Geen vereenvoudiging reiskostenvergoeding

DEN HAAG, 21 aug. De gezamenlijke werkgeversorganisaties hebben geen overeenstemming bereikt met het ministerie van financien over een eenvoudige regeling voor reiskostenvergoedingen.

Dit betekent dat werkgevers geen hogere belastingvrije vergoeding kunnen verstrekken aan werknemers die met het openbaar vervoer reizen, tenzij alle bewijzen voor die reizen, waaronder strippenkaarten, worden bewaard.

De nieuwe reiskostenregeling is van kracht sinds de beperking van het reiskostenforfait per 1 augustus voor automobilisten. 'Het is nog wel te doen met maand- en jaarkaarten, maar als werknemers elke dag een kaartje kopen wordt het mijl op zeven', aldus secretaris fiscale zaken mr. A. Timmermans van het VNO. Volgens hem is er geen sprake van kwaadwillendheid van Financien, maar is de wettelijke regeling veel te strak.

De werkgevers hadden Financien gevraagd genoegen te nemen met een ondertekende verklaring van betrokken werknemers, dat zij met het openbaar vervoer reizen. Deze verklaring zou dan net als de reeds bestaande werknemersverklaring naar de belastinginspectie kunnen worden gestuurd. Volgens Timmermans zal het ontbreken van overeenstemming met Financien ertoe leiden dat veel werkgevers hun werknemers zullen vragen slechts met maand- of jaarkaarten te reizen.

De werkgeversorganisaties hebben met Financien wel overeenstemming bereikt over een model-overeenkomst tussen werkgever en werknemer over carpooling. Sinds 1 augustus kunnen werkgevers aan werknemers die met hun eigen auto een collega naar het werk vervoeren een belastingvrije vergoeding van maximaal 44 cent per kilometer verstrekken. Binnen bedrijf of bedrijfstak is een regeling vereist die onder meer bepaalt voor welke categorie werknemers deze is bestemd. Bovendien moeten werkgever, chauffeur en meerijder een meerijderovereenkomst hebben gesloten. Financien heeft het model voor deze overeenkomst nu goedgekeurd. In de modelovereenkomst is onder meer opgenomen dat de vergoedingsregeling ook van kracht blijft, indien een werknemer vier weken aaneengesloten ziek is geweest.