Slaat Tiempo mis dan slaat hij mooi mis

Met de intieme muziek van Chopin een hele avond een nog niet half gevulde Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw boeien, lijkt een wanhopige opgave. Maar de 17-jarige pianist Sergio Tiempo, die vier jaar geleden in diezelfde zaal debuteerde in de internationale pianoseries, draaide gisteravond de zaken om. Hij speelde Chopin met zoveel overgave en overtuigingskracht, dat het na afloop van zijn recital zielig was voor het thuis gebleven publiek zoiets moois gemist te hebben.

Moeiteloos bespeelde Tiempo zelfs met de meest broze pianissimo's de ruimte en creeerde daarmee onder zijn geringe toehoorders een gewijde sfeer van aandacht en concentratie. Vanaf het moment dat hij begint te spelen, kruipt de stil achter de vleugel zittende pianist als het ware in zijn instrument om zich zonder enige remming of blokkade over te geven aan de muziek.

Tiempo opende zijn pleidooi voor Chopin met een dromerige uitvoering van de Derde nocturne, waarbij de warme zangerigheid van zijn toucher en een opmerkelijk gevoel voor lijn en timing onmiddellijk de aandacht trokken. Daarna spartelde Tiempo als een beweeglijke vis door de meer virtuoze Barcarolle in Fis, waarbij hij ondanks zijn onstuimige fraseringen en gedurfde rubati toch niet buiten adem raakte en feilloos de spanning volhield tot aan de laatste noot. Voor de communicatieve Tiempo staat de muzikale zeggingskracht van zijn betoog voorop en in hoeverre daarbij technisch wel eens een noot onder tafel valt, lijkt hem nauwelijks te interesseren. Het gevolg is dat als hij er dan een keer naast slaat (wat zelden gebeurt), hij er uiterst muzikaal naast slaat en dat maakt zijn bevlogen spel des te innemender.

Na een temperamentvolle vertolking van de Tweede sonate, waarin vooral de ingetogen treurmars en de spookachtig wervelende finale opvielen, besloot Tiempo zijn recital met een weergaloze interpretatie van de 24 Preludes. Lyrische en dramatische passages volgden elkaar op alsof het, ondanks de vele wisselingen in tempi en dynamiek, om een groot stuk ging. Tiempo deed recht aan alle gevoelsschakeringen waaraan Chopin met zijn Preludes uiting heeft willen geven. Nu eens was zijn spel majestueus en dramatisch, dan weer ijl en wervelend of lieflijk en teder. Tiempo speelde Chopin met de zeggingskracht van een ware poeet.