'Wat wij vinden is niet belangrijk'

Ze hadden het al gehoord op de Sovjet-televisie: Nederland is een paradijs op aarde. Ja echt, zo had de commentator het gezegd, een paradijs op aarde. Geen etnische spanningen, geen sociale onrust, alle Nederlanders wonen in een mooi huis en verder zijn ze ook gelukkig.

Ze zijn meer dan twee weken in Nederland geweest en hebben het met hun eigen ogen gezien. In winkels stonden er alleen rijen bij de kassa's omdat iedereen zo veel koopt, niet omdat er zowat niks te koop is.

Tsigmidiin Erdenebold (hij) en Bazsyn Oyunsanaa (en zij), uit Mongolie, maar wonend en studerend in Moskou sinds twee jaar, zijn op bezoek geweest in Nederland. Scheveningen vonden ze het allermooist. Maar een Rotterdams park vol schaduw kon hen ook bekoren, met uitzicht op een vijver, bij een villa waaruit koele dranken en rijk belegde sandwiches werden aangevoerd. Paradijs.

Erdenebold (zijn voornaam, Mongoliers zetten hun familienaam voorop maar gebruiken hem doorgaans niet) is jurist, promovendus. Hij heeft een zomercursus gevolgd in het Vredespaleis en daarmee gezorgd voor een bescheiden primeur want niet eerder betrad een Mongolier het gebouw van het Internationale Hof van Justitie om zich te wijden van de studie van het internationale recht.

Oyunsanaa, getrouwd met Erdenebold, is eveneens jurist. Privaatrecht is haar richting, maar 'postdoctoraal' volgt ze het voorbeeld van haar echtgenoot want 'internationaal recht heeft de toekomst', zo weten beiden heel zeker.

Wurggreep

Mongolie is een even leeg als vergeten land: driemaal Frankrijk, met amper twee miljoen inwoners, de meesten in ronde vilten tenten te midden van hun miljoenen schapen, geiten en kamelen, in de wurggreep van de Sovjet-Unie, als schild tegen China. Sinds begin dit jaar doet Mongolie hetzelfde als de Sovjet-bondgenoten in Midden- en Oost-Europa: het zelf uitzoeken. Vrije verkiezingen zijn er inmid dels gehouden, op de zondagen 22 en 29 juli. De communistische partij, de Mongoolse Revolutionaire Volkspartij, heeft flink wat veren moeten laten. De oppositie heeft in beide kamers van het parlement, de Grote en de Kleine Volkschoeral, bijna de helft van de zetels gewonnen.

Erdenebold en Oyunsanaa zeggen dat zij heel gelukkig zijn met de uitslag, dat de verkiezingen nog maar een eerste stap zijn geweest op weg naar ware democratie, dat hun steppenland zeventig jaar Sovjet-overheersing niet in een paar maanden kan wegpoetsten, dat het moeilijk is nieuw kader te vinden dat oprecht democratisch kan denken, en dat de toekomst mooi wordt maar niet morgen al kan beginnen. Erdenebold en Oyunsanaa, kortom, zeggen hele verstandige dingen maar oorspronkelijk klinkt het allemaal niet. Wat denken ze echt, zelf, als ze in een urenlange rij staan te wachten? Wat bespreken ze aan tafel? 'Wat wij zelf vinden is niet belangrijk', zegt hij. 'Wat wij zelf vinden is heel belangrijk', zegt zij. 'Wij maken wel eens ruzie', bekent hij. 'Hij moet nog leren voor zichzelf te spreken', zegt zij. 'Wat ik zelf vind is niet belangrijk', zegt hij.

Zijn ze lid van de Mongoolse Revolutionaire Volkspartij? Zij: 'Nee, niet meer.'

Hij: 'Ja, nog steeds.'

Waarom niet meer? 'Als we nu niet strijden voor democratie bereiken we het nooit. En de partij kan alleen democratisch worden als ze moet concurreren met andere partijen.'

Waarom nog steeds? 'Mongolie ligt nu eenmaal waar het ligt. Het tijdperk-Gorbatsjov loopt ten einde en na hem volgt de restauratie. Als het in de Sovjet-Unie mis gaat, gaat het in Mongolie mis. Ik blijf liever in de partij, dat lijkt me veiliger.' De volgende dag belt zij op bezorgd. 'Hij is geen opportunist', zegt ze. 'Hij is geen baantjesjager. Hij kan er alleen niet aan wennen dat je principes kunt hebben zonder bang te zijn.'