Birma-film mist spanning van verboden vrucht

Meer dan vijf jaar heeft cineaste Renee Scheltema moeten wachten voordat ze toestemming kreeg, nu drie jaar geleden, om in Birma te filmen. Haar film sluit vanavond de rij van vier documentaires bij de NCRV over 'verborgen landen'. Scheltema maakte haar documentaire voor de grote volksopstand in de zomer van 1988 en bloedige onderdrukking van het leger die daarop volgde. Het is daarna moeilijker geworden het land binnen te komen.

Net als Buthan, Mongolie en Laos uit de eerdere uitzendingen is Birma, dat sinds 1948 het boeddhistische geloof combineert met een socialistische politiek, jarenlang voor buitenlanders nauwelijks toegankelijk geweest. Ook Westerse boeken, kranten en tijdschriften werden er geweerd om, zoals dat heette, het volk te beschermen tegen vreemde invloeden. Zelfs het luisteren naar buitenlandse radiostations werd de bevolking ten sterkste afgeraden.

Toeristen krijgen een visum voor zeven dagen en met hulp van de Verenigde Naties mocht Renee Scheltema zelfs acht weken door het land reizen om het verborgene zichtbaar te maken. De spanning te proeven van een verboden vrucht ontbreekt echter in haar documentaire. Het zal met haar geldschieters te maken hebben dat de film soms meer een voorlichtingsfilm van de VN lijkt dan een televisieprogramma.

Nu is er in Birma voor de VN wel het nodige te doen. Het land hoort tot de vijf armste landen ter wereld en het is een van de paradoxen van het Birmese socialisme dat het land tegelijkertijd potentieel rijk is aan delfstoffen. Voor de Tweede Wereldoorlog, toen Birma nog tot het Britse koninkrijk hoorde, was het land de grootste rijstexporteur ter wereld, maar sinds de onafhankelijkheid in 1948 is de oogst gestaag gedaald, zelfs tot onder het niveau van de eigen behoefte.

De arme bevolking draagt zijn lot dat, zoals een oude boer vertelt, te wijten is aan een gebrek aan religieuze verdienste in een vorig leven. En net als zijn landgenoten offert hij van het weinige dat hij bezit zoveel hij kan, om het in een volgend leven in ieder geval beter te hebben. Net als de twee zusters van in de tachtig die hun levenlang zilveren Engelse munten opspaarden. Met het levenseinde in zicht lieten ze die omsmelten tot een kleine zilveren pagode voor de boeddha, het hoogste offer dat een mens kan geven en een zekere toegang tot het nirvana. De simpele, maar oprechte offerplechtigheid, de grootste dag uit het leven van deze zusters, is het aanschouwen waard.

De documentaire over Birma wordt vanavond op Ned.1 om 23.10 uur uitgezonden.