Amsterdamse haven is meer dan scheepvaartmuseum

Het evenement Sail '90 heeft in de geschreven pers velerlei reacties opgeroepen, zowel positief als kritisch, soms geestig en een enkele keer een doorwrocht mengelwerk van allerlei historische en actuele feiten. Dat laatste is van toepassing op het stuk van H. A. van Wijnen, afgelopen zaterdag in deze krant. Maar als Sail '90 wordt gesitueerd op 'de roestige kades van de Amsterdamse haven' en als over Sail wordt geconcludeerd: 'Is het niet veeleer een bonte, vijfjaarljkse kosmetische operatie die even de aandacht afleidt van de treurige tegenwoordige staat van de haven van Amsterdam, die nog maar weinig verschilt van een enigszins groot uitgevallen scheepvaartmuseum', dan beklemt dit de echte Amsterdamse havenman toch net iets te veel.

Het blijkt dat de tegenwoordige Amsterdamse haven gelegen ten westen van de stad op ca. 2.600 ha, ongeveer 5.000 zeeschepen ontvangend, 30 miljoen ton lading behandelend en 16.500 mensen werk verschaffend bij te veel mensen, onder wie Van Wijnen, onbekend is. In de voorbije 25 jaar heeft de haven zich van een ernstige terugslag hersteld. Na het dieptepunt in 1973 (oliecrisis) heeft de haven steeds stijgende transportcijfers te zien gegeven: van 17 naar 30 miljoen ton; in het totale Noordzeekanaal-gebied bedraagt het totale transport nu zelfs 45 miljoen ton.

In een recent notabene tijdens het Sail-weekend gehouden havensymposium werd nog eens uitgesproken, dat het Amsterdam-Noordzeekanaal-gebied wat grootte betreft in Europa het zevende en in de wereld het zeventiende havengebied is. Naast Rotterdam, de grootste haven ter wereld, valt zo'n haven gemakkelijk weg, maar dat is in feite onterecht.

Naast het feit dat de Amsterdamse samenleving in staat blijkt te zijn zo'n feestelijk evenement als Sail '90 te organiseren en tot een succes te maken en de stad de unieke ambiance biedt de Van Gogh-tentoonstelling tot een hoogtepunt te leiden, heeft ook de commerciele communiteit na een ernstige terugslag in het begin van de jaren zeventig een prima haven weten op te bouwen.

Zonder te zeer te vervallen in het ronkende jargon van de reclamefolders, toch een paar sterke punten van het Amsterdamse als economisch sterke regio: de grote luchthaven (40.000 arbeidsplaatsen), het Noordzeekanaal-gebied (38.700 arbeidsplaatsen), internationaal financieel centrum, stad van hoofdkantoren, telecommunicatie-centrum (teleport), toeristisch middelpunt en cultureel centrum. In deze reeks past het Noordzeekanaal-gebied als een belangrijk element, waarvan het Amsterdamse westelijk havengebied op uitstekende wijze plaats heeft geboden aan de 'verplaatsing' van bedrijven uit het oude, oostelijke havengebied (waar nu het Sail-evenement werd gehouden). In dit oostelijk havengebied is het gemeentebestuur van Amsterdam voornemens de nieuwe city-functie van de stad in moderne hoog oprijzende woon- en werkgebouwen gestalte te geven. Zo Van Wijnen met 'scheepvaartmuseum' dit oude havengebied bedoelt, dan zal mogelijk reeds tijdens de volgende Sail in 1995 de entourage van dit gebied eerder doen denken aan een museum voor moderne dan voor oude kunst. Nog niet zo lang geleden was het oostelijk havengebied de zichtbare (havenkranen), hoorbare (scheepshoorns) en geurende (specerijen, thee) poort naar het Europese achterland. De Amsterdamse haven heeft zich echter verplaatst westelijk van de stad.