Idee verplichte literatuurlijst roept weerstand op

ROTTERDAM, 20 aug. Belangenorganisaties van leraren en leerlingen wijzen het voorstel van enkele letterkundigen om eindexamenkandidaten van het HAVO en VWO 21 boeken uit de Nederlandse literatuur voor te schrijven, als 'betuttelend en 'overbodig' van de hand. Drie deskundigen op het gebied van de moderne letterkunde stellen dit voor om wat zij zien als 'gemeenschappelijk Nederlands cultuurgoed' over te dragen op elke HAVO- en VWO-scholier.

Voorzitter G. Moll van het Nederlands Genootschap van Leraren noemt het voorstel 'regelzuchtig'. Hij ziet geen enkele aanleiding voor een dergelijke maatregel. 'Uitzonderingen daargelaten functioneert de samenwerking tussen leraar en leerling bij de samenstelling van de literatuurlijst goed', aldus Moll.

Argumenten als zou de leerling nu teveel afhankelijk zijn van de willekeur van de leerkracht of te weinig van literatuur weten na het behalen van het schooldiploma, deelt Moll niet. Wel zou de overheid volgens hem centraal kunnen voorschrijven dat leerlingen verschillende boeken verspreid over alle perioden van de literatuurgeschiedenis gelezen moeten hebben voor hun lijst. Nu staat daar niets over in de wet. Op de meeste scholen is een dergelijke gang van zaken echter praktijk.

Voorzitter M. Maij van het Landelijk Aktie Komitee scholieren meent dat scholieren uitstekend in staat zijn zelf een verantwoorde keuze uit de Nederlandse literatuur te maken. Dat menige leerling kiest voor dunne of verfilmde boeken heeft volgens haar ook te maken met het onderwijsprogramma van sommige scholen. Deze confronteren de leerling te laat met de literatuurverplichtingen voor het schoolonderzoek. Door alle andere verplichtingen aan het einde van de schoolopleiding wordt deze dan wel gedwongen tot de keuze van boeken die niet al te veel tijd vergen, aldus Maij.