Schouder aan schouder met Britten en Amerikanen

Vandaag vertrekken de marineschepen 'Pieter Florisz' en 'Witte de With' naar hun operatiegebied in de Golf om de Engelse marine, die daar reeds positie heeft gekozen, te ondersteunen. De commandant van de schepen verkeert over een aantal belangrijke vraagpunten 'in onzekerheid'. Tweede-Kamerlid en oud-marineofficier A. de Kok (CDA) gaat in op de vraag in hoeverre de marine tegen haar taak zal zijn opgewassen en wat eventuele samenwerking met de Britse marine voor haar betekent. 'Mogelijk komt ook voor de Nederlandse marine het moment dat er geschoten moet worden.' De Koninklijke Marine is met haar personeel en materieel van grote klasse, een kwalificatie die door alle internationale deskundigen op maritiem gebied wordt onderschreven. Dit wil echter niet zeggen dat de bemanning straks in de Golf tegen haar taak zal zijn opgewassen. Voor een groot deel is dat afhankelijk van de vraag of de Nederlandse marine de politieke steun krijgt die zij verdient. De politiek bepaalt voor de marine de grenzen en mogelijkheden; worden die grenzen te eng getrokken, dan loopt men het risico dat een uitstekende marine met goed materieel haar taak niet naar behoren kan uitvoeren.

De commandant van de schepen heeft tijdens de transit-reis naar het operatiegebied het een en ander te overdenken. Zijn eerste gedachte zal uitgaan naar zijn personeel: de Nederlandse marine is de eerste in de wereld die met vrouwen in gevechtsfuncties naar een oorlogsgebied vaart vrouwen die geacht worden met een wapensysteem de Iraakse luchtmacht te kunnen neutraliseren. Tot nog toe heeft de vrouw op de vloot slechts lichte rimpels in het vaarwater veroorzaakt; in het algemeen heerst de mening dat ze haar werk uitstekend verricht. Maar zes maanden van huis onder oorlogsomstandigheden van welke aard dan ook zonder dat er in Arabische havenplaatsjes noemenswaardig kan worden ontspannen, is wat anders dan 'een rondje Engeland'. Daar komt bij: als er geen actie komt en de spanning wegebt, treedt een dodelijke verveling in die slecht is voor het moreel. Of de aanwezigheid van vrouwen aan boord voor het moreel dan negatief of positief zal uitwerken, moet de praktijk uitwijzen.

Schoolvoorbeeld

Een ander punt van overpeinzing voor de commandant is de vraag met wie hij straks moet samenwerken. Voor hem is het antwoord eenvoudig: met de Britten. Vele eeuwen lang hebben beide marines geprobeerd elkaar voor eens en voor altijd de grond in te boren; geen van beide had daarbij definitief succes. Gelukkig, want uit deze confrontaties is na de Tweede Wereldoorlog een hechte samenwerking gegroeid, die kwalitatief een schoolvoorbeeld kan worden genoemd. Men neemt deel aan elkaars opleidingen, oefent met elkaar, vaart op elkaars schepen en kritiseert elkaar als broers in een grote familie. De beide marines dat geldt vooral voor het Korps Mariniers zijn tegenwoordig operationeel en logistiek goeddeels geintegreerd.

De commandant zal, zo lijkt mij, op basis van een aantal politiek-militaire overwegingen tot de conclusie komen, dat optreden onder de VN-vlag een politieke droom zal blijven; hij zal daarom 'gokken' op samenwerking in de Westeuropese Unie (WEU). In dat kader kan de samenwerking met de Britten maximaal worden benut. Ook zal wellicht bij hem de gedachte opkomen dat, als er in de WEU problemen ontstaan over de vraag welk land het opperbevel krijgt, Nederland als kandidaat naar voren moet worden geschoven. Per slot van rekening hebben wij, als het om belangrijke internationale functies gaat, van de Europese broeders nog een paar rekeningen openstaan. De kans daartoe doet zich morgen voor, tijdens de vergadering van de WEU. Een toetssteen voor de vraag of de Haagse politiek in de Golfkwestie tegen haar taak zal zijn opgewassen, is bijvoorbeeld deze: wat gaat Nederland doen als de Engelsen in de loop van de week hun mariniers 'fully fledged' naar de Golf sturen? Het is niet uitgesloten dat de Amerikanen samen met de Britten overwegen met behulp van hun mariniers iets te ondernemen ten gunste van de Westerse gijzelaars. Doen wij dan mee, of zeggen wij tegen de Britten: 'Als jullie daar straks toch aan land zijn, neem onze burgers dan meteen ook even mee terug'.

Dat zou toch een schaamtevolle vertoning zijn! Wegens de Russische dreiging hebben wij in Noord-Noorwegen eindeloos met Britten en Amerikanen geoefend en dan zouden wij nu ineens afhaken? Het gaat toch om een dreiging tegenover dezelfde burgers? Van welke kant die dreiging komt en waar, doet er niet toe. Als wij het schaamrood willen vermijden moeten wij dan niet op korte termijn verdere actie overwegen? Onder de tegenwoordige omstandigheden kan geen redelijk mens volhouden dat de Amerikanen en Britten in hun maritieme embargo-beleid onverantwoordelijk handelen.

Kernenergie

Een OESO-functionaris verzuchtte laatst: 'Als we die veertig kerncentrales hadden gebouwd, behoefden we nu die veertig schepen niet te sturen'.

Hij raakte de kern van de zaak. Je zorgt voor een goed (kern)energieplan, waardoor de afhankelijkheid van een handvol Arabische dictators tot een minimum wordt teruggebracht, of, als dat wordt nagelaten, je aanvaardt de consequenties van je nalatigheid en je vecht terug als de gezondenen van Allah je keel dichtknijpen.

Maar als we dan besluiten terug te vechten en dat besluit is in feite genomen met het vertrek van de twee Nederlandse fregatten laten we dat dan niet van achter de rug van onze Britse en Amerikaanse bondgenoten doen, maar schouder aan schouder. Dan komt er mogelijk ook voor de Nederlandse marine een moment dat er geschoten moet worden.'We hebben toch niet voor niets eindeloos samen geoefend?' (Foto Freddy Rikken)