Gasunie adviseert industrie over milieu en energie

GRONINGEN, 22 aug. De Gasunie brengt de komende drie jaar, samen met de Vereniging Krachtwerktuigen en de Stichting industriele grootverbruikers energie (SIGE), energiegebruik en milieuvervuiling van de grootste ondernemingen in Nederland in kaart. Op basis daarvan worden in de twee jaar daarna (gratis) technische adviezen verstrekt die kunnen leiden tot een aanzienlijke bezuiniging op energieverbruik en tot vermindering van de uitstoot van schadelijke stoffen.

Tien miljoen gulden heeft Gasunie voor dit grootscheepse onderzoek uitgetrokken. Zij stelt ook een projectteam beschikbaar, aangevuld met technische deskundigen en specialistische kennis van ingenieursbureaus. Deze inspanning beoogt een veelvoud van het onderzoeksbudget aan investeringen uit te lokken: ongeveer 70 miljoen gulden of gemiddeld 200.000 gulden per bedrijf. Als het allemaal lukt, wordt op deze manier de 'trendbreuk' in het maatschappelijk gedrag, die minister Alders in zijn NMP-plus van juni bepleit, wat de grote industrie betreft gerealiseerd. Het Milieuplan Industrie van Gasunie beoogt aan Alders' plan tegemoet te komen, vooral door de efficiency in het energieverbruik van grote bedrijven te verbeteren. Daardoor moeten minder kooldioxyde (CO) en verzurende stoffen stikstofoxyden (NOx) en zwavelzuur (SO) in het milieu komen. Als Gasunie deskundigheid tekort komt bij de advisering over milieuverbeteringen in bedrijven schakelt zij ingenieursbureaus in.

Het NMP-plus stelt normen: stabilisatie van de CO-emissie en vermindering van verzurende emissies. Maar voor de concrete aanpak door de industrie heeft de regering en beroep gedaan op initiatieven van het bedrijfsleven.

Bij de Gasunie en haar twee partners is het optimisme over medewerking van de bedrijven vrij groot. De beoogde doorlichting van de 350 grootste industrieen in ons land kan een aanzienlijke besparing opleveren, zegt ir. E. A. de Wit, voorzitter van SIGE in zijn Hilversumse kantoor.

De Wit kent de grootverbruikers als zijn binnenzak. 'Mijn optimisme is vooral gebaseerd op vertrouwen in de technologische ontwikkeling. Die staat niet stil. Voorbeelden? Denk aan de nieuwe techniek die Hoogovens nu toepast bij het gieten van staal, waarbij enorm op energie wordt bespaard. Verder staat de vervanging van gasturbines in grote bedrijven, die dertig procent meer rendement opleveren, voor de deur.' De Wit noemt ook een nuttig effect van het onderzoek op langere termijn: bij vervanging en vernieuwing van fabrieken en processen krijgt de energie-efficiency meer aandacht. 'Als je eenmaal een hele 'process unit' vervangt, kun je bij het doelmatiger gebruik van energie en de milieutechniek in een stap flink wat bereiken.'

Hij waarschuwt dat voor dergelijke grote investeringen wel een groeiende markt nodig is. Ir. R. J. van Hasselt, directeur van de Vereniging Krachtwerktuigen in Amersfoort, noemt de papierindustrie als voorbeeld van een bedrijfstak waarin een grote energiebesparing haalbaar is. 'Een uitvoerig branche-onderzoek heeft hier bewezen dat een nieuwe techniek voor het drogen van papier zeker 25 procent minder kost. ' Ook de warmte-krachtkoppeling, het nuttig gebruik van restwarmte in de industrie waar Krachtwerktuigen in is gespecialiseerd, kan volgens Van Hasselt nog een flinke bijdrage leveren. Volgens G. H. B. Verberg, commercieel directeur van Gasunie, is binnenkort ook een 'vervangingsgolf' voor gasgestookte ketels in de industrie te verwachten, omdat veel ketels zo'n 15 jaar geleden zijn aangeschaft. Gasunie heeft Hoge-rendementsketels ontwikkeld die 25 procent minder aardgas gebruiken en werkt aan verbetering van industriele gasbranders door toepassing van nieuwe materialen die de uitstoot van stikstofoxyde 'substantieel' zullen verminderen, zegt Verberg.

Hij bevestigt dat het initiatief van Gasunie de verkoop van meer aardgas tot gevolg kan hebben. 'Maar dat is niet ons eerste doel. Het gaat ons om het imago van het produkt, we willen graag dat onze afnemers gas een goed produkt, een relatief schone brandstof blijven vinden en we willen ze behulpzaam zijn er zo efficient mogelijk mee om te gaan.'

Voor Gasunie is het geen probleem als de Nederlandse aardgasvoorraad sneller opraakt wanneer de industrie meer gaat gebruiken. 'Er is nog reserve voor een lange periode en in de toekomst kunnen wij voldoende aardgas uit het buitenland inkopen.' Gasgestookte installaties produceren minder dan de helft van het schadelijke CO dan kolengestookte. De vervangingsmogelijkheden zijn evenwel beperkt; elektriciteit en aardgas nemen namelijk al 90 procent van de industriele brandstofvoorziening voor hun rekening. De overblijvende 10 procent bestaat voor de helft uit kolen en zware olie die te vervangen zijn door gas. De andere helft bestaat uit bepaalde gassen en destillaten die bij produktieprocessen ontstaan en worden benut voor verwarming, legt de SIGE-voorzitter uit. De rol van kolen is heel beperkt:1 procent ofwel zo'n 350.000 ton per jaar die vrijwel geheel door twee mammoetbedrijven worden verstookt: Akzo en DSM. 'Wij mikken ook op een duurzame beperking in het gebruik van energie en schaarse grondstoffen', zegt De Wit. 'Maar dan moet je ingrijpen in de produktieprocessen. Dat gaat verder dan het initiatief van Gasunie en dan praat je over een langere periode. Dat wordt door de markt gestuurd. Dan gaat het om de vraag of je voor bepaalde toepassingen kunststoffen gebruikt in plaats van bijvoorbeeld hout en of je staal vervangt door aluminium.' De vraag is of dit Milieuplan Industrie niet mede is ingegeven door afkeer van milieuheffingen en nieuwe regelgeving, mogelijkheden die minister Alders in zijn NMP-plus achter de hand houdt? Gasunie-directeur Verberg: 'Als we hier succes mee boeken, zijn geen additionele regels nodig. Die zouden alleen maar knellend zijn voor het bedrijfsleven. De regering acht medewerking van de industrie voor verbetering van het milieu essentieel. Welnu, de kracht van ons plan is dat we maatwerk leveren: we helpen individuele bedrijven om zelf maatregelen te nemen'.