk dat de mitrailleurs, kanonnen en raketten van een oorlogsschip wel worden gebruikt en de begeleidende fregatten van kleinere Westeuropese landen niet tot actie overgaan? Gezegd werd in Parijs dat experts van de marines zich in de komende dagen zullen buigen over gezamenlijke regels. Maar zo'n besluit om militair geweld te gebruiken wordt door regeringen genomen en een aantal Westeuropese landen is zo ver nog niet. Nederland hoopt vooralsnog dat geweld met terughoudendheid zal worden toegepast en dat kapiteins van koopvaardijschepen desnoods na waarschuwingsschoten gegevens over lading en bestemming zullen vrijgeven. Maar wie vuurt dan en wie inspecteert? De landen van de WEU sloten een optreden in de Rode Zee niet uit maar haastten zich te zeggen dat daarover eerst contact moet worden opgenomen met de Amerikanen. Vaag bleef hoe die coordinatie met de Amerikaanse vloot dan gestalte krijgt, te meer omdat de Amerikanen een veel verdergaande opdracht hebben gekregen. Experts van WEU-landen geven hoog op over de mogelijkheden rechtstreeks van Amerikaanse en Saoedische AWACS-radarvliegtuigen inlichtingen te krijgen. Maar op welke manier een mogelijke Iraakse luchtdreiging beantwoord moet worden, is vooralsnog onduidelijk tenzij uit zelfverdediging moet worden gehandeld.

Zijn de kleinere Westeuropese landen bereid de hardere lijn van de Amerikanen, Britten en nu ook Fransen wel te volgen en zich zo te laten meeslepen in een veel groter conflict? Minister Ter Beek (defensie) wil dat er voor 31 augustus duidelijkheid is. Als de twee Nederlandse fregatten op 4 september in het Golf-gebied aankomen, moeten de commandanten weten waar hun werkterrein ligt en wat hun opdracht is. Nederland bereidt zich voor op een langdurige actie. Het is nu zeer waarschijnlijk geworden dat het bevoorradingsschip Zuiderkruis met bijna tweehonderd opvarenden ook naar de Golf vertrekt om de twee fregatten ver van toegangkelijke havens van brandstof en andere goederen te voorzien.