Beursnotering kan voetbalclub Haarlem aan miljonairs helpen

AMSTERDAM, 21 aug. Drs. A. F. M. de Bruijn van Credit Lyonnais, de man die vele bedrijven naar de parallelmarkt heeft gebracht noemt het plan 'volslagen belachelijk. Bij mij hoeven ze niet aan te komen'.

Directeur T. de Witte van het commissionairshuis en fondsenbeheerder Intereffect uit Joure, die vorig jaar 10.000 aandelen in een race-paard aan beleggers heeft verkocht, is wat genuanceerder: 'zoiets kun je misschien doen in een omgeving waar de voetbalsport echt onder de bevolking leeft, bij Ajax of hier bij Heerenveen. Want het moet toch om een liefhebberij gaan.' Maar bestuurder Peter van Meel van voetbalclub Haarlem (gemiddeld 1250 betalende toeschouwers per wedstrijd) is heel serieus. Natuurlijk, de beursplannen zijn uit hun verband gelicht. Toen het nieuwe bestuur het plan bij zijn aantreden liet vallen, stortte iedereen zich erop zo van 'kijk eens, ze moeten zo nodig wat'. Maar de mogelijkheid van een gang naar de parallelmarkt is een van de mogelijke middelen waarmee Haarlem (net gedegradeerd uit de eredivisie) zijn strategische plannen wil verwezenlijken. 'Het is quitte of dubbel', aldus Van Meel. 'We hebben een beleidsplan opgesteld dat Haarlem een serieuze plaats in het betaalde voetbal moet geven en een beursgang is een van de mogelijke manieren.' Haarlem heeft nu een jaarlijkse begroting van 1,5 miljoen gulden. Dat is te weinig voor een betaald voetbalclub. De uitgaven overtreffen de inkomsten met een paar ton, en een van de prioriteiten is dat exploitatietekort aan te zuiveren. Maar dat is niet genoeg. Om uit de vicieuze circel van dalende bezoekersaantallen omhoog te komen moet Haarlem kunnen investeren in betere spelers en genoeg geld hebben om getalenteerde spelers vast te houden.

De traditionele manier waarop voetbalclubs dat doen is via het aantrekken van sponsors. Die zuiveren de exploitatietekorten aan. Maar de geschiedenis leert dat zulke sponsors weinig garantie voor continuiteit bieden. 'Kijk naar de gebroeders Molenaar bij AZ, of Martin Eibrink bij PEC Zwolle. SVV heeft het nu goed voor elkaar met Van Dijk, maar moet ook maar afwachten hoe het gaat met de Koeweit-crisis, ' aldus Van Meel. Dus de nieuwe bestuurders van Haarlem, projectontwikkelaar Rutte, optiebeurs marketmaker Van Eerden en Van Meel, zochten andere wegen. De eerste gedachte was om de club te verkopen. 'Je zou de stichting daarvoor moeten omzetten in een NV of een BV en dan zou je er vijf of zes miljoen voor moeten vragen. Maar als je niet afhankelijk wil zijn van het wel en wee van een koper, denk je aan gespreid verkopen van de aandelen. En dan is het nog maar een kleine stap om te denken over een beursgang.' Haarlems belangrijkste wapen is het vermogen om goede jonge spelers te vinden, de scouting. Samen met Ajax en misschien Sparta doet Haarlem dat het beste, aldus Van Meel, die als voorbeelden geeft: Gullit, de gebroeders Metgod en de huidige spil van het elftal Arthur Numan. Omdat Haarlem in het verleden zoveel goede amateurs kocht (voor een aankoopprijs van meestal minder dan 10.000 gulden) en die met winst verkocht heeft de club ondanks de jarenlange exploitatietekorten nog steeds een positief eigen vermogen van een paar honderdduizend gulden. Dat maakt Haarlem rijker dan Ajax dat mede door belastingclaims een potentieel negatief eigen vermogen heeft van zo'n 18 miljoen gulden.

Gullit

Gullit is destijds door Haarlem voor 800.000 gulden verkocht aan Feyenoord. Van Meel: 'Dat was voor mijn tijd, maar als Gullit ook voor minder dan 10.000 gulden is gekocht, maken we een hoger rendement dan de meeste beursfondsen.'

Hij beaamt dat de opzet die het bestuur voor Haarlem in gedachte heeft wel lijkt op die van een 'venture fonds' dat deelneemt in veelbelovende jonge ondernemingen en die deelnemingen na enige jaren weer met winst hoopt te verkopen.

De gedachte is om de spelers en de scouting en de technische staf onder te brengen in een aparte vennootschap. Dat verlost de stichting van twee derde van zijn kosten. De stichting huurt dan de spelers van die al dan niet beursgenoteerde vennootschap. Geen ongebruikelijke constructie in de voetbalwereld. Feyenoord doet hetzelfde met de Feyenoord Investerings Maatschappij.

Maar om zo'n vennootschap naar de beurs te brengen, moet een 'track-record' worden getoond. Beleggers moeten kunnen zien hoe een vennootschap in het verleden heeft gepresteerd. Daartoe wordt nu met behulp van wat simulatiemodellen de begroting van Haarlem van de afgelopen jaren doorgespit. Om te zien hoeveel de investeringen in spelers hebben opgeleverd. Maar Van Meel heeft al wat indicaties van het afgelopen seizoen: Orlando Trustfull is verkocht aan SVV, Frank Dikstaal, die niet meer nodig was in de selectie gaat naar MVV, Michel Doesburg gaat naar Wageningen. Samen met de verkoop van doelman Edward Metgod levert dat Haarlem in het totaal 700.000 gulden op. Die spelers hebben Haarlem bij elkaar nog geen 30.000 gulden gekost, al moeten daarbij als een soort van onderhouds en ontwikkelingskosten nog de lasten van de technische staf worden opgeteld.

Aanhang

Van Meel legt er de nadruk op dat dit nog maar eerste gedachten zijn. Het nieuwe beleidsplan moet nog worden uitgewerkt. Maar hij meent dat de opzet wel aantoont dat een beursgang niet zo belachelijk is als sommigen denken. Hij zou het liefst zien dat een paar grote investeerders ieder voor een miljoen gulden aandelen kochten, maar tot dusverre is het moeilijk gebleken kapitaalkrachtige mensen naar Haarlem te trekken. 'Ajax heeft een trouwe aanhang. De hele Amsterdamse confectie bedrijfstak staat achter Ajax. Ik heb tevergeefs geprobeerd een paar van die mensen over te halen naar Haarlem te komen.' Juist voor geinteresseerde miljonairs moet een beursnotering aantrekkelijk zijn, omdat hun bezit dan beter verhandelbaar is. Zou de opzet slagen dat blijft natuurlijk het probleem dat de aandeelhouders in de vennootschap de waardevolle spelers die ze bezitten wel eens aan andere clubs zouden willen verkopen, om hun winst te maximaliseren. Maar dat moet volgens Van Meel op te lossen zijn door goede afspraken. 'Als de waarde van een speler stijgt omdat hij goed voetbalt, moet de stichting Haarlem ook een hogere huur aan de vennootschap kunnen vergoeden.'

In de voorlopige denkbeelden moet Haarlem de eerste jaren de spelers onder kostprijs van de vennootschap huren. Pas als de club weer beter presteert doel is over twee jaar terug in de eredivisie en dan binnen een paar jaar in de subtop stijgen exploitatie-inkomsten en kan de stichting een hogere huur betalen.

Maar als de vennootschap beursgenoteerd is bestaat ook het gevaar voor een onvriendelijke overneming. Van Meel heeft zich dat gerealiseerd: 'Als AC Milan bijvoorbeeld een speler van ons zou willen hebben en wij willen hem niet kwijt, zouden ze alle aandelen op de beurs kunnen kopen. Daarom zullen we als beschermingsconstructie in ieder geval prioriteitsaandelen uitgeven aan de Stichting Betaald Voetbal Haarlem, al was het alleen maar om de eigen identiteit te bewaken.'