GAS! GAS! GAS!

Gifgas is voor Nederlanders een wapen van horen zeggen we hebben er nooit iets mee te maken gehad. De Eerste Wereldoorlog met meer dan een miljoen gewonden en vele tienduizenden doden veroorzaakt door chemische wapens ging aan ons voorbij. Ook met de Italiaanse aanval op Ethiopie (1936) hadden we niets te maken. De Japans-Chinese oorlog (1937-1942) was ver van ons bed en datzelfde gold voor de oorlog in Jemen (1963-1967). Dat Irak gifgas tegen Iran gebruikte (vanaf 1984) was misschien laakbaar, maar die twee landen vochten een ongrijpbare, grillige oorlog uit, vorige week al even grillig eindigend. En dat Irak op eigen grondgebied enkele duizenden Koerden met gifgassen uitroeide en misschien nog steeds uitroeit is uiterst verwerpelijk, maar voor de meeste Nederlanders een binnenlandse aangelegenheid. Gelukkig is geen Nederlander ooit het slachtoffer van chemische oorlogsvoering geworden.

Maar daar komt binnenkort misschien verandering in. Want onze Jantjes en Jannekes die met de Witte de With en de Pieter Florisz op weg zijn naar de Golf, lopen wel degelijk kans op een aanval met gifgas ook al is die kans niet bijster groot.

Ir. M. van Zelm is directeur van de afdeling chemisch onderzoek van het Prins Maurits Laboratorium van TNO in Rijswijk. Onderzoek naar gifgas en vooral bescherming ertegen is zijn dagelijks werk. Van Zelm gelooft niet dat een gifgasaanval het grootste risico is dat de twee schepen lopen. Van Zelm: ' Irak heeft wel de beschikking over gifgassen, maar iets heel anders is of ze ook de geschikte middelen hebben om een aanval op een schip uit te voeren. Je mag aannemen dat de schepen een behoorlijke afstand van de kust aanhouden, zodat ze buiten schootsafstand van de artillerie blijven. Het is bewezen dat Irak over artillerie-granaten gevuld met gifgas beschikt. Dan heb je nog de gifgasbommen, af te werpen door vliegtuigen. We weten dat Irak zulke gifgasbommen heeft, maar ze moeten die dan wel van grote hoogte afwerpen, want de luchtafweer van beide schepen is zeer goed. De kans op een treffer is bij dat soort bombardementen gering. De luchtafweer maakt natuurlijk ook korte metten met vliegtuigen die gifgassen proberen te sproeien op lage hoogte.'

Een veel groter gevaar vormen raketten. Hoewel het niet vaststaat dat Irak ook over raketten met chemische wapens beschikt, lijkt dit toch niet een groot technisch probleem. Van Zelm: ' In principe kun je chemische wapens op alle manieren verspreiden. Het vullen van raketten met gifgassen lijkt mij niet zo moeilijk. We weten dat Irak allerlei typen kleine raketten en ook een middellange-afstandsraket heeft. Technisch zijn er misschien wat kleine complicaties. Een raket wordt voor zijn stabilisering meestal in snelle rotatie gebracht, hij draait om zijn as. Chemische wapens zijn meestal vloeistoffen, dus je krijgt dat die vloeistof binnen de omhulling gaat draaien. Hierdoor kan de raket gaan waggelen, als je geen goede tegenmaatregelen neemt. De precisie vermindert in elk geval. Op het land is dat niet zo'n groot probleem voor een aanvaller: of je een commandopost precies raakt of dat je er zo'n honderd meter naast zit maakt bij een chemisch wapen niet eens zoveel uit, terwijl dat voor een explosief wapen nu net het verschil tussen een treffer of een misser is. Maar bij een schip blijft een misser echt mis.' De twee Nederlandse schepen beschikken over de mogelijkheid het schip luchtdicht af te sluiten (gascitadel), terwijl ze verder goed gecompartimenteerd zijn. Mocht een chemische raket het schip binnendringen, dan raakt slechts een deel van het schip besmet met gifgas. De bemanning beschikt verder over gasdichte pakken. Het is overigens onwaarschijnlijk dat een raket een Nederlandse marineschip kan raken, omdat de beide schepen zijn uitgerust met de Goalkeeper, het zelfrichtende, automatische snelvuurkanon van Holland Signaal dat naderende raketten met een regen van kogels nog in de laatste seconden onschadelijk maakt.

Van Zelm: ' Ik geloof dus niet zo erg in een chemische aanval op marineschepen. Maar ik voeg daar onmiddellijk aan toe: je weet het nooit de Iraki's doen vaak heel andere dingen dan wij zouden verwachten.'

De doodsverachting van islamitische strijders behoeft zich sinds kort niet te beperken tot Iraanse elitetroepen en Palestijnse commando's nu ook Irak de bezetting van Koeweit tot heilige oorlog heeft uitgeroepen.

Mosterdgas

Over welke chemische strijdmiddelen beschikt Irak eigenlijk? Bewezen is dat Irak mosterdgas en het zenuwgas tabun heeft gebruikt tegen Iran. Verder zijn er aanwijzingen dat de Iraki's ook over het zenuwgas sarin beschikken. Het zijn alledrie bekende strijdgassen.

Mosterdgas werd in 1917 al door de Duitsers bij het Belgische Ieper ingezet. Het is een weinig vluchtige vloeistof, ruikend naar radijs, uien of knoflook, die vooral als druppels wordt verspreid. Op de huid veroorzaken de olieachtige druppels na enkele uren pijnlijke blaren enigszins gelijkend op brandblaren pijnlijke blazen die zijn gevuld met vocht. Na verloop van tijd springen de blazen, waardoor gemakkelijk te infecteren wonden ontstaan.

Bij kamertemperatuur is mosterdgas een enigszins op stroperige sherry gelijkende vloeistof, die zwaarder is dan water. De naam mosterdgas is dan ook niet zo gelukkig, als strijdmiddel wordt het vooral in druppelvorm toegepast. Het kan dagen blijven liggen, wachtend als een soort chemische tijdbom op zijn slachtoffer die er nietsvermoedend langsstrijkt of er soms zelfs op gaat zitten.

Hoewel de afbraak door hydrolyse met water plaatsvindt, kan een druppel mosterdgas dagenlang in water verblijven de olieachtige eigenschappen maken dat het niet met water mengt. Een soort huidje met reactieprodukten schermt de druppel van het omringende water af.

Mosterdgas kan al in een hoeveelheid van 10 microgram (een microgram is een miljoenste gram) een blaartje veroorzaken. Dat is een druppeltje dat men nauwelijks opmerkt. Veel erger is de uitwerking in de ogen of in de longen. Van alle slachtoffers in de Eerste Wereldoorlog die mosterdgas hadden ingeademd, overleed 60 procent binnen enkele weken. Ook van de Iraniers die enkele jaren geleden in ons land waren als levend bewijs van de wreedheid van de Iraki's, overleden nog enkele aan ingeademd mosterdgas.

Maar mosterdgas veroorzaakt bij voorbereide militairen vooral veel gewonden. Na invoering van gasmaskers in de Eerste Wereldoorlog werden de gifgassen niet meer zo vaak ingeademd. En mosterdgas was de laatste innovatie die de Duitsers aan de chemische oorlogsvoering toevoegden. In de jaren daarvoor hadden ze zich bediend van chloorgas en fosgeen, allebei verstikkende gassen die op de longen werken. Gezegd moet worden dat de Engelsen en de Fransen hun tegenstanders onmiddellijk volgden in de chemische oorlogsvoering, al had Duitsland met zijn indrukwekkende chemische industrie steeds een voorsprong.

Zenuwgassen

In de Tweede Wereldoorlog bezaten de Duitsers wederom een voorsprong, maar zij zouden daar geen gebruik van maken. Tabun en sarin werden in 1937 door Gerhard Schrader, werkzaam bij IG Farben, toevallig ontdekt toen hij onderzoek naar nieuwe insekticiden deed. De beide gassen werden in het geheim verder ontwikkeld. In 1945 stuitten de Russen bij hun opmars in het Poolse plaatsje Dyhernfurth op een complete fabriek voor de produktie van zenuwgassen. Ook werd een voorraad van 12.000 ton tabun ontdekt.

Waarschijnlijk hebben de Duitsers geen gebruik gemaakt van dit verschrikkelijke wapen, uit angst voor vergelding. De angst voor de ellende uit de Eerste Wereldoorlog zat er nog goed in. En die angst was niet denkbeeldig: de geallieerden hadden inderdaad ook grote voorraden chemische wapens bij een Duits bombardement op 4 december 1943 op de haven van Bari (Sicilie) werd een Amerikaans vrachtschip geraakt vol met mosterdgas. Er vielen honderden doden en gewonden, die nauwelijks geholpen konden worden doordat niemand op de hoogte was van de aard van het geheime wapen.

Tabun en sarin zijn betrekkelijk vluchtige vloeistoffen die als strijdmiddel meestal als gas hun werking doen. Hoewel zij ook door de huid kunnen dringen, wordt de voornaamste bedreiging toch door inademing gevormd. De uitwerking is verschrikkelijk: een slachtoffer dat tabun of sarin heeft ingeademd gaat hevig transpireren, hij geeft over, laat zijn urine en ontlasting lopen, hij voelt een hevige beklemming op de borst, heeft last van stuipen en verkleinde pupillen en sterft binnen enkele minuten. Tabun heeft chemisch een sterke verwantschap met malathion, het heeft ook vrijwel dezelfde syntheseweg, het is een insekticide voor mensen.

Vrijwel weerloos

Wat kan een mens doen wanneer hij wordt bestookt met gifgassen? Van Zelm: 'Iemand zonder beschermingsmiddelen is vrijwel weerloos. Dus een aanval op burgerdoelen zal erg veel slachtoffers vergen. Maar bij militairen die goed zijn voorbereid, is een chemische strijdwapen weinig effectief. Het is vooral een wapen voor een verrassingsaanval. Ook psychologisch heeft het een sterke uitwerking. Als mensen de hele dag met maskers op moeten lopen en in beschermende pakken, dan werkt dat erg demoraliserend. Het is ook vreselijk onprettig, al geven de moderne pakken tegenwoordig veel meer comfort dan vroeger.'

In de Tweede Wereldoorlog beschermde men zich tegen mosterdgas door rubberen pakken. Die pakken waren niet alleen vreselijk zwaar en oncomfortabel doordat ze ook luchtdicht waren ze waren niet eens volledig effectief. Want mosterdgas heeft een zeer groot doordringingsvermogen. Een druppel mosterdgas dringt gemakkelijk door textiel heen, door een lederen schoen en zelfs door een neopreen rubberen handschoen.

Van Zelm: ' Je moet een speciale rubbersoort hebben, butylrubber, anders raak je er toch mee in contact.' Tegenwoordig zijn de beschermende pakken van een sterke permeable textielsoort waarin een tussenlaag is opgenomen van actieve kool. De nieuwe hebben de kool direct op het textiel, bij de oudere pakken zijn de actief-koolkorrels ingebed in een soort schuimplastic. De actieve kool absorbeert de gifgassen voldoende om een etmaal te kunnen verblijven in besmet gebied en ze beschermen tegen alle soorten gifgas. De pakken laten wel lucht en transpiratievocht door.

Van Zelm: ' Toch moet je daar geen wonderen van verwachten. Op den duur krijg je het knap benauwd, zeker bij hoge temperaturen. Als je in de woestijn wordt aangevallen, zul je je in je pak toch rustig moeten houden, anders raak je bevangen door de warmte.' Wie vermoedt dat hij is besmet met mosterdgas, kan daar in de eerste vijf minuten nog wat aan doen, zij het niet veel. Met detectiepapier kan je vaststellen of het druppeltje dat op de huid ligt, inderdaad mosterdgas is. Zo ja, dan kan de ongelukkige nog wat HOP erop strooien het militaire jargon voor huidontsmettingspoeder. Maar meestal is het te laat. Afwassen met water heeft geen enkel effect.

Afbijtmiddel

Voor de ontsmetting van voertuigen en tanks die meestal ook een gascitadel hebben en daarom tamelijk ongevoelig zijn voor gasaanvallen, mits men erop verdacht is bestaat er onder andere DS2, decontamination solution number 2. Van Zelm: ' Dat moet je beschouwen als een soort afbijtmiddel, het is vreselijk corrosief, voor mensen en kleding is het niet geschikt. Het schoonmaken van een tank is een arbeidsintensief werkje met veel geschrob waarvoor je toch gauw een paar honderd liter vloeistof nodig hebt. Die heb je dus niet zo gemakkelijk bij de hand. In oorlogstijd zal men in het algemeen alleen die delen schoonmaken die beslist nodig zijn, dus bij de luiken en de draaikoepel.'

In het Prins Maurits Laboratorium wordt op dit moment onderzoek gedaan aan microemulsies die een tank sneller kunnen ontsmetten en die niet zo corrosief zijn.

Gewoonlijk zal men het opruimen moeten overlaten aan zon en wind. Van Zelm: ' Maar druppels mosterdgas verdampen tamelijk langzaam, het kan dagen tot weken duren voordat een besmette omgeving weer vrijgegeven kan worden.' De snelheid van de verdamping hangt uiteraard sterk af van de temperatuur. Bij hogere temperatuur (zoals in de omgeving van de Golf) en een beetje wind kan een druppel mosterdgas binnen enkele uren verdwenen zijn, terwijl deze in ons Atlantische klimaat een week zou blijven liggen. Ook hangt de verdampingssnelheid enigszins af van de verdikkingsmiddelen die soms in enkele procenten zijn toegevoegd. Van Zelm: ' Die verdikkingsmiddelen, meestal een soort polymeren, worden vooral toegevoegd om een betere druppelverdeling te krijgen. Als een bom op tweehonderd meter hoogte tot ontploffing wordt gebracht, dan wil je als aanvaller graag dat de inhoud als gelijkmatige druppels omlaag zakt. De druppels moeten niet overgaan in een fijne nevel die nauwelijks uitzakt en al grotendeels verdampt is voor hij op de grond komt.' De Duitsers hebben indertijd ook zeer langwerkend mosterdgas gemaakt, eerder een soort taaie pasta, door mosterdgas op te lossen in rubber, het zogeheten Zahlost. Klodders hiervan bleven zeer lange tijd liggen.

Twee soorten

Er zijn chemisch gezien tweesoorten mosterdgas. De meestgangbare is zwavelmosterd-gas, ClCHCH-S-CHCHCl, bis(2-chloorethyl)sulfide. Minder toepassing vindt stikstofmosterdgas, tri(2-chloorethyl)amine, een stikstofatoom met drie chloorethylstaarten. Het heeft een wat hoger kookpunt. Er kunnen ook mengsels worden gebruikt en zelfs mengsels met andere blaartrekkende stoffen, zoals lewisiet, 2-chloorvinyldichloorarsine, een stof die onmiddellijk irritatie verwekt en dus geen latente periode kent van enkele uren. De Sovjet-Unie beschikt over mengsels waarin lewisiet voorkomt. Deze mengsels zijn nog iets gemener dan de beide mosterdgassen, omdat na afbraak het arsenicum in het lichaam achterblijft.

Mosterdgassen werken in op de lichaamscellen, het zijn chemisch gezien alkylerende verbindingen. Van Zelm: ' Sporen ervan zijn in principe aantoonbaar in de urine, ze hebben typische reactieprodukten. In samenwerking met het Medisch Biologisch Laboratorium zijn we bezig om een test te ontwikkelen die schade aan het DNA kan aantonen. Wat we willen is een methode die geldt als een absoluut bewijs voor het gebruik van mosterdgas. Nog steeds kan een aanvaller glashard ontkennen dat er mosterdgas is gebruikt. Want sporen van mosterdgas op de grond kan de verdediger zelf wel hebben aangebracht voordat een onderzoekscommissie verschijnt. Wel overtuigend zijn slachtoffers waarbij je de gevolgen van mosterdgas kunt aantonen, ook als het mosterdgas zelf al verdwenen is.' Mosterdgas, hoewel het wel degelijk dodelijk kan zijn, wordt veelal beschouwd als een incapacitantans, een middel om soldaten uit te schakelen zonder ze direct te doden. De afvoer van de vele gewonden vergt veel van de aangevallene, er zijn plotseling grote stukken terrein waarin niemand zich durft te wagen. Mosterdgas laat veel blijvend letsel na, lelijke verminkingen, littekens en vaak gehele of gedeeltelijke blindheid.

Heel anders dan mosterdgas werken de zenuwgassen. De zenuwgassen vormen een binding met het enzym cholinesterase, waardoor het onwerkzaam wordt. Cholinesterase speelt een rol bij de overdracht van zenuwprikkels, ook bij zenuwen die niet onder controle van de hersenen staan, zoals de hartspier en de spieren van het maagdarmkanaal. Als zenuwprikkels uitblijven, verslappen de kringspieren rond de anus en bij de blaas, waardoor urine en ontlasting niet vastgehouden kan worden. Veel erger is dat het hart niet meer kan pompen en de ademhaling uitblijft een slachtoffer van zenuwgas kan binnen enkele minuten sterven.

Er zijn verschillende soorten zenuwgas. De 'klassieke' zenuwgassen zijn de zogenaamde G-stoffen (een gangbare codering die verder weinig zegt), waartoe tabun en sarin behoren, de stoffen waarover Irak beschikt (tabun zeker, sarin wordt vermoed). Het zijn vluchtige vloeistoffen, die meestal als gas worden gebruikt. Ze hebben een onmiddellijke werking, terwijl de nawerking zeer gering is. Nadat het gas is verwaaid kan het terrein weer betreden worden. Ook een G-stof is het minder vluchtige soman, waarover Irak waarschijnlijk niet beschikt.

De drie G-stoffen werken als gas vooral via de ademhalingswegen met onze longen hebben we nu eenmaal het meeste contact met de omringende lucht. Maar wanneer men een gasmasker draagt (en geen beschermende kleding) kan een G-stof ook ons lichaam binnendringen via de huid. De uitwerking duurt dan wat langer, zodat een slachtoffer misschien nog de tijd heeft om zich een tegengif toe te dienen.

De soldaten van de meeste moderne legers beschikken over een auto-injector, een injectiespuit waarbij men zichzelf een injectie toedient, bij voorkeur in de dijspier. De injectievloeistof bevat atropine en een oxim. De eerste stof bestrijdt de symptomen en heeft een pupilverwijdend effect, de tweede stof maakt het enzym cholinesterase weer los.

Met de auto-injector kunnen meestal verscheidene injecties na elkaar worden gegeven, afhankelijk van de mate van besmetting. Zonder zenuwgasbesmetting heeft de atropine een nadelig effect, de soldaat wordt beroerd, heeft wijde pupillen, last van licht en is als soldaat niet langer inzetbaar.

Honderd maal giftiger

Naast de G-stoffen bestaat de groep van de V-stoffen, waarvan de bekendste VX is, een stroperige stof met de vluchtigheid van smeerolie. Dit strijdmiddel, dat vooral via de huid werkt, is nog een factor honderd maal giftiger dan tabun, sarin of soman: een druppel van 0,015 gram op de huid is al dodelijk.

VX werd na de oorlog in Engeland ontdekt en is op grote schaal door de Verenigde Staten aangemaakt, in het bijzonder als binair wapen. In binaire wapens is het zenuwgas niet als zodagig aanwezig, maar wordt door een chemische reactie binnen de granaat of bom gevormd juist voor de inslag. Het voordeel is dat de projectielen tijdens het transport minder gevaar vormen voor de eigen manschappen. Bij gewone gifgasprojectielen bestaat altijd het gevaar van lekkage van de projectielen. Vorige maand hebben de VS een groot deel van de chemische wapens in West-Duitsland verscheept naar Johnson Island, een atol midden in de Stille Oceaan om daar te worden vernietigd. Binaire gifgasgranaten zijn veel gemakkelijker te vernietigen dan gewone.

Blijft de vraag of de Iraki's hun chemische wapens zullen inzetten tegen de Amerikaanse interventiemacht, de Saoedi-Arabische olievelden of tegen Israel. Van Zelm: ' Bewezen is dat ze ze tegen Iran wel hebben gebruikt en tegen de Koerden. Maar dat waren veelal soldaten zonder gasmaskers of beschermende kleding of zelfs onbeschermde burgers. Tegen goed beschermde soldaten zijn chemische wapens weinig effectief en dat geldt zeker bij de Amerikanen. Of je de produktievelden in Saoedi-Arabie kunt lamleggen, zou ik niet durven zeggen. Chemische wapens lijken het middel bij uitstek om een installatie onbeschadigd in handen te krijgen of voor kortere of langere tijd onbruikbaar te maken zonder ze te beschadigen. Maar ik weet het zo net nog niet. Er zijn niet veel mensen nodig bij zo'n plant. Ik stel me voor dat er wat onderhoudsmensen rondlopen en dat er een controlekamer is. Die onderhoudsmensen kun je misschien wel een weekje missen, maar of je de control room ook tijdig gasdicht krijgt weet ik niet. In ieder geval zal een gasaanval een sterk psychologisch effect hebben op het personeel. Waarschijnlijk zal de eerstvolgende ploeg weigeren om naar binnen te gaan. Stel je zelf maar eens voor om te werken in een kamer waarin je door aanraking van een oppervlak op zijn minst een bijtende blaar oploopt. En wat de bedreiging van Israel betreft: tegen burgerdoelen zijn gifgassen zonder meer effectief. Als ze steden kunnen raken, zullen er duizenden doden vallen.' De Scud-B raket van Irak heeft een bereik van 600 kilometer. De afstand van de Jordaans-Iraakse grens (een onbewoond woestijngebied) tot Israel is ongeveer 400 kilometer. Ook al zou Irak vooralsnog niet over Scud-B raketten met chemische lading beschikken, een Iraakse raketaanval op Israel is in de toekomst zeker denkbaar. De Israelische ouder die zijn kind naar school een gasmasker meegeeft is misschien zo gek nog niet.