Niks beters als als

Mensen die niet weten of ze groter dan of groter als moeten schrijven, moet je een eenvoudig antwoord geven, schreef Heestermans in zijn taalrubriek vorige week. Toch is het verzet tegen de volkstaal misschien niet zo verstandig.

De volmaakte opvoeder is die man die alle vooroordelen van het voorgeslacht op het nageslacht weet over te brengen. Daarbij horen die over de spelling, de koppelwerkwoorden en naamwoordelijke delen, en natuurlijk ook dat over groter als, om ons maar tot de taalkunde te beperken.

De volmaakte opvoeder weet al sinds eeuwen, welke leeftijd voor die overdracht het geschiktst is: de jongst mogelijke. Heeft een kind een keer op de lagere school geleerd dat apen van mensen afstammen of dat twee keer twee vijf is, dan zal het levenslang boos worden op mensen die iets anders beweren. Anders gezegd: de afkeer van groter als ligt heel diep in de emotionele laag, veilig afgeschermd tegen het prachtigste verstandelijke betoog. Bekeren is dan ook het laatste wat ik met dit artikel op het oog heb.

Zo'n verhaal trekt wel belangstelling, maar het is meer die van ' Laten we es zien hoe een idioot kan zwammen; ons wijze mensen, kan dat alleen maar ons gevoel van eigenwaarde vergroten.'

Nee, de strenge meester en de lieve juffrouw van vroeger zijn altijd de grote overwinnaars in dit soort gevechten.

Moedertaalminachting

De Nederlandse taalkunde hoeft zich niet te beklagen over het te hoge peil van het onderwijs daarin op de lagere en de middelbare school. De tijden waarin de beroemde Amsterdamse Kweekschooldirekteur Den Hertog spraakkunsten schreef voor aanstaande onderwijzers, liggen bijna een eeuw achter ons.

Wat het Middelbaar Onderwijs betreft is de moedertaal-minachting van de gemiddelde Nederlander zeker niet het enigste feit dat het peil van de taalkundelessen bepaalt; minstens even belangrijk is het natuurgegeven dat minstens 80% van aanstaande studenten of MO-cursisten een taal kiest vanwege de bijbehorende letterkunde: ikzelf was destijds geen uitzondering, en ben pas tijdens m'n studie tot de taalkunde bekeerd, ondanks P. N. van Eijck die ons letterkunde gaf.

De meeste leraren-Nederlands geven hun taalkundelessen dus met gepaste tegenzin, popelend van verlangen om eindelijk dat heerlijke vak letterkunde te mogen doceren. Daar komt dan nog bij dat bijna geen enkele Nederlandse universiteit ontleedcolleges geeft boven het peil van wat een lagere school in de jaren '30 in de zesde klas gaf. Normaal gezien slagen bijna alle studenten voor dat kinderlijke ontleedtentamen (de beste universiteit eventueel niet te na gesproken), zolang ze maar geen dingen meer schrijven als: ' Ach is een nevenschikkend voornaamwoord met uitgesloten antecedent in de derde naamval'. Tot dusver zak je nog voor zulke antwoorden.

De gemiddelde universitair opgeleide leraar-Nederlands kan dus zelfs een eenvoudige Nederlandse zin als Leuk dat het was niet foutloos ontleden, in tegenstelling tot de meeste MO-collega's die gelukkig wel een stuk elementaire ontleding onder de knie hebben. Leve de MO-A-akte dus. (Alweer: de beste universitair opgeleide leraren Nederlands niet te na gesproken; gelukkig bestaan er nog natuurtalenten.)In het algemeen zal de middelbare school de fout van de lagere (groter als is fout) dus niet ongedaan maken. Je moet al blij zijn als een leraar erop wijst dat een goeie stijl niet staat of valt met een voegwoord na een vergrotende trap.

Zo is de laatste kans op beinvloeding door de opvoeding dus verkeken. En de invloed van een kranteartikel, op volwassen leeftijd gelezen, is zoals bekend gelijk aan nul.

Stellende trap

Iets groter misschien die van onze onvolprezen ANS (Algemene Nederlandse Spraakkunst) die objectief constateert: ' Het voegwoord als is' na de vergrotende trap ' niet voor alle taalgebruikers aanvaardbaar': ' Zijn zusje is groter als hij' (blz. 667). Je kunt een voegwoord krijgen na een stellende en na een vergrotende trap, en bepaalde ouderwetse spraakkunsten eisten in het eerste geval als (zo groot als), en in het tweede dan (groter dan). Nu vinden we in de Verzamelde Werken van Moeder de Gans een zin die luidt: ' Groter als is een germanisme; de Duitsers zeggen immers grosser als?' Maar Moeder de Gans is bij mijn weten geen universitair en zelfs geen middelbaar opgeleide lerares-Nederlands. Als de Duitsers Haus zeggen, dan is Nederlands huis daarom geen germanisme, of omgekeerd.

Als we de vaak moeilijke vraag willen beantwoorden, of iets wel of niet een germanisme of een Duits leenwoord is, beginnen we met te zoeken naar wat de Nederlandse dialecten op dit punt kennen: die zijn nl. meestal conservatiever als het ABN en ontlenen in het algemeen vreemde elementen via dat ABN. Hoe zeggen die dus zo groot als/groter als? Eerste verrassing: in het Nederlandssprekende deel van Frankrijk (Frans-Vlaanderen), in West-Vlaanderen en in het westen van Oost-Vlaanderen, zeggen de mensen in die twee gevallen geen als, geen dan, maar gewoon zo groot of/groter of.

Tweede verrassing: er is reden om aan te nemen dat er vroeger ook in Groningen een groter of kleiner gebied geweest is met zo groot of/groter of.

Derde verrassing: van dat of vinden we in oudere teksten bijna geen enkel spoor.

Ook de hele rest van ons taalgebied kan na stellende en vergrotende trap hetzelfde voegwoord gebruiken (as, os of es). Dat is dus oer-Nederlands, net als de afwezigheid van een l hier: het gebied met als enz. begint pas in Duitsland. We herkennen de verwantschap met het Engels dat evenmin een l heeft in dit woord.

Middelnederlands

Maar hoe zit het dan met oudere Nederlandse teksten? In het Middelnederlands geven die bijna allemaal iets anders als dat eenheidssysteem uit onze dialekten, nl. net zoals de oude spraakkunst eiste: een tweedeling met na stellende trap als en na vergrotende trap dan. Wanneer is dat uit de lucht komen vallen? Het Middelnederlands is grotendeels een verzameling teksten die gehoorzamen aan kunstmatige regels. Om maar een voorbeeld te geven: er is reden om aan te nemen dat de daar voorkomende naamvallen (net als nog altijd in het moderne Duits) niet in hun geheel voorkwamen in een Nederlands dialect. Het systeem moet m.a.w. grotendeels kunstmatig geweest zijn.

Omdat het Latijn 'rijk' was aan buigingsuitgangen, dachten ze dat je een taal met minder uitgangen verfraaide door de ontbrekende dan maar kunstmatig aan te brengen. En in het Latijn waren er twee verschillende voegwoorden van vergelijking (ut na stellende en quam na vergrotende trap), het Middeleeuwse Duits had bovendien twee verschillende uitgangen (so schon alse/schoner denne of danne), en waarom zou je die niet overnemen? Pas later heeft het Duits met handhaving van de tweedeling in voegwoord, andere keuzes gemaakt: wie na stellende en als na vergrotende trap, maar... met het beroemde voorbehoud dat je het oude denn moet blijven gebruiken in het type: hij is knapper als schilder dan als schrijver!Het is dus erg waarschijnlijk dat het Middelnederlands niet alleen de kunstmatige tweedeling binnen de voegwoorden ' van vergelijking' aan het toenmalige Duits ontleend heeft, maar bovendien de keus ervan: dan(ne) na vergrotende en als(e) na stellende.

Levende taal

In het begin van de 16e eeuw staat de wereld op z'n kop: Hervorming en Renaissance grijpen diep in de samenleving in. Ook de taaltraditie ondervindt daarvan de gevolgen: al in een tekst van ongeveer 1540 vinden we groter als (gesteld al dat de oudere vindplaatsen daarvan onbetrouwbaar zouden zijn). Hier begint de levende taal voorzichtig wat verder in teksten door te breken. Geleidelijk aan neemt het aantal gevallen met groter als toe: we vinden ze bij Hooft, Bredero, Vondel en zoveel andere belangrijke klassieke schrijvers.

Maar op de revolutie volgt de terugslag, meestal herstel genaamd. Geleidelijk aan volgen meer en meer mensen weer het middeleeuwse voorschrift, en via de school en z'n almogende meesters en juffrouwen zitten we nu drie eeuwen later diep in de dan-put.

Het gevolg? Natuurlijk dat veel mensen nu ook even groot dan zeggen, en dat strijdt natuurlijk met alle goddelijke en menselijke geboden. Het komt neer op verwerping van het eenvoudige Nederlandse systeem (een voegwoord na stellende en vergrotende trap), maar met opplakken van een (in oorsprong) Duitse vorm. En vergis u niet: dat hypercorrecte dan is niet beperkt tot de taal van eenvoudige zielen; ik heb een historisch ogenblik in m'n leven beleefd, toen ik het hoorde uit de mond van een voorzitter van de examencommissie Nederlands MO, nog wel tijdens een officiele toespraak.

Ook hij had natuurlijk bij meesters en juffrouwen in de klas gezeten. Multatuli z'n oude uitspraak geldt nog altijd: ' Ik doe m'n best om goed Nederlands te schrijven. Maar ik heb schoolgegaan.'