Beurs geeft Pakhoed ruimte voor Furness-bod

ROTTERDAM, 22 aug. De vakbonden klagen er al jaren over: havenbaronnen kunnen niet samenwerken. Iedere keer als in de Rotterdamse haven gezamenlijk een herstructureringsplan moet worden uitgevoerd, praten de ondernemers over de noodzaak de rentabiliteit te verbeteren door de loonkosten te drukken. Maar intussen sturen ze ieder hun eigen vertegenwoordigers de wereld rond om tegen nog lagere tarieven lading naar de eigen terminal toe te trekken.

Terwijl vier jaar geleden de stukgoedbedrijven in Rotterdam praatten over een fusie, probeerde Furness-dochter Seaport nog een klant van Pakhoeds Multi-Terminals weg te kapen. Geen wonder dat het zogeheten Triton-plan mislukte. 'Het is een goede stap voor commerciele herstructurering. Je kunt ervan uitgaan dat we elkaar in een huis niet voor de voeten blijven lopen', liet Pakhoeds financiele man, drs G. Verhagen, zich dan ook fijntjes ontvallen bij de bekendmaking van het bod op Furness.

Dat roept als altijd de vraag op waarom het zolang heeft moeten duren tot Furness en Pakhoed elkaar vonden. Temeer daar volgens Furness-voorzitter mr. N. J. Westdijk Pakhoed aanvullend maar niet overlappend actief is op vijf van de zes werkgebieden waarop Furness zijn brood verdient.

Het antwoord ligt behalve in de harten van de havenbaronnen waarschijnlijk ook in de koers van hun aandelen op de effectenbeurs. Voor Furness werd zo'n zeven- tot achtmaal de winst per aandeel betaald. Pakhoed doet nu na een flinke inhaalrace ook achtmaal de winst per aandeel, die met of zonder Furness dit jaar naar schatting boven de 24 gulden zal liggen.

Dus kan Pakhoed nu zonder verwatering deels met aandelen betalen, in de verwachting dat beleggers liever aandelen Pakhoed dan aandelen Furness hebben, zonder in de eigen investeringsplannen (alleen de nieuwe terminal in Singapore kostte al 170 miljoen) te hoeven snoeien.

Pakhoed verwacht dit jaar een winstgroei van meer dan dertig procent, terwijl analisten weten dat Furness voor de volgende 10 procent extra hard moet vechten. Het herstel dat Furness de laatste jaren heeft laten zien is te danken aan bezuinigingen en aan het verschuiven van de activiteiten; minder overslag, meer werk op de wal. Verdere winstgroei zal Furness moeten halen via overnemingen en daarvoor is de kapitaalbasis te smal. Al was de onderneming bijzonder blij via het voorzichtige instrument van een warrant-emissie vorig jaar weer (zij het voor slechts 6,7 miljoen) op de aandelenmarkt terecht te kunnen om de benodigde uitbreidingsinvesteringen van 120 miljoen te financieren. 'Het is verheugend dat Furness door het toegenomen vertrouwen van de beleggers een succesvol beroep op de kapitaalmarkt heeft kunnen doen', aldus het laatste jaarverslag. Nu wordt de kapitaalmarkt echter gevraagd meer vertrouwen in de Pakhoed-aandelen te hebben dan in de Furness-stukken.

De aangeboden ruilverhouding ligt goed in de markt, zo valt uit de eerste reacties op te maken. Twee aandelen Furness voor een aandeel Pakhoed plus 130 gulden biedt aandeelhouders Furness een premie van ongeveer 25 procent boven de laatste beurskoers, ofwel ruim tienmaal de jaarwinst. Rest de vraag wat Pakhoed nu precies wil hebben. Het gehanteerde argument van uitbreiding van de eigen transport-poot ten spijt lijkt het leukste voor Pakhoed de natte-bulksector van Furness, die goed aansluit bij de eigen chemicalienopslag en transport. Bij Furness was de natte bulk (vervoer van bitumen, pek en teer en een tankopslag in Antwerpen) de enige sector waarvan in het jaarverslag kon worden gemeld: hij behaalde een goed resultaat.

Pakhoed onderkent het belang van dit deel van Furness door het apart onder te brengen bij de eigen dochter Broere, terwijl de andere Furness-onderdelen een plaatsje in Pakhoeds sector transport is toegedacht.

In de expeditie heeft Furness moeten toegeven dat de oorspronkelijke reorganisatie niet is gelukt en dat overneming van transportbedrijven in Duitsland moeilijk en duur is. Iets wat Nedlloyd ook heeft gemerkt. Misschien dat bij Pakhoeds wegvervoerder Rutges, waarvan de resultaten achter blijven bij de verwachtingen, wat synergie kan worden gevonden.

In de overslag van houtprodukten en fruit heeft Furness een sterke positie met respectievelijk 70 en 82 procent marktaandeel in Rotterdam. (De fruit-terminal kostte oorspronkelijk 70 miljoen gulden en wordt voor 60 miljoen uitgebreid). In de containeroverslag is Furness een kleintje, maar samen met Unitcentre van Pakhoed staat men sterker in de markt. In de Rotterdamse stukgoedoverslag doen Pakhoed en Furness ieder voor 20 procent mee, en in de Rotterdamse Haven Participatie Maatschappij en met samen 40 procent is het misschien wat makkelijker praten met de andere deelnemers.

In de cargadoorsactiviteiten heeft Furness met overheidssteun fors geinvesteerd in automatisering en daar kan Pakhoed van leren. Met de dealerbedrijven van Furness (dat 20 procent van alle DAF-vrachtwagens in Nederland en 30 procent van alle Fiat-bestelwagens verkoopt) gaat het de laatste tijd niet best en het zou niet verbazen wanneer deze activiteit (ruim 30 procent van de Furness-omzet) verdwijnt, evenals de door Furness zelf al als niet strategische activiteit afgezonderde graanoverslag.

Samengevat koopt Pakhoed een welkome aanvulling in de natte bulk, enkele goede marktniches als fruit- en houtproduktenoverslag en wat diversen. Met daarnaast de niet te verwaarlozen optie om met een andere bril te kijken naar nieuwe mogelijkheden in de nooit afgelopen herstructurering in de Rotterdamse haven, waar Pakhoed toch al dacht over een nieuwe containerterminal op de Maasvlakte. Pakhoed-topman ir. H. P. H. Crijns zei in zijn toelichting dat de nieuwe Furness/Pakhoed Transport Groep een gelijkwaardige derde poot van het Pakhoedconcern moet worden, als tegenhanger van de olie- en de chemicalienpoten. De sector transport loopt volgens hem conjunctureel in de pas met de wereldeconomie en de Nederlandse economie, terwijl de chemie veelal iets later zou volgen en de olie, zoals nu, onvoorspelbaar is. Een derde poot zou Pakhoed stabieler, sterker en gezonder maken.

Met een koersdaling van 10 gulden vanochtend vindt de beurs dat niet honderd procent overtuigend klinken. Het lijken aardige woorden voor de nieuwe fusiepartner, ontleend aan oudespeeches uit vroeger tijden toen Pakhoed in andere bedrijfssectoren stapte. Had Pakhoed echt in de transport gewild, dan waren er wel meer voor de hand liggende gegadigden geweest dan Furness.

Furness doet alsof Pakhoed als een goede suikeroom straks de financiele middelen beschikbaar zal stellen die Furness nodig heeft voor zijn expansie. Dat argument doet evenals de toelichting van Crijns denken aan lang vervlogen tijden, toen op deze basis conglomeraten werden gevormd. Maar het is tweesnijdend. Het kan aandeelhouders Furness ertoe aanzetten hun stukken in een onderneming waar geld bij moet om te wisselen.

Toch klinkt het wat sprookjesachtig dat de Furness/Pakhoed Transport Groep straks voor nieuwkapitaal bij de holding beter terecht kan dan nu bij de bank of op de markt. Om te beginnen moet de holding alleen al om Furness te verwerven meer dan 50 miljoen in contanten investeren. Bovendien is het altijd moeilijk voor een nieuwe dochter om extra geld te vragen. Dit keer speelt als complicerende factor dat die transportgroep zal worden geleid door E. W. Brongersma, nu nog lid van de raad van bestuur van Furness, die straks aan moet kloppen bij een holdingdirectie waarin mr. N. J. Westdijk, nu zijn collega in die raad, zitting zal hebben. De strategische achtergronden van de concentratie in de haven ogen mager. De overname van Furness lijkt meer een kans die Pakhoed niet kon laten liggen en waarbij achteraf de strategisch juiste verklaring is gezocht.