Een Hitler?

Historische vergelijkingen dienen om verhoudingen van dit ogenblik te verhelderen, voorspellingen een steviger grondslag te geven en daardoor een bepaald beleid te rechtvaardigen of juist af te keuren. De crisis in de Golf heeft op die manier drie vergelijkingen uitgelokt: 1. Saddam Hussein is de tweede Hitler; 2. de verhouding tussen het Westen en de Arabische wereld heeft enige overeenkomst met die in 1956 nadat Gamal Abdel Nasser het Suezkanaal had genationaliseerd; 3. de grootscheepse opbouw van de Westelijke strijdkrachten in Saoedi-Arabie brengt het gevaar van een 'Vietnamese ontwikkeling' met zich mee.

Saddam Hussein lijkt op Hitler zoals iedere staatsman of politicus die zich een ander land toeeigent, er zijn eigen bewind installeert en dat met een systeem van leugens een legale grondslag probeert te geven. Volgens deze definitie wemelt het in de geschiedenis van Hitlers. Verder zijn er meer verschillen dan overeenkomsten tussen de Oostenrijker en de Arabier. De dictator van Irak heeft een achtjarige vernietigingsoorlog niet gewonnen, maar vorige week zijn eigen inter-Arabisch 'Versailles' gemaakt door een nadelige vrede met Iran te tekenen. Voor hij zich meester maakte van Koeweit, heeft hij geen economisch en industrieel herstel in zijn eigen land tot stand gebracht, dat langdurige militaire inspanning mogelijk zou maken. Hitler is zijn avontuur begonnen nadat hij tussen 1933 en 1938 Duitsland in alle opzichten weer in een wereldmacht had veranderd. Tussen 1938 en 1941 heeft hij daarna, verblind door het voortgezette succes, het bondgenootschap doen ontstaan dat hem heeft vernietigd. Saddam Hussein heeft er een maand over gedaan om zo'n alliantie tegen zich te mobiliseren. Irak is een verzwakte dwerg vergeleken met nazi-Duitsland.

De sterkte van Saddam Husseins positie ligt in de wanhopigheid en de daaruit voortkomende bereidheid, de inzet van zijn spel steeds te vergroten. Daarbij, blijkt nu steeds duidelijker, is hij de kampioen van de Arabische wrok, het gevoel van verongelijktheid, de overtuiging dat men daar het uitgebuite slachtoffer van de hele wereld is. Buiten de Arabische wereld weet men dat de Arabieren zelf de grootste verkwisters van hun olie zijn, met hun feodale systemen, op hun jachten of in hun oorlogen.

Voor ten minste de helft van de Arabische wereld doen die argumenten niet terzake: de schuld van alles ligt volledig bij het Westen. Evenmin als andere pan-Arabische leiders zal Saddam Hussein dat deel van de wereld moderniseren. Onder zijn hoede wordt de chaos groter, vernietiging waarschijnlijker. Maar dit zijn overwegingen die onder de gegeven omstandigheden niet tellen. Hij bevindt zich op de top van de golf. Het revanchisme wordt sterker naarmate het, zoals nu het geval is, meer successen schijnt te behalen. Als Saddam Hussein een 'Hitler' is, dan is hij een heel eigenaardige, een omgekeerde, een 'Hitler' die zijn avontuur is begonnen niet ver van het punt waar de echte is geeindigd.

Lijkt de situatie op die van 1956, nadat Nasser het Suezkanaal had genationaliseerd? Misschien verschillen de beweegredenen van beide Arabische leiders niet zo veel, maar de omstandigheden zijn heel anders. Nasser was een kundig exploitant van de Koude Oorlog. Zijn nationalisatie van de fameuze waterweg trof de voormalige 'grote mogendheden' Engeland en Frankrijk diep in de ziel. Na meer dan tien jaar moeizame dekolonisatie was er van hun incasseringsvermogen en de daarmee verbonden politieke koelbloedigheid niet veel meer over. Ze vergisten zich in Nassers staatsmanschap, in het belang van het Suezkanaal, in de Amerikaanse reactie en in hun eigen militaire kracht. Meer fouten konden ze niet maken en de Suez-actie eindigde in een nederlaag.

Saddam Hussein is een intelligente speler, maar het annexeren van een onafhankelijk land is iets heel anders dan het nationaliseren van een kanaal, hoe belangrijk ook. Nasser heeft in 1956 niet zijn toevlucht genomen tot terroristische politiek. Op de achtergrond wist hij zijn grote beschermer en financier, de Sovjet-Unie, en hij was zeker van de steun der niet gebonden landen. De beslissing om geweld te gebruiken heeft hij aan zijn tegenstanders overgelaten. Daaruit blijkt al dat hij geen va banque heeft gespeeld en daardoor heeft hij tenslotte gewonnen wat hij wilde hebben.

Dreigen de Golfstaten tot een 'nieuw Vietnam' te worden? Verdiepen we ons niet in de krijgskundige verschillen (al is een jungle iets heel anders dan een woestijn). De oorlog in Vietnam werd door de Amerikanen gevoerd tegen het 'wereldcommunisme' en politiek gerechtvaardigd met behulp van de 'dominotheorie'. Viel Zuid-Vietnam, dan zouden de andere Aziatische naties als dominostenen volgen. Buiten de Verenigde Staten, en steeds meer ook daarbinnen, groeide de twijfel. De Amerikanen hebben in Vietnam nooit bondgenoten gehad. Daar werd, zei men, de verkeerde oorlog op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats gevoerd. Van een dergelijke mening is nu in het Westen en in de voormalige socialistische wereld niets te bespeuren. Niemand heeft nog met de kracht van overtuiging gezegd dat nu een verkeerde politiek op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats wordt gevoerd.

Maar het is dan ook nog geen oorlog. Op het ogenblik hangt alles ervan af hoe de tegen Irak verzamelde strijdkrachten zullen worden gebruikt. Verdere expansie van Irak is er onmogelijk door geworden, tenzij Saddam Hussein een politiek van zelfmoord wil volgen. De strijdmacht heeft op het ogenblik haar grootste nut als politiek instrument, ten eerste als afschrikkingsmiddel en ten tweede doordat de deelnemende landen sterker en duurzamer aan het bondgenootschap tegen Irak worden gebonden. Dit laatste is van belang omdat de oplossing met de geringste mate van geweld de meeste tijd zal vergen.

De strijdmacht moet groot zijn, opdat het front tegen Saddam Hussein geloofwaardig blijft. Hij is nog geen 'Hitler'; het gaat erom te voorkomen dat hij er in een letztes Aufgebot een zou kunnen worden.