Oostduitse chef privatisering na onenigheid weg

BERLIJN, 21 aug. De Westduitse Reiner Gohlke, voorzitter van de Oostduitse Treuhandanstalt, die is belast met de privatisering van de 8.000 staatsbedrijven in de DDR, stapt op.

Als officiele reden wordt 'een ernstige meningsverschil' genoemd tussen Gohlke en de raad van toezicht van de Treuhandanstalt, waarin volgens waarnemers vooral ex-functionarissen van de voormalige communistische partij de lakens uitdelen.

Tussen de 56-jarige Gohlke, die de functie slechts vijf weken heeft bekleed, en de voorzitter van de raad van toezicht, de Westduitser Detlev Rohwedder, ex-bestuursvoorzitter van het staalconcern Hoesch, boterde het ook al niet.

De Treuhandanstalt staat onder scherpe kritiek vanuit het Westduitse bedrijfsleven. Dat beschuldigt de Treunhandanstalt ervan bepaalde Westduitse bedrijven uit te sluiten van het doen van een bod op potentieel lucratieve Oostduitse staatsbedrijven.

Bij zijn aantreden liet Gohlke met groot optimisme weten dat de DDR 'uitstekende bronnen' en 'goed opgeleide mensen' heeft. Later verklaarde hij dat de situatie slechter is dan hij dacht. 'We hebben een chaos, niets loopt normaal. Je valt van het ene gat in het andere', aldus Gohlke.

De Treuhandanstalt is verantwoordelijk voor de privatisering van ongeveer 8.000 staatsbedrijven, waarvoor buitenlands kapitaal moet worden aangetrokken. Tot nu toe is er slechts een tiental Oostduitse bedrijven in Westerse handen overgegaan. Deskundigen zeggen dat Westerse ondernemingen voorzichtig zijn geworden door de toenemende economische en politieke problemen in de DDR. De Oostduitse premier Lothar de Maziere zei gisteren dat het vertrek van Gohlke geen ramp is en in geen geval het bankroet van de Oostduitse economie betekent. Gohlke, oud-topman van de Deutsche Bundesbahn en daarvoor werkzaam bij IBM, zou vier jaar de Treuhandanstalt leiden. Gohlke maakte naam als saneerder van de Bundesbahn. Hij wordt opgevolgd door de Westduitser Rohwedder, nu voorzitter van de raad van toezicht van de Treuhandanstalt. De vooraanstaande Westduitse managers waren aangetrokken om de Treuhandanstalt een goed imago te geven. Dat is tot nu toe niet gelukt. Aan de ene kant komt dat doordat saneringsplannen niet van de ene op de andere dag kunnen worden opgesteld, aan de andere kant is het volgens deskundigen moeilijk werkelijk inzage te krijgen in de boeken van de Oostduitse staatsbedrijven. Geschat wordt dat tot nu toe maar vijf procent van de 8.000 bedrijven die onder de hoede staan van de Treuhandanstalt is onderzocht op de mogelijkheden tot overleven. (DPA, UPI, Reuter)