Gen van spinale spieratrofie gelokaliseerd

Progressieve spinale spieratrofie de ziekte van Werdnig-Hoffmann wordt veroorzaakt door een mutatie in een gen dat zich bevindt op de lange arm van chromosoom 5. De locatie van het gen werd onlangs onafhankelijk van elkaar bepaald door twee onderzoeksteams een Amerikaanse groep van de Columbia University en een Franse groep van het Parijse Necker-Kinderziekenhuis (The Lancet, 4 augustus). Nu is het mogelijk geworden om al voor de geboorte te voorspellen of een kind deze dodelijke erfelijke ziekte zal krijgen. Spinale spieratrofie is na de Duchenne-spierdystrofie de bij kinderen meest voorkomende ernstige spieraandoening (1 op 10.000 kinderen). Bij beide ziekten komt een ernstige slappe spierverlamming voor. Toch is er een groot verschil: bij spierdystrofie ligt het defect in de spiercellen en bij spinale spieratrofie is er een uitval van de motorische zenuwcellen in het ruggemerg (spinaal) en de hersenstam.

Meestal is de spinale spieratrofie een ziekte met een dramatisch verloop (progressieve infantiele spinale spieratrofie). De eerste verlammingsverschijnselen treden dan al op in het eerste levensjaar. Ze beginnen rond het bekken en breiden zich dan symmetrisch uit over de rest van het lichaam. Als na een paar jaar ook de ademhalingsspieren verlamd raken, gaat het kind aan longontstekingen dood.

De ziekte is recessief erfelijk. Zowel jongetjes als meisjes kunnen de ziekte krijgen. Deze kinderen moeten dan wel van alle twee de ouders een afwijkend gen krijgen. De ouders zijn alleen drager van een recessief gen en zelf niet ziek. Zij merken pas dat er iets aan de hand is als ze voor het eerst een ziek kind voortgebracht hebben. Als dat het geval is, bestaat er een grote kans (1 op 4) dat dit nog eens gebeurt.

Prenatale diagnostiek bij het volgend kind is voor een dergelijk ouderpaar van groot belang. Tot nu toe bestond die mogelijkheid niet, omdat men er nog niet in geslaagd was het afwijkende gen te lokaliseren. Om dat te doen had men namelijk een groot aantal patienten nodig en het aantal patientjes met progressieve spinale spieratrofie is klein, omdat ze maar zo kort in leven blijven.

Om dit probleem te omzeilen hebben de Franse en de Amerikaanse onderzoeksgroep eerst de genetische afwijking bij relatief goedaardige chronische vormen van spinale spieratrofie gelokaliseerd. Die konden zij begin dit jaar op chromosoom 5 lokaliseren en dat maakte het mogelijk om vervolgens meer gericht te zoeken bij de kleine groep patientjes met de ernstige progressieve spinale spiersatrofie. Ze wisten toen overigens nog niet zeker of deze op elkaar lijkende ziekten wel een gemeenschappelijke basis hadden. Nu is dus duidelijk dat het allemaal mutaties moeten zijn in hetzelfde gen; sommige mutaties geven een minder ernstig ziektebeeld dan andere.

Prenatale diagnostiek behoort nu dus tot de mogelijkheden. In de toekomst ligt er meer in het verschiet. De ervaring met andere erfelijke ziekten (zoals Duchenne-spierdystrofie en cystische fibrose) heeft namelijk geleerd dat als het gen eenmaal gelokaliseerd is, het niet zo moeilijk meer is om de exacte genetische code te vinden en later ook het genprodukt. De weg naar een behandeling van deze nu nog dodelijke ziekte ligt daarmee open. (Bart(ER)Meijer van Putten)