Arboretum Trompenburg als biotoop van beelden

Meer dan levensgroot is de Lopende man van Peter Erftemeijer. Vermoeid sjokt hij voort, de naar voren leunende schouders in een verfomfaaide, openhangende jas, op weg naar iets dat hem niet interesseert, onaangedaan door de rust en uitbundige schoonheid van bloemen en planten om hem heen. De bronzen reus is in het Arboretum Trompenburg in Rotterdam een der meest opmerkelijke figuraties onder de ruim zestig beelden die er deze zomermaanden staan opgesteld.

In het per jaar groeiend aantal buitententoonstellingen van beeldhouwwerk is de expositie in deze bomentuin om twee redenen het apart vermelden waard. Ten eerste omdat het een manifestatie is van het sinds 1982 functionerende Amsterdams Beeldhouwers Kollektief (ABK), dat zich in samenwerking met landschapsarchitecten en stedebouwkundigen specialiseert in het integreren van beeldhouwkunst in een natuurlijke omgeving van tuin of landschap. En ten tweede omdat de gevarieerde verzameling beelden extra aandacht vraagt voor het Arboretum zelf. Deze ruim een eeuw geleden aangelegde en sindsdien enkele malen uitgebreide bomentuin is een zeker in de Randstad totaal onverwachte exotische oase, waar honderden soorten bomen en struiken uit vijf werelddelen gedijen. Behalve voor allerlei vogels vormen die ook voor kunst en wetenschap een uniek biotoop. De voor een deel in alle seizoenen groene bomen, de struiken en heesters, waterpartijen, gazons, de broeierij en kwekerij, de voliere en het rosarium zijn gerangschikt binnen een geraffineerd padenpatroon, dat in zijn grilligheid steeds nieuwe kijkhoeken garandeert. Bijgestaan door de Amsterdamse landschapsarchitect Willemien Dijkshoorn hebben de 33 exposanten in deze omgeving meer dan zestig werkstukken opgesteld langs een zorgvuldig uitgekiende route, die aan alle aspecten van het park raakt. De verscheidenheid aan vormen en formaten in bomen en planten keert terug in de variatie van de beeldencollectie.

Deze biedt op zijn beurt inzicht in een reeks van figuratieve en abstracte stijlopvattingen, waarbij alle mogelijke materialen te pas komen. Tussen de moedeloze bronzen man van Erftemeijer en het als een fantasiegewas tussen de bomen groeiende Peplum, een grote plant van polyester en touw, van Maria Talaga bevinden zich onder meer een zwart spiegelende plexiglazen zuil van Lex Schilperoord. In strenge vorm oprijzend tussen de grillige stammen van oude bomen, bevindt zich een hangbrug van hout, kabel en speksteen over een vijver van Kees Wijker. Er zijn drie bronzen sirenen van Saskie Pfaeltzer en bijvoorbeeld een mooie houtconstructie van Leo van den Bos op een door water omgeven gazon. Deze Slang wordt aanhoudend bezocht door blauwe reigers die er, met felle ogen op vis in de vijver loerend, bij gaan staan of er langs vliegen alsof de kunstenaar het zo geregiseeerd heeft.

Op gazons verdicht de beeldenroute zich af en toe in verzamelingen van kleinere plastieken, waaronder dierfiguren, maar ook een stapeling van bronzen acrobaten van Hanneke de Munck en een schitterende Meermin in hetzelfde materiaal van Eddy Gheress. Er is verder het bronzen meisje Jeanette van Carine van Steen, dat zich in haar door het water van een vijver teruggegeven spiegelbeeld verlustigt, terwijl een witte reiger toekijkt.

De gestalten, vormen, tekens en figuren vinden steeds daar hebben de opstellers voor gezorgd aansluiting met wat er rondom groeit, of ze accentueren een doorkijk in een bewuste botsing met hun omgeving, dan dwingen ze de blik van de wandelaar in hun richting, waardoor deze meer ziet dan er staat. Dat gebeurt bijvoorbeeld met de arduinen Poort van Jurriaan Oosterman en de stalen cirkelvormen van Frits Hesseling. De ABK-tentoonstelling verenigt zich wonderwel met het park en is als zodanig de demonstratie van een goede buitenopstelling. Op zijn minst kunnen de zestig beelden aanleiding zijn voor een bezoek aan de exotische bomentuin die aan de rand van het oude Rotterdam lijkt te betogen dat er nog redding is van de zure regen.