Nieuwe chef privatisering DDR tegen uitverkoop

BERLIJN, 22 aug. De nieuwe voorzitter van de Oostduitse 'Treuhand', de trust die het DDR-bedrijfsleven moet privatiseren, weigert toe te geven aan druk uit het Westduits bedrijfsleven om staatsbedrijven van de DDR voor een appel en een ei van de hand te doen en ze zo voor de definitieve ondergang te behoeden.

Detlev Rohwedder van het Westduitse bedrijf Hoesch, die het voorzitterschap van de Treuhand deze week overnam van de ontgoochelde Reiner Gohlke, voormalig directeur van de Bundesbahn, maakt gisteren op een persconferentie in Berlijn duidelijk dat hij vasthoudt aan het principe dat de DDR-bedrijven tegen serieuze prijzen moeten worden verkocht aan Westduitse of andere buitenlandse ondernemingen.

Onder Westduitse ondernemers waren de laatste weken steeds meer stemmen opgegaan de Oostduitse bedrijven, die in de meeste gevallen door de invoering van de D-mark aan de rand van het faillissement staan, voor symbolische sommen van de hand te doen aan Westerse ondernemers die dan de hoognodige saneringen door kunnen voeren.

Van de ongeveer 8.000 bedrijven die de Treuhand beheert, zijn volgens het Oostduitse dagblad Der Morgen nog maar twaalf verkocht, voor een gezamenlijke waarde van ongeveer zeventig miljoen D-mark. Voor 350 miljoen D-mark heeft verder een Westduitse onderneming zich ingekocht in het Oostduitse gasbedrijf, en voor tweehonderd andere DDR-ondernemingen zijn onderhandelingen gaande. Het lijkt evenwel onwaarschijnlijk dat de resterende 7.600 bedrijven, met bijna zes miljoen werknemers, binnen afzienbare tijd van de hand kunnen worden gedaan volgens de nu bij de Treuhand geldende principes.

Volgens Rohwedder, de derde voorzitter van de Treuhand sinds de oprichting van deze instelling in maart jl., zal de interne organisatie van de trust worden verbeterd. Betere telefoonverbindingen zouden moeten voorkomen dat de regionale kantoren van de organisatie toezeggingen doen die door de centrale leiding in Berlijn niet worden goedgekeurd. Ook verzekerde Rohwedder dat Westduitse ondernemingen in geen geval zullen worden bevoordeeld tegenover buitenlandse investeerders.

Een aantal Westduitse ondernemingen dat zegt al miljoenen in de sanering van de Oostduitse partner te hebben gestoken, overweegt inmiddels naar de rechter te lopen.