Inzet is petrochemisch complex; Pokerspel rondom Shell in Indonesie

JAKARTA, 21 aug. Het miljardenproject dat de Koninklijke/Shell Groep op stapel heeft staan in Indonesie, de bouw van een groot petrochemisch complex op het eiland Java, is nog steeds niet rond. De onderhandelingen met de andere deelnemers in de joint venture, waaronder het bedrijf van een van de zonen van president Soeharto, zijn inmiddels uitgegroeid tot een spannend pokerspel, met de aandelenverhouding als inzet. Een partner van Shell eist een groter aandeel dan aanvankelijk was afgesproken.

In juli vorig jaar maakte Shell bekend dat het bedrijf een kleine twee miljard gulden wilde steken in de bouw van een petrochemisch complex in Cilacap, op de zuidpunt van het eiland Java. Nog niet eerder had Shell een zo grote investering gedaan in Indonesie, het land van herkomst van de Nederlandse Shell-tak. Het was immers in Nederlands-Indie dat 'De Koninklijke' in 1890 het levenslicht zag.

Maar het project is om meer redenen historisch. Het bedrag dat Shell ervoor uit wil trekken steekt alle voorgaande buitenlandse investeringen in Indonesie naar de kroon en overtreft de totale Nederlandse investeringen in dat land sinds de Tweede Wereldoorlog (zo'n 1,5 miljard gulden). In het project zullen behalve Shell Overseas Investments BV ook de Japanse firma's C. Itoh en Mitsubishi en twee Indonesische ondernemingen, het staatsoliebedrijf Pertamina en Bimantara Gitra, deelnemen.

De fabriek in Cilacap zou Indonesie jaarlijks een besparing opleveren van 665 miljoen dollar aan importen van petrochemische produkten, die nodig zijn voor de eigen groeiende textiel- en plastic-industrie. Een van de Indonesische deelnemers, Bimantara Gitra, dat eigendom is van Bambang Trihatmodjo, een zoon van president Suharto, behoort tot de grootste plasticfabrikanten van Indonesie.

Vorig jaar zomer gaf president Suharto persoonlijk toestemming voor het project. De Indonesische autoriteiten maakten bekend dat Shell een aandeel zou krijgen van 57 procent, Pertamina 15 procent, Bimantara vijf procent en C. Itoh en Mitsubishi ieder tien procent. De resterende drie procent zouden worden beheerd door de International Finance Corporation (IFC), een zusterorganisatie van de Wereldbank. In juni 1990 zou de joint venture worden ogpericht en er zou worden gestreeft naar ingebruikneming van het complex in 1993. Tot zover de voorlopige afspraken. Inmiddels loopt het tegen eind augustus en de joint venture is nog steeds niet opgericht. Gerard Krans, de general manager van Shell Indonesia: 'We zitten in de laatste fase van de onderhandelingen met de aandeelhouders. Ik ben betrekkelijk hoopvol gestemd; de zaak kan vrij snel rond zijn.' Op de vraag of de potentiele aandeelhouders vasthouden aan de vorig jaar genoemde deelnemingspercentages wil Krans geen antwoord geven. Ingewijden in de zakenwereld van Jakarta zeggen dat een van de Indonesische deelnemers op het laatste moment een groter aandeel in het project heeft geclaimd. De zakelijk leider van een Nederlands-Indonesisch ingenieursbureau dat op verzoek van Shell heeft ingeschreven voor het ontwerpen van kantoren en andere faciliteiten in Cilacap, kijkt daar niet van op: 'Het is een heel groot project en er staan grote belangen op het spel. Het verbaast mij niets dat een aantal partijen de zaak in dit stadium op de spits drijft. Ik zou haast zeggen: dat is een beetje Indonesisch, he. Op wat kleinere schaal zien we dat bij de meeste projecten. Men probeert de druk op te voeren om er een zo groot mogelijk aandeel uit te slepen.' Een Indonesische zakenman: 'Deze onderhandelingstechnieken hebben we van jullie Nederlanders geleerd. We hebben hier een zegswijze, die luidt: Senjata makan tuan, het wapen verslindt de meester.'

Een Nederlandse consultant, die nauw is betrokken bij de voorbereidingen van het project, is optimistisch gestemd: 'Ik denk dat Shell er inmiddels vanuit gaat dat het project doorgaat. Men heeft al aanvragen ingediend bij een hele reeks ingenieursbureaus om offertes in te dienen. Bovendien haalt Shell Indonesia voortdurend nieuwe mensen binnen. Als men niet overtuigd zou zijn dat een en ander doorgaat, zou dat wel een heel slechte zet zijn.' Shell-manager Krans tenslotte: 'Alle voorbereidingen worden getroffen om onmiddellijk aan de slag te kunnen gaan'.