Onzekerheid maakt afscheid in Den Helder extra moeilijk

DEN HELDER, 21 aug. De eerste nacht op weg naar het Midden-Oosten zit er op voor de bijna vierhonderd opvarenden van de Nederlandse fregatten Witte de With en Pieter Florisz. Hun bestemming is de Golf, maar wat daar precies hun taak zal zijn, is nog onbekend. Over twee weken, als ze in de buurt komen, zal daar meer duidelijkheid over moeten zijn, vinden de marinemensen. De onzekerheid, ook over de ontwikkeling van de crisis in de komende dagen, maakte het afscheid gistermiddag in Den Helder extra moeilijk. 'Je weet niet wat je te wachten staat', en: 'afwachten maar, we zien wel' waren veel gehoorde uitspraken. 'Misschien is het tegen die tijd allemaal voorbij', riep een enkeling hoopvol, maar zonder veel overtuiging. Vrienden, vriendinnen en verwanten ontleenden daar toch wat optimisme aan. Vijf kwartier mochten ze gistermiddag aan boord van de fregatten om zich met hun dierbaren te onderhouden. Gemiddeld drie per opvarende, schat een marinevoorlichter.

Het urenlang gerekte afscheid valt niet mee. Op de Pieter Florisz staat een helikopter met als opschrift Snoopy Flight en om alle twijfel uit te sluiten een afbeelding van dat striphondje met op zijn vliegerspetje een propellor. Toch is bij het helikopterdek en in de gangen en eetzalen van het schip de stemming bedrukt.

Ouderen kijken zorgelijk, hun voorraad goede raad raakt snel uitgeput tegen de achtergrond van een dreigende oorlog. 'Zal je voorzichtig zijn' klinkt temidden van geavanceerde wapens en een flinke voorraad munitie toch anders dan thuis. Twintigers proberen de moed er in te houden met vrolijke opmerkingen, maar ook zij vallen steeds even stil.

Jonge marinemensen houden hun partner zwijgend in een krachtige omhelzing, zolang het nog kan. Dromerig wordt er gestreeld en gekust, en opnieuw stevig vastgepakt. Een vader spreekt warm en teder met zijn kind dat hij in de armen heeft maar dat, zodra het weer op de grond wordt gezet, geinteresseerd wegdribbelt naar leeftijdgenoten.

Om vijf over vier klinkt de eerste waarschuwing door de luidsprekers: over tien minuten moeten alle bezoekers het schip hebben verlaten. De laatste omhelzingen en aanmoedigingen ('Blijven lachen, he !') worden gegeven en met groepen van twaalf, veertien of meer vrienden en verwanten ontstaan kleine recepties. De marineman of -vrouw laat zich daarbij in beheerst tempo afzoenen en op de schouders kloppen, terwijl familie en bekenden het allengs moeilijker krijgen met hun emoties. 'Ja, voor de mensen thuis is het 't ergste', zegt een matroos. Op weg naar de uitgang komen drommen mensen tezamen bij een steile trap die naar boven leidt. In de ingetogen, wat bedroefde sfeer is voor ordinair gedrang geen plaats. Hoffelijk worden een moeder met een baby en een oudere vrouw aangemoedigd voor te gaan. Er wordt wat gegrapt over de mogelijkheid van verstekelingen en de sanctie op het te laat van boord gaan ('Dan moeten we zeker mee'), maar zoals het de marine betaamt, klossen de bezoekers ordelijk over de valreep, de loopplank die het schip met de wal verbindt.

Op de kade bolt windkracht acht een spandoek met de tekst: 'Afijn afijn, Ronald moet moedig zijn'.

Alle opvarenden van de twee fregatten kunnen zich daardoor aangesproken voelen, maar hier gaat het om Ronald Schouwstra, die vorige week dinsdag onverwacht, zij het niet tegen zijn zin van achter een bureau bij de mijnendienst werd weggehaald. Een van de collega's die het spandoek draagt, zegt dat zij hem willen steunen omdat de overgang toch niet gering is.

Bij de ingang van het marineterrein spreken andere spandoeken andere taal. 'Nederland uit de Golf', 'Geen olie op het vuur' en 'Hou je schepen thuis'.

Een van de afzenders noemt zich Groep Internationale Socialisten. De minister van defensie, Relus ter Beek, ook een socialist, denkt er anders over. Hij liet de aangetreden marinemensen weten dat zij een zware doch eervolle taak hebben en zich geruggesteund kunnen weten door regering, volksvertegenwoordiging en, gezien de bijval voor de Witte de With op Sail '90, ook door de bevolking. 'Ik wens u een behouden vaart en vooral een behouden terugkeer. Wij gaan in gedachten met u mee.' Als de fregatten zich langzaam losmaken van de kade en de trossen worden losgegooid, wordt het een aantal achterblijvers echt te machtig. Maar de tranen worden driftig uit de ogen gewreven om niets te missen. Op de schepen wordt met mutsen en petten gezwaaid, vanaf de kade met sjaaltjes, zakdoeken en paraplu's. Een ouder echtpaar uit Anna Paulowna dat zijn kleinzoon uitwuift, kijkt kalm toe. De man zat bij de koopvaardij, evenals zijn vader en grootvader, terwijl zoon en kleinzoon bij de marine zijn. Vijf generaties op zee, dan gaat het wennen.