Mubarak en koning Hussein nog nooit zo populair

AMSTERDAM, 21 aug. De Arabische wereld is uiteengespat. In Jordanie en in Palestina juicht iedereen Saddam Hussein toe als de reincarnatie van Saladdin die Jeruzalem op 'de moderne Kruisvaarders' zal heroveren. Maar in Egypte en Marokko noemt men hem openlijk 'een gevaarlijke gek en moordenaar'. Het is niet de eerste maal dat Arabische bevolkingen braaf de mening weergeven van hun leiders. Maar het is wel voor het eerst sinds vele, vele jaren dat de leiders van Jordanie en Egypte op zoveel gemeend applaus van hun onderdanen kunnen rekenen.

In Jordanie is koning Hussein nog nooit zo populair geweest. Hij heeft de kant gekozen van de Arabische massa's voor eenheid en herverdeling van de onrechtvaardig verdeelde rijkdommen en tegen het imperialisme en het zionisme. Daarom zegt men in Jordanie is het Westen nu zo boos op hem. En daarom is zijn volk van de weeromstuit nu zo boos op het Westen. 'Jullie in het Westen zijn kwaad dat Irak en Koeweit zich met elkaar hebben verenigd. Dat vonden jullie agressie, waaraan meteen iets moest worden gedaan met legers, vloten, aanvalsvliegtuigen en raketten. Maar toen Israel heel Palestina bezette hebben jullie daaraan 23 jaar helemaal niets gedaan. Jullie hebben altijd beweerd zo voor de democratie te zijn. Maar op het moment dat wij de democratie ten uitvoer brengen noemen jullie ons extremisten. Is dat geen hypocrisie en het meten met twee maten', vraagt bitter een Jordaanse journalist. Een anders koele intellectueel vertelt opgewonden dat iedereen in zijn land nu verenigd is. 'De koning is samen met het hele land, de moslims zijn op een lijn met de christenen, de orthodoxe moslims met de Arabische nationalisten, de liberalen met de communisten. Zelfs de verschillen tussen de oorspronkelijke Jordaniers en de Palestijnen zijn weggevaagd. Iedereen is het erover eens dat Koeweit nooit een staat is geweest en dat Saddam Hussein gelijk had toen hij een einde maakte aan het onnatuurlijke bestaan van deze uitzuigers. Dank zij Saddam zijn wij nu eindelijk op weg naar een Arabische economie, die ons van onze onmacht bevrijdt en ons in staat stelt onze vijanden te vernietigen.'

Leider Niet alle Arabieren zijn zo te spreken over Saddam Hussein. De in Londen gedrukte krant Al Sharq, die in het emiraat Qatar wordt uitgegeven, schreef een paar dagen geleden: 'Toen de Iraakse president dreigde half Israel te verbranden als het welk Arabisch land dan ook zou durven aanvallen, juichten wij hem toe. Maar in plaats van Israel te verbranden, verbrandde hij geheel Koeweit in een van de vreemdste militaire acties.'

Volgens Al Sharq 'vertraagt president Saddam Hussein met zijn militaire avonturen de mars naar een onafhankelijke Palestijnse staat'. In Egypte, waar men zich nog veel harder en duidelijker uitlaat, is men het met deze analyse eens. Eensgezind schrijven de kranten over 'het verraad van Saddam aan de Arabische zaak en aan de Arabieren, wier bloed en geld hij heeft verspild'.

Even eensgezind delen de Egyptische intellectuelen en de gewone mensen deze mening. Nog maar een paar weken geleden stonden zij zeer lauwtjes tegenover president Mubarak, die zij als een besluiteloos en krachteloos man beschouwden. Nu scharen zij zich achter hun president en bewonderen zij zijn ferme houding. Want zonder het met zoveel woorden te zeggen beseft een ieder dat Egypte voor het eerst sinds vele jaren opnieuw centraal is geworden in de Arabische wereld en een strijd van leven op dood met Irak is aangegaan wie van beide de leider van de Arabische wereld zal zijn. En ook weet iedereen dat een waarlijk leider niet alleen roem en eer maar ook vele, vele dollars incasseert. Vandaar dat duizenden zich als vrijwilliger aanmelden bij de Saoedische ambassade in Kairo om tegen Saddam Hussein ten strijde te trekken. Vandaar ook dat in de koffiehuizen Mubarak niet langer met de gebruikelijke titel rais (chef) wordt aangeduid, maar met het veel eervollere zaim (leider). Zelfs de kranten van de (door Saoedi-Arabie gesubsidieerde) Moslimbroeders die zich vorige week nog fel keerden tegen de Amerikaanse militaire 'invasie in het Heilige Land' hebben hun kritiek op Mubaraks steun aan de Amerikaanse politiek ingeslikt. Zij schrijven thans dat Irak zijn troepen uit Koeweit terug moet trekken en zijn persoonlijke aanvallen op Mubarak moet staken. Andere oppositiebladen durven evenmin Irak bij te vallen. De liberaal gezinde Wafd, die een bondgenootschap heeft gevormd met de Moslimbroeders, stelt zich achter de regeringspolitiek. Alleen de links-nasseristische Progressief Unionistische Vereniging, die al sinds jaren mopperend, doch zonder veel overtuiging op zoek is naar een 'progressief alternatief' voor de politiek van de regering, ziet in de Amerikaanse militaire opbouw in de Golfstaten een nieuwe greep van het imperialisme. Maar ook deze groepering eist dat Irak zijn troepen uit Koeweit terugtrekt en dat 'het volk van Koeweit vrij zijn eigen leiders kiest'.

Moord en verkrachtingNu de eerste duizenden Egyptenaren berooid uit Koeweit en Irak naar hun land zijn teruggekeerd komen de verhalen los over roof, moord en verkrachting, waaraan zowel Iraakse militairen als Palestijnen zich schuldig zouden hebben gemaakt. De kranten berichten uitvoerig over 'de rampspoed van de Egyptische en andere gijzelaars in Irak en bezet Koeweit'.

Een uit bezet Koeweit gevluchte vrouw berichtte dat Iraakse militairen, nadat zij een huis hebben leeggestolen, alle aanwezige vrouwen plegen mee te nemen 'opdat zij elk moment dat zij hen nodig hebben aanwezig zijn'.

Veel vrouwen zijn spoorloos verdwenen. Vooral het verhaal van een zekere Massoud Mohammed Abdou, dat door de populaire ochtendkrant Al Akhbar werd gebracht, heeft grote indruk gemaakt omdat het Egyptische heroiek stelt tegenover Iraakse perfidie. Eerst roofden de Iraakse militairen Massouds woning in Koeweit leeg, daarna eiste een Iraakse militair een van Massouds dochters op om zich met haar te amuseren. De Egyptische mannen in het huis gingen daarop in de aanval; zij overvielen de gewapende Iraakse militair, bonden hem en sloegen op de vlucht.

De media in Kairo berichten ook over honderden Egyptenaren die door de Irakezen in de woestijn werden neergeschoten. Volgens ooggetuigen werden Egyptische vrouwen publiekelijk door groepen mannen overvallen en verkracht. Daarna werden zij van al hun juwelen beroofd en vermoord. Een repatriant beschreef dat hij ten minste 17 families had gezien die, beroofd van alles, in de woestijn waren achtergelaten om van dorst en honger te sterven.

Aanklacht

De Palestijnen en Jordaniers klagen de Koeweiti's aan: 'Zij hebben ons uitgezogen. Zij hebben van onze beste krachten gebruik gemaakt zonder ons ooit de Koeweitse nationaliteit te geven. Zij weigerden hun miljarden te delen met hun minder bedeelde Arabische broeders, zoals de heilige Koran voorschrijft. Failliete Arabische staten als Jordanie, Egypte en Syrie kregen geen dinar van hen omdat zij, precies zoals de joden, alleen maar denken aan geld, geld en nog eens geld. Maar het geld dat zij met ons zweet zo gemakkelijk hadden verdiend, gebruikten zij niet voor de opbouw van de Arabische staten maar voor de bouw van nieuwe casino's en nieuwe hotels ergens in het Westen.' De Egyptische vluchtelingen vertellen daarentegen dat hun 'broeder-Arabieren' de Koeweiti's en de Saoediers hen goed hadden behandeld, terwijl juist de Irakezen hen al vele jaren op alle mogelijke manieren hun geld afhandig hebben gemaakt. In Irak, waar na de Golfoorlog in totaal twee miljoen Egyptenaren werkten, werden zij ingezet als bouwvakkers en metselaars onder de erbarmelijkste omstandigheden en voor de gevaarlijkste karweien. Duizenden Egyptische gastarbeiders vonden bij de wederopbouw van het schiereiland Fao en de havenstad Basra de dood als gevolg van de hitte en de talloze arbeidsongevallen.

Steeds vaker betaalden de Irakezen de gewerkte extra-uren niet uit. En naarmate de Iraakse overheid in financiele moeilijkheden kwam, knoeide zij steeds meer met de bankovermakingen van de gastarbeiders naar Egypte, waarvan soms maar een derde arriveerde zonder uitleg of reden. Wie daartegen protesteerde of op de zwarte markt Iraakse dinars verkocht tegen dollars, werd ter dood veroordeeld en gebracht. 'Wij werkten in Irak omdat wij geen andere keus hadden. Wij moesten dat doen omdat wij het geld nodig hadden. Maar iedereen is tegen die gek, Saddam Hussein', is de algemene teneur van de verhalen.

Het Egyptische radiostation 'De Stem der Arabieren', dat in de tijd van Nasser reeds zo'n allesoverheersende rol speelde in de verbreiding van Nassers ideeen, is nu voortdurend in de lucht met een niet meer te stuiten stroom anti-Saddam-propaganda. De radio noemt hem consequent Haddam (de vernietiger) Hussein. Een paar keer per dag worden de Iraakse troepen opgeroepen om hun wapens 'te keren tegen de schandelijke dictator in plaats van tegen de Arabische en islamitische broeders van Koeweit'.

Ook andere bevolkingsgroepen in Irak worden direct aangesproken. 'De moedige Iraakse vrouw die Saddam Hussein steunt', wordt bijvoorbeeld uitgenodigd 'om nu alvast de lijkwade van haar echtgenoot klaar te maken en haar kinderen te vertellen dat zij wezen zijn geworden'.