Inspectie stelt fraude vast bij afvalbedrijven

DEN HAAG, 22 aug. Bedrijven die chemisch afval verwerken maken zich nogal eens schuldig aan fraude, omdat het aan interne controle ontbreekt. Ook vergewissen ze zich onvoldoende van de aard van de stoffen die ze accepteren. Dat schrijft de Inspectie Milieuhygiene in haar jaarverslag over 1989 dat vandaag is verschenen.

De Inspectie voert onder meer administratieve controles uit bij bedrijven die chemisch afval verwerken. Vorig jaar werden zes van de grootste bedrijven gecontroleerd. Van die controle ging volgens de Inspectie een preventieve werking uit.

De Inspectie constateerde onder meer dat twee bedrijven te veel met pcb's verontreinigde afgewerkte olie in voorraad hadden. De verwerking daarvan bleek uiterst kostbaar.

Volgens de Milieu-inspectie heeft de handhaving van het milieubeleid bij de overheid in 1989 een hogere prioriteit gekregen. Bij diverse politiekorpsen en bij het Openbaar Ministerie wordt de milieutaak nu daadwerkelijk opgepakt. Een adequate handhaving vereist echter dat de verschillende instanties Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, politie, Openbaar Ministerie hun activiteiten beter op elkaar afstemmen.

In 1989 stelden de regionale milieu-inspecteurs vijftien keer een beroep in tegen een besluit van provincies of gemeenten. Bij eenderde deel van de beroepen weigerde het bevoegd gezag, tegen het advies van de inspectie, LPG-tankstations te sluiten.

Ook werd vaker dan voorheen beroep ingesteld in geval van intensieve veehouderijen in voor verzuring gevoelige gebieden. Deze veehouderijen hadden volgens de Inspectie ten onrechte een vergunning gekregen. Het instellen van beroep krijgt steeds meer het karakter van een handhavingsinstrument, aldus de Inspectie.