Kamer wijst opheffing scholen af

DEN HAAG, 22 aug. De Tweede Kamer wijst het voorstel van een adviesgroep van ambtenaren en wetenschappers van de hand om basisscholen met minder dan 250 leerlingen op te heffen, zowel op het platteland als in de stad.

De adviesgroep heeft zich volgens de Kamerleden de Cloe (PvdA) en Jorritsma (VVD) niet gehouden aan de afspraak om basisscholen op het platteland bij een schaalvergroting te ontzien. Ook heeft de groep volgens de twee te weinig gekeken naar bestaande voorstellen om bij schaalvergroting op het platteland de bereikbaarheid van de scholen te garanderen.

Het CDA vindt extra maatschappelijke kosten voor het instandhouden van kleine scholen 'gerechtvaardigd' met het oog op de bereikbaarheid en denominatieve spreiding.

De adviesgroep onder leiding van A. de Jager, hoofd Inspectie van het ministerie van Onderwijs, concludeert dat de verhoging van de opheffingsnorm van basischolen tot 250 leerlingen ongeveer 700 miljoen oplevert. Dat geld kan worden gebruikt voor extra personeel voor bijvoorbeeld de begeleiding van moeilijk lerende of hoogbegaafde kinderen. Zo kan volgens de commissie schaalvergroting bijdragen aan kwaliteitsverbeterring van het basisonderwijs.

De onderwijsorganisaties hebben de plannen fel afgewezen. De besturenraad van het protestants-christelijk onderwijs spreekt van een 'regelrecht drama' voor de bijna 4.000 scholen de helft van alle basisscholen die als gevolg van de voorstellen zouden moeten worden opgeheven. De grootste onderwijsbond ABOP beschouwt het advies als 'onbekookt en een strategische blunder'.

De huidige discussies over schaalvergroting worden nu gefrustreerd, vreest de ABOP.