Ambassade Koeweit ook na ontruiming immuun

DEN HAAG, 21 aug. Als de Nederlandse ambassadeur en zijn personeel uiterlijk vrijdag gedwongen zijn Koeweit te verlaten, blijft Nederland juridisch toch aanwezig in het bezette oliestaatje. Voor achtergebleven Nederlanders kan dat heel nuttig zijn. Het ambassadeterrein en het ambassadegebouw behouden namelijk hun immuniteit. De Nederlandse vlag blijft wapperen, zij het alleen op papier.

Deze paradoxale toestand is het gevolg van een algemeen erkende regel in het volkenrecht. Gastlanden hebben het recht om de ambassadefunctie van vreemde staten op te heffen en zijn daarna verplicht het personeel een vrijgeleide te bieden. 'Maar het terrein van de voormalige ambassade mag niet betreden worden. Dat behoudt zijn immuniteit.'

Dit zegt mr. F. Kalshoven, bijzonder hoogleraar internationaal humanitair recht in Leiden.

Dit kan belangrijke juridische gevolgen hebben voor Nederlanders of andere buitenlanders die de komende dagen wellicht hun toevlucht zoeken tot het terrein van hun ambassade. Hoewel ambassades formeel geen asielrecht kennen pakt dit in de praktijk vaak anders uit. Het ambassadeterrein is een stukje nationaal terrein in den vreemde. ANC-sympathisant Klaas de Jonge wist zich onder bescherming van de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Pretoria te stellen en zat ruim twee jaar in ballingschap op een piepklein stukje Nederlands grondgebied in Zuid-Afrika. Albanese en Oostduitse burgers wisten in het recente verleden ook via de terreinen van Westerse ambassades te vluchten.

Maar dergelijke regels functioneren uiteraard alleen als het gastland bereid is zich eraan te houden. Eerder deze zomer bleek Cuba daartoe bijvoorbeeld niet genegen. Agenten sprongen over de tuinmuur van het terrein van de Spaanse ambassade in Havana om er een vluchteling uit te slepen. Het veroorzaakte een forse diplomatieke rel die resulteerde in een sterk bekoelde relatie met Madrid. Spaans grondgebied was immers geschonden en daarmee de Spaanse soevereiniteit.

Kalshoven zegt dat behalve het terrein ook de gebouwen en de documenten daarin onder de diplomatieke immuniteit blijven vallen. Mogelijk achtergebleven asielzoekers dus vermoedelijk ook. Maar Kalshoven zegt zich 'op glad ijs' te bevinden en zich te kunnen voorstellen 'dat de immuniteit vermindert'.

De Nijmeegse hoogleraar volkenrecht mr. K. C. Wellens veronderstelt dat de aanwezigheid van asielzoekers op het ambassadeterrein onder deze omstandigheden de positie van de ambassadeur juist politiek kan versterken: 'Vreemdelingen in Koeweit die zich naar de ambassade van hun land begeven vallen uiteraard onder de bescherming van dat land. Het wordt dan voor Irak wel bijzonder moeilijk om zo'n gebouw te bestormen. De schendingen van het volkenrecht stapelen zich dan op', aldus Wellens. Door de mogelijke aanwezigheid van asielzoekers op het ambassadeterrein is de inzet in het politieke spel om de diplomatieke onschendbaarheid fors verhoogd. Dat een moedige ambassadeur in een schemerige oorlogstoestand wonderen kan doen, bewees in de Tweede Wereldoorlog de Zweedse ambassadeur Wallenberg in Hongarije. Deze interpreteerde het asielrecht zo ruim dat honderden joodse vluchtelingen met actieve bescherming van zijn ambassade het land konden verlaten.

Overigens zijn buitenlanders in Koeweit juridisch niet verplicht zich te melden bij de hotels waar zij vermoedelijk worden geinterneerd. Irak is namelijk partij bij de vierde Conventie van Geneve, uit 1949. Volgens artikel 28 is het Irak expliciet verboden om 'beschermde personen' (diplomaten, buitenlandse burgers) te gebruiken om militaire installaties te vrijwaren. Weliswaar is de hoofdregel dat buitenlanders de nationale wetten van het gastland moeten respecteren, 'maar die zijn ondergeschikt aan het volkenrecht', zegt Wellens. Met een beroep op het volkenrecht kan het bevel van Saddam Hussein zich te melden dus worden genegeerd.

Kalshoven wijst er echter op dat de regel 'volkenrecht gaat boven nationaal recht' in veel Westeuropese landen geldt, maar in evenzovele landen 'is het precies andersom'.

Niet bekend

Casus belli

Voor de Westeuropese en Arabische landen waarvan zich burgers in Irak ophouden geldt dat niet. Deze landen baseren hun relatie met Irak op de VN-resolutie over economische sancties. Er zijn nog geen militaire incidenten geweest in de Golf waaruit een 'casus belli' viel te construeren. Totdat het tegendeel bewezen wordt is het tussen deze landen dus vrede. Niet-Amerikaanse buitenlanders moeten dan gewoon het land kunnen verlaten. Volkenrechtelijk mag een land bepalen wie er binnenkomt, wie het dient te verlaten, 'maar niet wie er tegen zijn zin moet blijven', zegt Wellens. Maar ook Amerikanen zouden in principe Irak moeten kunnen verlaten. Als Irak onverhoopt ook vindt dat het in oorlog is met de VS dan geldt er oorlogsrecht. 'Dan moet Irak volgens de Vierde Conventie deze burgers beschermen. Ze moeten dan de gelegenheid krijgen een beroep te doen op de diplomatieke vertegenwoordiger van hun land', aldus Wellens. Ook zouden zij Irak dan mogen verlaten, mits 'de oorlogssituatie dat mogelijk maakt'. Of deze juridische exceptie van toepassing is staat ter beoordeling van de Iraakse overheid. Als dat niet het geval is dan mag Irak de Amerikanen 'beschermen' door hen te interneren, maar dan wel op een veilige plaats. Uiteraard niet bij militaire installaties. Elke zes maanden dient de rechter te beoordelen of er nog redenen zijn om de buitenlanders vast te houden.

De ironie wil dat deze regels zijn opgesteld omdat de internationale gemeenschap vlak na de Tweede Wereldoorlog forse kritiek had op Amerikaans optreden. Duizenden Japanners werden in de VS in interneringskampen opgesloten, uit angst voor represailles door de Amerikaanse bevolking, zo heette het. Zoiets onredelijks zou nooit meer ongecontroleerd mogen gebeuren. Kalshoven: 'Er bestaat geen verdrag ter wereld dat door zoveel landen is ondertekend.'

En Irak hoort daar ook bij.