De sterkste en de stomste

Waartoe een klein land niet in staat is. Met slechts een paar miljoen inwoners meer dan Nederland heeft Irak de Verenigde Staten in de ban, jaagt het land de hele wereld de stuipen op het lijf met zijn controle over veertig procent van de bekende olievoorraad, en zou het best eens een wereldwijde economische recessie teweeg kunnen brengen, te beginnen in de Verenigde Staten. Dat is nogal wat.

Wat er ook gebeurt, Saddam Hussein en zijn landgenoten zullen de Amerikanen tenminste drie dingen duidelijk maken. Ten eerste: het zogenaamde conflict met het Oostblok is een handige afleiding geweest van het werkelijke conflict tussen Noord en Zuid. Ten tweede: het machtsvertoon waartoe Irak de Amerikaanse reus heeft verleid, zal laten zien dat de reus verzwakt is en kwetsbaar. Ten derde: de acties van Irak tonen aan dat de reus stommer kan zijn dan een ezel. Want dit is de derde keer dat de VS zich aan dezelfde steen stoten en overdreven reageren op stijgende olieprijzen.

De eerste keer was in 1973 toen Opec de rest van de wereld van haar bestaan bewust maakte. De olieprijzen schoten omhoog, de oliemaatschappijen profiteerden van de paniek door hun winstmarges flink te verhogen en de daaruit voortvloeiende stijging van energieprijzen veroorzaakte een versnelling van de inflatie. Dat zou allemaal nog niet zo erg zijn geweest als de Amerikaanse centrale bank niet aan de paniek had bijgedragen. In plaats van deze eenmalige inflatieversnelling toe te staan, ging ze haar te lijf met een flinke rentestijging. De rentegevoelige sectoren zoals de bouw stortten in en de Amerikaanse economie kwam in een recessie terecht. De werkloosheid verdubbelde in 1975 tot 8,3 procent van de beroepsbevolking.

De Amerikanen leken hun les te hebben geleerd. Ze begonnen van Japanners kleinere auto's te kopen en eigen energiebronnen aan te boren. Gas en kolen, waarvan de VS enorme hoeveelheden in de grond heeft zitten (er zijn genoeg kolen voor nog 300 jaar), werden de belangrijkste natuurlijke bronnen voor de verwarming van huizen en de opwekking van electriciteit. Texas werd rijk dankzij zijn olievoorraden. Het was weliswaar vrij duur deze olie uit de grond te halen - ongeveer 22 dollar per vat tegenover een of twee dollars voor olie uit de woestijn in het Midden-Oosten - maar het rendement was goed met een marktprijs van 32 dollar per vat.

Aldus verminderden de VS hun afhankelijkheid van buitenlandse olie. Maar met een enorm wagenpark dat het leeuwedeel van de Amerikaanse energieconsumptie voor zijn rekening neemt en dat in de vorm van olie, bleven de VS gevoelig voor acties van OPEC. Dat bleek bij de tweede schok in 1979. De olieprijzen schoten wederom omhoog en de centrale bank reageerde op dezelfde wijze als in 1974, namelijk met een forse anti-inflatiepolitiek. De daaropvolgende recessie was diep, zo diep dat men van een depressie sprak. In december 1982 bereikte de werkloosheid een ongekende 10,8 procent. De schrik leek er goed in te zitten.

Maar Amerikanen - en zij niet alleen - vergeten gauw. Zodra de olieprijzen weer daalden, werden hun auto's groter en sneller. De snelheidslimiet ging omhoog van 88 kilometer per uur naar 110 kilometer. Na een jarenlange daling nam de energieconsumptie per hoofd in 1988 weer toe. De olie-industrie in Texas is inmiddels ineengestort door de goedkope buitenlandse olie, en de VS importeren momenteel meer olie dan ooit - de helft van de totale consumptie.

Het is daarom niet verwonderlijk dat de VS zo verschrikt reageren op de aan oorlogswaan leidende Saddam Hussein, die met zijn bliksemsnelle verovering van Koeweit plotseling de grootste olievoorraad ter wereld bezit. Bush waarschuwt dat een nieuwe ronde van olieprijsstijgingen weer een recessie zal kunnen betekenen, net zoals in 1974-1975 en 1981-1982. Hoe verleidelijk het ook is Saddam Hussein en olie als de bronnen van al het kwaad en dus ook van de komende recessie in de Amerikaanse economie aan te wijzen, de redenering loopt mank. Olie levert slechts een kleine bijdrage in de totale economie. De totale waarde van de olie die de VS consumeren, bedraagt nog geen een procent van het bruto nationaal produkt. Een prijsstijging zal inflatie betekenen maar zodra de hogere olieprijs is geabsorbeerd, zal de inflatie weer omlaag gaan. Daarbij komt dat de benzineprijs in de VS nog steeds erg laag is - minder dan zeventig cent per liter. Als het autogebruik in Nederland een voorbeeld is, zou een verdubbeling zonder al te veel problemen verwerkt kunnen worden.

Belangrijker dan dit alles is dat zich reeds voor de huidige crisis tekenen van een aankomende recessie aandienden. Economische groei voor de eerste helft van 1990 was een schlemielige een procent, de werkloosheid sprong in juni van 5,2 naar 5,5 procent en de inflatie stond voor de olieprijsstijging al op 5,2 procent. De Amerikaanse economie is slecht voorbereid op deze tegenspoed. Teveel bedrijven hebben zich in de golf van fusies en overnames te diep in de schulden gestoken, de spaarbankencrisis (een direct gevolg van de ineenstorting van de olie-industrie in Texas) is een regelrechte financiele ramp, en het tekort op de overheidsbegroting neemt weer onrustbarende proporties aan. De economie verkeerde dus al in moeilijkheden voordat Saddam Hussein ingreep.

Misschien is de olie de druppel die de emmer van negatieve factoren doet overlopen. Die indruk wekken althans de financiele markten waar zowel de Amerikaanse aandelen als de dollar de afgelopen twee weken flink in waarde zijn gedaald. Een meerderheid van mijn Amerikaanse collega's voorspelt nu een recessie, terwijl men in juni nog optimistisch was. Maar zo'n recessie heeft de VS meer aan zichzelf te danken dan aan Saddam Hussein, want net zoals de afgelopen jaren reageert de VS op een overdreven manier.

Aan de centrale bank zal het deze keer niet liggen - die heeft zijn les geleerd. Het grote probleem zijn nu het Pentagon en de grootheidswaanzin van de VS. Het Pentagon wil blijven geloven dat de VS de grootste militaire macht ter wereld is. Reagan versterkte die illusie door de wapenwedloop met de Sovjet-Unie op de spits te drijven en die vervolgens nog te winnen ook. Dat is best zolang het Amerikaanse volk voor deze liefhebberij wil betalen. Maar consumptie bleek de voorkeur te hebben. Een van de gevolgen was dat de Amerikaanse economie afhankelijk werd van Japans en ander buitenlands kapitaal. De relatieve achteruitgang op technologisch gebied was een ander gevolg; de investering in militaire projecten ging ten koste van civiele technologische vooruitgang. De ontdooiing van de koude oorlog leek een goed moment om aan deze militaire belasting een einde te maken.

Maar voordat het zo ver kwam greep het Pentagon de kans die Saddam Hussein bood. Zonder inspraak van het Amerikaanse congres, dat op reces is, heeft het Pentagon binnen twee weken een reusachtig leger in het Midden-Oosten geplaatst. Amerika zal laten zien wie de sterkste is. Dat kost geld, juist terwijl de prioriteiten elders liggen. Dus terwijl Japan en de EG rustig doorgaan met hun economische ontwikkeling, negeren Bush en de zijnen de harde economische werkelijkheid en geven zich over aan een avontuur dat zeer waarschijnlijk zal verzanden in een economische recessie in eigen land. En dat is slecht nieuws voor de handelspartners van de VS, waaronder de EG.