Regering van de Bondsrepubliek stuurt geen schepen naar de Golf; Crisis komt voor de Duitsers nog te vroeg

ROTTERDAM, 21 aug. Voor de Westduitsers komt de crisis in de Golf eigenlijk nog wat te vroeg. Nu de Duitse eenheid bijna een feit is en de laatste lasten van het verleden worden afgeschud, zouden ze ook op het internationale politieke toneel een volwaardige rol willen spelen en schepen naar het gebied willen sturen, net als de andere Westerse landen. Het gaat toch niet aan, zo vinden vele Duitse politici en militairen, dat een economisch zo sterke mogendheid als de Bondsrepubliek de bescherming van een van haar belangrijke economische aanvoerlijnen aan anderen overlaat. 'Ook wij willen gerespecteerd worden door onze bondgenoten', aldus een hoge Westduitse militair vorige week tegenover een Britse krant. 'Sommigen van hen kun je horen zeggen 'o ja, de Duitsers houden zichzelf weer makkelijk en veilig ver van de moeilijkheden'. In tijden als deze schaam ik me ervoor dat ik een uniform draag.' De gegroeide interpretatie van de Westduitse grondwet staat het sturen van militaire eenheden naar de Golf niet toe, omdat die regio buiten het verdragsgebied van de NAVO ligt. In de Westduitse grondwet staat (artikel 87a) dat de Bondsrepubliek 'strijdkrachten ter verdediging' opstelt. Ze mogen slechts worden ingezet 'voorzover deze grondwet dat uitdrukkelijk toelaat'.

De enige mogelijkheid dat Westduitse eenheden optreden buiten de naoorlogse grenzen wordt beschreven in artikel 24 waarin staat dat de Bondsrepubliek 'zich ter bewaring van de vrede kan aansluiten bij een systeem van wederzijdse collectieve veiligheid'.

Sinds West-Duitsland zich in 1955 aansloot bij de NAVO is de gangbare interpretatie van deze twee bepalingen dat Westduitse troepen weliswaar buiten de Bondsrepubliek kunnen worden ingezet, maar niet buiten het verdragsgebied van de NAVO. In de Duitse politiek is overigens al geruime tijd een discussie aan de gang of deze interpretatie van de grondwet niet zou moeten worden verruimd. Drie jaar geleden, op het hoogtepunt van de oorlog tussen Iran en Irak, bepleitte Kohls adviseur voor buitenlandse zaken, Horst Teltschick, al een grotere internationale rol voor de Westduitse strijdkrachten. De regering van de Bondsrepubliek moet eens overwegen of ze niet meer internationale verantwoordelijkheden op zich zou moeten nemen. De grondwet biedt daarvoor 'veel meer mogelijkheden' dan meestal wordt aangenomen, aldus Teltschick toen. Toch ging de Bondsrepubliek toen niet in op het Amerikaanse verzoek om mijnenvegers naar de Golf te sturen en beperkte zich tot een gebaar van solidariteit door het sturen van enkele schepen naar het oostelijk deel van de Middellandse Zee.

Voorstanders van een grotere rol voor de Westduitse strijdkrachten bepleiten ook nu weer een ruimere interpretatie van de constitutie. Ze wijzen er op dat een besluit van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties tot het instellen van een militaire blokkade tegen Irak om dat land te bewegen zich uit Koeweit terug te trekken een verantwoorde basis zou zijn voor Westduitse deelname aan een internationale militaire operatie. Zo'n deelname zou immers te interpreteren zijn als aansluiting bij 'een systeem van wederzijde collectieve veiligheid' zoals omschreven in artikel 24. Ook bondskanselier Kohl leek in deze richting te denken toen hij de Italiaanse premier vorige week Duitse participatie beloofde 'binnen de juridische en praktische mogelijkheden'.

De Westduitse minister van defensie, Gerhard Stoltenberg, voegde daaraan toe zich te kunnen voorstellen dat het problematisch wordt voor de Verenigde Staten om als enige verantwoordelijk te zijn voor politieke avonturen en invasies in de regio's rondom Europa.

De Westduitse minister van buitenlandse zaken, de jurist Hans-Dietrich Genscher, heeft zich steeds met succes verzet tegen verruiming van de interpretatie van de grondwet, zoals die de afgelopen week weer nadrukkelijk is bepleit door leden van de Beierse CSU en ook door de vroegere minister van defensie Rupert Scholz, die zei van oordeel te zijn dat artikel 24 ook voor de inzet van Duitse eenheden in het verband van de Verenigde Naties was gedacht. Genscher is van mening dat de Westduitse grondwet eerst moet worden veranderd voordat een dergelijke inzet mogelijk is. Duitse troepen moeten niet worden weggestuurd op basis van juridisch aanvechtbare constructies, maar alleen op basis van ondubbelzinnige bepalingen. De minister zelf had zich overigens al eerder voorstander betoond van veranderingen van de grondwet in deze richting.

Na afloop van politiek topberaad bleek Genscher gistermiddag zijn gelijk te hebben gehaald. Hij vertelde dat allen het erover eens waren geworden dat het sturen van Westduitse militairen in strijd is met de grondwet. Maar tijdens de ontmoeting werden alle aanwezigen, onder wie ook oppositieleider Oskar Lafontaine, het er over eens dat er een wijziging in de grondwet zou moeten worden aangebracht die Duitse participatie aan een VN-operatie mogelijk maakt. De vereiste meerderheid van twee derden lijkt nu haalbaar voor zo'n verandering, hoewel Lafontaine daaraan later toevoegde dat er geen reden is die zaak te overhaasten.

De Duitse bijdrage aan de crisis in de Golf zal zich dus beperken tot de mijnenvegers die naar het oostelijk deel van de Middellandse Zee zijn gestuurd ter vervanging van Amerikaanse schepen die zijn doorgevaren naar de Golf. Ze zullen begin volgende maand bij Kreta aankomen. Maar waarschijnlijk is dit de laatste keer dat de Duitsers zich door hun verleden nog voelen gedwongen beperkingen op te leggen aan hun militaire optreden.