DE VEROVERING VAN NEDERLAND

Een nieuwe verslaving bedreigt Nederland: Nintendomania. Na Japan en de VS wil 's werelds grootste fabrikant van computerspelletjes - Nintendo - nu ook Europa veroveren. Sommigen spreken over 'een gevaar voor de volksgezondheid', maar aan die kwalificatie heeft de Japanse producent geen boodschap. 'De Aanval' wordt aanstaande vrijdag bij de opening van de Firato ingezet.

In Japan en de Verenigde Sta ten is het bedrijf bekender dan Philips, populairder dan Lego, winstgevender dan Unilever en meer omstreden dan Shell. Maar in Europa kent vrijwel niemand nog 's werelds grootste fabrikant van computerspelletjes: het Japanse Nintendo. Daar komt binnenkort verandering in.

De 101-jaar oude onderneming, van oorsprong fabrikant van speelkaarten, begint deze zomer namelijk een grootscheepse campagne om ook Europa Nintendo-gek te maken. Daarbij volgt de firma het beproefde scenario van haar meest succesvolle computerspelen, getuige de brochure 'De verovering van Nederland' die Bandai, de Nederlandse verkoopmaatschappij, met gulle hand in de elektronica-branche verspreid heeft. De hoofdstukken dragen kloeke titels als 'De Strategie', 'De Wapens', 'De Aanval', 'De Slag' en 'De Beloning'. Ouders, detailhandel, welzijnswerkers en advocaten kunnen maar beter gewaarschuwd zijn.

Amerikaanse psychologen zeggen dat de spelletjes (zoals Top Gun, Wild Gunman, Gunsmoke, Ikari Warriors, Wrestlemania, Rush 'n Attack) leiden tot een verarming van de emotionele beleving bij tieners. Daar staat tegenover dat de firma het Amerikaans met minimaal drie nieuwe woorden heeft verrijkt. Amerikaanse media spreken over 'Nintendomania', sinds de spelletjes drie jaar op rij het best verkochte Kerstcadeautje vormden. Nadat de onderneming eerst de jongens tussen zeven en veertien jaar in haar ban bracht, breidde ze haar magische invloed systematisch uit naar de andere sexe, andere leeftijdsgroepen. Inmiddels is 43 procent van de Amerikaanse Nintendo-volgelingen ouder dan achttien, eenderde bestaat uit vrouwen. Een op de vier Amerikaanse huishoudens heeft een Nintendo-apparaat.

De rage heeft ook een aantal ongewenste bijeffecten. Hulpverleners, onder meer in New York, Chicago en San Francisco, zien zich in toenemende mate geconfronteerd met Nintendo-verslaafden. Sommigen van hen lijden aan 'Nintendinititis', een pijnlijke ontsteking van de duimpees, veroorzaakt door veelvuldige bediening van de spelcomputer. Anderen gaan gebukt onder 'Nintendo-epileptie', een epileptievorm die opgewekt wordt door lichteffecten op het beeldscherm.

Deze uitwassen en de overdosis aan geweld in veel van de spelletjes hebben het Amerikaanse blad Newsweek verleid tot een hoofdredactioneel commentaar, waarin Nintendo een gevaar voor de geestelijke volksgezondheid wordt genoemd. Bertus de Jong, product/salesmanager van de Nederlandse Nintendo-vertegenwoordiger Bandai kan daar alleen maar ongelovig om lachen. 'Een auto is ook een gevaar voor de volksgezondheid', zegt De Jong. 'En toch willen de mensen niet zonder.'

Actiegroepen

Ook het ontstaan van anti-Nintendo-actiegroepen heeft de opmars van de Nintendo Entertainment Systems, aan te sluiten op de televisie, en van de draagbare Game Boys niet kunnen stuiten. In Japan, waar al meer dan een op de drie huishoudens tot Nintendo is bekeerd, heeft het concern al veertien miljoen spelcomputers verkocht en daar komen er dit jaar naar verwachting nog eens zo'n anderhalf miljoen bij. Nintendo schat dat het aantal verkochte apparaten in de VS dit jaar zelfs van twintig tot dertig miljoen zal stijgen.

Die verkoopsuccesen weerspiegelen zich in de resultaten van het concern. De omzet in het lopend boekjaar dat eindigt op 1 september, zal met 2,7 miljard dollar ongeveer de helft hoger liggen dan in de vorige twaalf maanden. De winst voor belasting zal de 700 miljoen dollar ruim te boven gaan.

Daarmee eigent Nintendo zich een royale beloning toe voor de uitgekiende manier waarop ze een markt weer nieuw leven heeft ingeblazen, die halverwege de jaren tachtig als een blindganger in elkaar was geklapt. Tussen 1979 en 1983 verzesvoudigde de verkoop van computerspelletjes in de VS van 330 tot 2000 miljoen dollar. Maar in 1984 schrompelde de markt ineen tot 800 miljoen dollar. In 1985 bereikte de verkoop met 100 miljoen dollar zijn dieptepunt.

Ironisch genoeg hadden de fabrikanten van spelcomputers die ineenstorting zelf veroorzaakt. De aanvankelijk exploderende markt lokte zoveel mededingers dat al snel een gigantische overcapaciteit ontstond, die uitmondde in een allesverzengende prijzenoorlog. Daarbij kwam dat een stortvloed van inferieure spelletjes de kopers kopschuw maakten, terwijl de kwalitatief goede spelletjes op grote schaal werden gekopieerd. Zo ondermijnde de branche haar eigen fundamenten.

Maar net zoals de held in menig videospel bleek de bedrijfstak dankzij Nintendo over meer dan een leven te beschikken. Daarvoor was het wel eerst nodig om de Amerikaanse detailhandel, die net grote verliezen had geleden door de neergang van de Video Games, ervan te overtuigen dat de verkoop nooit meer zou kunnen eindigen in een dergelijk bloedbad. Nintendo deed dat door te garanderen dat het nieuwe Nintendo Entertainment System alleen die hoogwaardige spelletjes zou accepteren die door Nintendo goedgekeurd waren. Een speciale chip voorkomt dat piratenversies en andermans maaksels op het apparaat kunnen worden afgespeeld.

Informatielijn

Verder beloofde Nintendo de detailhandel een ongekende brede en grootscheepse verkoopondersteuning, niet alleen via landelijke tv-commercials, maar ook via een eigen blad, waarin informatie wordt gegeven over bestaande en nieuwe spelletjes, en via een informatielijn voor wanhopige spelers, die een bepaald spel op eigen kracht niet tot een goed einde kunnen brengen. Inmiddels heeft dat blad, Nintendo Power, een betaalde oplage van twee miljoen exemplaren. De informatielijn, bemand door ruim honderd adviseurs, wordt dagelijks gemiddeld bijna 15.000 keer gebeld. De Nintendo-aanpak heeft er niet alleen toe geleid dat de Amerikaanse verkoop voor computerspelletjes dit jaar een recordomvang van meer dan vier miljard dollar bereikt. De gevoerde strategie heeft er ook voor gezorgd dat de Japanse firma op die markt bijna alleenheerser is. Nintendo claimt in Japan een marktaandeel van 95 procent, in de VS een aandeel van tachtig procent.

Een smet op dat succes is de beschuldiging van Amerikaanse overheidsfunctionarissen dat die hegemonie het resultaat is van oneerlijke concurrentie. Een werkgroep van het Amerikaanse Congres onderzoekt of het bedrijf in strijd met de anti-kartel-wet gehandeld heeft. Vooral het licentiebeleid van Nintendo zou concurrentiebeperkend zijn.

De Japanse firma geeft softwarebedrijven alleen maar toestemming om spelletjes voor de Nintendo-apparaten te ontwikkelen, op voorwaarde dat ze geen versies maken voor de concurrentie en de spelletjes laten produceren door Nintendo. Ook moeten ze erin toestemmen, dat Nintendo bepaalt of een spel op de markt wordt gebracht en in welke aantallen dat zal gebeuren. In een poging om aan die wurggreep te ontkomen zijn twee Amerikaanse softwarehuizen onlangs naar de rechter gestapt.

Marktverzadiging

Maar Nintendo maakt zich ogenschijnlijk weinig zorgen over de uitkomsten van die juridische procedure en het onderzoek van de Congres-commissie. Veel drukker maakt het concern zich over de marktverzadiging die in Japan en de VS op korte termijn optreedt en die een einde dreigt te maken aan vijf jaar van onstuimige groei. Dat is ook de reden, dat Nintendo het front nu verlegt naar het nog vrijwel onontgonnen Europa.

In Europa heeft Nintendo de afgelopen jaren in totaal niet meer dan een schamele 800.000 spelcomputers afgezet. De Jong van Nintendo-vertegenwoordiger Bandai wil niet zeggen wat in Nederland de penetratiegraad is, maar kan zich vinden in de kwalificatie 'bescheiden'.

Een indicatie: het Nederlandstalige blad 'Club Nintendo' heeft een oplage van 16.000. Dat Nintendo zich tot dusverre alleen maar schoorvoetend heeft bewogen op de Europese markt, heeft er volgens De Jong mee te maken dat ze die als 'moeilijk' beschouwt. De verkoopondersteuning kan niet continentaal worden aangepakt. Elk land vergt een eigen promotieblad en een eigen reclamecampagne.

Daarbij komt, zegt De Jong, dat de Europeaan minder dan de Japanner of de Amerikaan gevoelig is voor rages. Maar hij twijfelt er niet aan, dat de Europese markt voor computerspelletjes uiteindelijk net zo'n hoge vlucht zal nemen als in Japan en de Verenigde Staten. Voor Nederland voorziet hij dit jaar alvast een verkoopverdubbeling.