'In Bagdad minder voedsel te krijgen'

DEN HAAG, 22 aug. Schattingen van Westerse ambassadeurs in Bagdad hoe lang Irak een economische blokkade kan volhouden, lopen uiteen van drie tot achttien maanden. Dat zegt de Nederlandse ambassadeur in Irak, dr. N. van Dam, vanmorgen in een telefonisch gesprek. Van Dam is Arabist en spreekt vloeiend Arabisch. 'Niemand kan natuurlijk zeggen hoe lang ze deze blokkade precies kunnen volhouden. Bij het maken van een schatting moet je er rekening mee houden dat Irak een landbouwland is dat zelf voor een groot aantal basisvoorzieningen op voedselgebied kan zorgen. Olie hebben ze ook genoeg. Bovendien is dit het best functionerende land in de regio.'

Op de markten in Bagdad wordt volgens hem merkbaar minder voedsel aangevoerd. 'Iedereen met wie je spreekt, bevestigt dat ook: er is al duidelijk minder verkrijgbaar. Hoe dat elders in het land is, weet ik nu niet.' Van enige discriminatie van buitenlanders bij de verkoop van voedsel is geen sprake. Het Iraakse regime zei enkele dagen geleden dat Westerlingen in het land bij de distributie van voedsel niet bevoordeeld zouden worden, daarmee de suggestie wekkend dat ze juist benadeeld zouden worden. 'Het was natuurlijk de bedoeling van de autoriteiten hier om het Westerse publiek te schokken, in de hoop de vastbeslotenheid over de blokkade te ondermijnen.'

'De Iraakse leiding is naar mijn inschatting verrast door de zeer eensgezinde negatieve reacties, overal in de wereld, op de inval in Koeweit. Of zij daardoor van tactiek zijn veranderd, is uiteraard moeilijk te schatten. Toch lijkt het er op, dat ze het plan om buitenlanders als een soort gijzelaars in te zetten aanvankelijk niet hadden. Op dat idee lijken ze te zijn gekomen toen ze met zo'n massaal, internationaal verzet werden geconfronteerd.'

De ambassadeur wil niet speculeren over de vastbeslotenheid van het regime om het eventueel op een gewapende confrontatie te laten aankomen. 'Er zijn echter geen tekenen die er op wijzen dat zij bereid zouden zijn zich onvoorwaardelijk uit Koeweit terug te trekken, zoals dat door de wereld wordt geeist. ' Het straatbeeld in Bagdad is volgens Van Dam niet veel veranderd, zij het dat er op strategische punten, zoals rotondes, nu militairen staan. De stad maakt echter helemaal niet de indruk van een belegerde veste.

In Bagdad kunnen volgens ambassadeur Van Dam buitenlanders zich zonder problemen verplaatsen. Diplomaten moeten, evenals voor 2 augustus, toestemming vragen buiten de stad te mogen gaan, andere buitenlanders mogen dat zelfs zonder toestemming. 'Toe nu toe had dat echter weinig zin, omdat ze toch de grens niet over mochten.'

Hij bevestigt dat de situatie van de Nederlanders in Irak 'naar omstandigheden redelijk wel is'. 'We kunnen echter niet genoeg benadrukken dat het vasthouden van buitenlanders een uitermate ernstige zaak is. Deze mensen verkeren in grote onzekerheid, ook de Nederlanders. Enkelen van hen hebben het er zeer moeilijk mee om deze toestand te accepteren.' Van Dam staat in geregeld contact met de ruim veertig Nederlanders in Bagdad en omgeving, die in drie groepen kunnen worden ingedeeld: gestrande toeristen, gestrande zakenmensen en mensen die in Irak wonen en voor Nederlandse of Iraakse bedrijven werken. In het zuiden van het land, bij Umm Qum, zijn daarnaast nog 104 werknemers van Volker Stevin en Boskalis aan het baggeren. 'Wij hebben dagelijks als ambassadeurs, zowel van de twaalf EG-landen als in bredere kring, contact met elkaar. We wisselen zeer openhartig informatie uit en we laten geen gelegenheid voorbij gaan om de autoriteiten te laten weten dat we de huidige situatie niet accepteren.' Van Dam zelf heeft, zoals hij zegt, 'zeer onlangs' nog een gesprek gevoerd met de Iraakse minister van buitenlandse zaken, tevens vice-premier, Tariq Aziz. Over de inhoud van dat gesprek wil hij alleen kwijt, dat hij met grote nadruk heeft aangedrongen op toestemming voor de Nederlanders om het land te mogen verlaten, indien ze dat willen.

Problemen om met de autoriteiten in contact te komen, heeft de ambassade niet. 'We worden bereidwillig te woord gestaan. Je merkt dat ze graag met ons willen blijven communiceren. Ze leggen er ook steeds de nadruk op dat we er, als het ware gezamenlijk, alles aan moeten doen om een gewapende confrontatie te voorkomen.'

Ook contacten met normale burgers verlopen als voordien. 'De Irakezen zijn even vriendelijk als altijd. Van die contacten moet men zich echter niet een te grote voorstelling maken; het regime weet al jarenlang contacten tussen buitenlanders en Irakezen met succes te ontmoedigen, om het maar voorzichtig uit te drukken.' Tegenover de eigen bevolking, zegt Van Dam, doen de Iraakse autoriteiten het voorkomen alsof er een confrontatie van buitenaf is uitgelokt. 'Daarbij verzwijgen ze zonder uitzondering hardnekkig, dat zij het zelf zijn geweest die Koeweit zijn binnengerukt en daarmee een internationale reactie hebben uitgelokt.'

Op mogelijk verzet door de bevolking tegen het regime wil Van Dam niet speculeren. 'In principe kan zoiets altijd groeien. Maar dit regime is uitstekend georganiseerd, het beheersapparaat loopt geolied en na acht jaar oorlog met Iran is men ook in staat om op korte termijn grotere operaties te organiseren.'