Saddam Hussein sleept Opec mee in crisis

ROTTERDAM, 20 aug. Het gevecht op leven en dood tussen Saddam Hussein en de rest van de wereld dreigt ook de OPEC, het kartel van dertien olie-exporterende landen, in een diepe crisis mee te sleuren.

Volgende maand is het precies dertig jaar geleden dat de OPEC in de Iraakse hoofdstad Bagdad werd opgericht, maar na de openlijke ruzie die het afgelopen weekeinde tussen de belangrijkste leden is ontbrand is er weinig kans op een feestelijke receptie, laat staan in Bagdad.

Zaterdagavond gaf de Saoedi-Arabische olieminister Hisham Nazer op een persconferentie in Jedda de OPEC nog twee dagen om een spoedvergadering bijeen te roepen, anders zal zijn land met of zonder instemming van de OPEC de olieproduktie verhogen. Nazers dreigement was een rechtstreekse reactie op de afwijzing door Irak, vrijdag, van een spoedbijeenkomst. Inzet van het nieuwe oliegevecht, dat vooral met geld, politiek en Arabische verdeeldheid heeft te maken, is de wens van Saoedi-Arabie en enkele andere OPEC-lidstaten om de 4,5 miljoen vaten ruwe olie (159 liter per vat) die tot het moment van de boycot van Irak en Koeweit door die twee landen werden geproduceerd, te compenseren. Strikt genomen is daar helemaal geen haast bij, want de olievoorraden in het Westen en Japan zijn nog nooit zo groot geweest als nu. Zonder problemen zouden de rijke consumerende landen met een wat lager niveau van olie-import de winter kunnen doorkomen.

Voor de vele ontwikkelingslanden die zelf geen olie hebben zouden dan wel problemen dreigen, maar die kunnen door de oliemaatschappijen worden opgelost door het verleggen van de aanvoerstromen.

Saoedi-Arabie staat onder druk van het Westen, vooral de Verenigde Staten die nu de veiligheid van het koninkrijk in de woestijn garanderen met een troepenmacht waarvan zelfs Sadam Hussein nerveus is geworden. De regeringen in Washington en Tokio kregen de afgelopen week al te horen dat de Saoedische olie-export naar de Verenigde Staten en Japan tijdelijk met vijftien procent zou worden beperkt omdat de raffinaderijen van Koeweit in West-Europa op korte termijn moeten worden bevoorraad. Daar kon president Bush moeilijk bezwaar tegen maken, want het past precies in zijn streven om de bezittingen van de Koeweitse regering in ballingschap te beschermen.

Tegelijk blijft de olieprijs onder de voordurende politieke en militaire crisissituatie stijgen. Sinds de invasie van Koeweit resulteert er nu, na alle dagelijkse schommelingen, een stijging van 40 procent. Vrijdag sloot de prijs voor de Amerikaanse olie West Texas Intermediate op de termijnmarkt in New York 1,27 dollar hoger op 28,63 dollar per vat. Dat is slecht voor de Amerikaanse economie en voor een grote olie-exporteur als Saoedi-Arabie, het belangrijkse lid van de OPEC. De Saoediers zijn gebaat bij een stabiele export tegen redelijke prijzen en dat is trouwens ook in het belang van de kleinere olieproducerende landen. Aanhoudende hoge prijzen zal in veel consumerende landen leiden tot vraagbeperkende maatregelen. Duurt die situatie lang genoeg, dan zal de olieprijs uiteindelijk verder dalen dan het niveau dat de OPEC als ideaal koestert: 21 dollar per vat.

Minister Nazer zette zaterdagavond zijn eis aan de OPEC-collega's kracht bij met zijn voorspelling dat de oliemarkt zonder een initiatief tot produktieverhoging over twee weken 'ge-destabiliseerd' zal zijn, 'niet door de werkelijke marktverhoudingen, maar door de agressie van Irak.'

In een interview met het Amerikaanse televisiestation CNN zei Nazer dat zijn land op korte termijn twee miljoen vaten olie per dag extra wil exporteren. Zijn Iraakse collega Issam Abdelrahim al-Chalabi verklaarde vrijdag nog dat een eenzijdig besluit van OPEC-leden om de produktie te verhogen door Bagdad beschouwd zal worden als een daad van agressie.

Los van deze retoriek heeft Nazer op een belangrijk formeel punt het gelijk aan zijn kant: tijdens de laatste OPEC-vergadering, eind juli in Geneve, werd voor het eerst overeengekomen dat individuele lidstaten van de organisatie hun produktie mogen verhogen als anderen onder hun quotum (maximum-hoeveelheid) blijven. Een overrompeling door Irak van Koeweit werd toen nog niet voorzien, en die afspraak werd dan ook om heel andere redenen gemaakt: er moest een eind komen aan de overproduktie door enkele landen (Koeweit en de Verenigde Emiraten). Dit compromis komt Saoedi-Arabie nu goed van pas. Nazer zei zaterdagavond dat de strategie van zijn land nu vooral gericht is op de ontwikkelingslanden die zich de enorme verhoging van de olieprijs niet kunnen veroorloven.

De Algerijnse voorzitter van de OPEC, olieminister Sadek Boussena, reageerde zaterdag nog afwijzend op het verzoek om een spoedvergadering van Saoedi-Arabie, dat wordt gesteund door de Verenigde Arabische Emiraten en Venezuela. Deze drie landen kunnen samen op korte termijn zorgen voor een verhoging van de olieproduktie met 3,5 miljoen vaten per dag. Andere OPEC-leden zouden dan op termijn het overblijvende tekort van 1 miljoen vaten per dag kunnen aanvullen.

Boussena wil dat de Westerse landen eerst hun grote voorraden inkrimpen eer de OPEC besluit de kranen verder open te draaien. Hij wil ook op tijdwinst spelen. Een spoedvergadering nu is 'riskant', meent Boussena en zou 'het uiteenvallen van OPEC kunnen betekenen'.

Of de OPEC-voorzitter dat gevaar kan keren zonder een spoedvergadering is gezien de houding van Saoedi-Arabie nu de vraag. Maar hij houdt zich aan de regel dat er pas een extra bijeenkomst komt als een meerderheid van de 13 lidstaten, zeven landen dus, daarom vraagt. Vooralsnog verzetten vier OPEC-leden: Irak, Iran, Indonesie en Nigeria zich openlijk tegen het verzoek van Saoedi-Arabie en zijn er twee medestanders.

Minister Nazer bevestigde dat Saoedi-Arabie zaterdag twee Iraakse olietankers die aan de olieterminal Mu'ajjiz bij de havenplaats Yanbu aan de Rode Zee olie uit eigen voorraad wilden laden, heeft teruggestuurd. De Iraakse opslagtanks aan de Rode Zee, aan het eind van de oliepijplijn door Saoedi-Arabie, zijn geheel gevuld, met 10 tot 11 miljoen vaten ruwe olie. Saoedi-Arabie zal de pijpleidingen gesloten houden en Iraakse tankers weren tot Saddam Hussein zich terugtrekt uit Koeweit, zei Nazer op zijn persconferentie.