'Fluwelen revolutie nog niet voorbij'

PRAAG, 22 aug. Tijdens de eerste openbare herdenking van de invasie van troepen van het Warschaupact in augustus 1968 heeft de Tsjechoslowaakse president, Vaclav Havel, gisteren gezegd dat de 'fluwelen revolutie nog niet voorbij is' en dat het land nog kampt met 'de zware erfenis van het totalitarisme'. Tijdens een toespraak tot naar schatting honderdduizend mensen op het centrale Wenceslausplein in Praag zei hij dat 'het belangrijkste nog moet gebeuren'.

In vele gemeenten, aldus Havel, maken 'reusachtige bureaucratische monsters' nog altijd de dienst uit, een 'mafia' die sleutelfuncties op elk niveau van de samenleving bezet en hervormingen saboteert. 'De samenzweerders van vandaag kunnen niet meer rekenen op machtige buitenlandse legers', aldus Havel, refererend aan de vijf legers uit de buurlanden die in augustus 1968 een eind maakten aan de hervormingen van de Praagse Lente. 'Nu zullen we onszelf de schuld moeten geven als we die samenzweerders de gelegenheid geven ons te overmeesteren. We hebben twintig jaar verloren en we kunnen ons niet veroorloven nog een enkele dag te verliezen.'

De voormalige dissident sprak tegen dat de revolutie die eind vorig jaar een eind maakte aan het socialisme was mislukt, zoals hijzelf onlangs suggereerde toen hij repte van de noodzaak van 'een tweede revolutie'. Hij hekelde wel het te trage tempo van de hervormingen, het ontbreken van nieuwe wetten en de te omvangrijke bureaucratie: 'Onze revolutie is nog niet voltooid.' De bijeenkomst van gisteren was de grootste sinds november. Op het plein was met een hijskraan een tank op zijn kant gezet, als symbool van de overwinning op het socialisme. Op de onderkant van de tank was het woord Solidariteit geschilderd, naar de Poolse vakbond die deze maand tien jaar bestaat. De menigte werd gisteren toegesproken door de voorzitter van het parlement, Alexander Dubcek, de leider van de Praagse Lente van 1968, en door Jelena Bonner, de weduwe van Andrej Sacharov. De Tsjechoslowaakse televisie zond gisteren een vraaggesprek uit met de Bulgaarse premier, Loekanov, die zei dat de Bulgaren 'zich moeten schamen' aan de inval van 1968 te hebben deelgenomen. (AP)