Golf en recessie

HEEFT SADDAM HUSSEIN, de onberekenbare in Bagdad, ingecalculeerd dat zijn overrompeling van Koeweit, en de kettingreactie die daarop volgde, wel eens een recessie in het Westen konden veroorzaken? Veel aanwijzingen voor deze veronderstelling zijn er niet, maar dat 's mans daden hun effect op de wereldeconomie zullen hebben, is inmiddels wel duidelijk.

Slachtoffers zijn niet in de eerste plaats de rijke Westerse landen, hoewel menig econoom waarschuwend zal wijzen op Amerika, waar, goed beschouwd, in veel staten de stagnatie al is begonnen. Het zijn toch vooral de zwakkere broeders die het nog slechter zullen krijgen door Saddams dadendrang. Oost-Europa, middenin een moeizaam en duur transformatieproces, ondervindt nu al de schade van de economische boycot van Irak, voorheen een belangrijk olieleverancier van Polen, Tsjechoslowakije, Roemenie en Hongarije. Betalingen voor geleverde diensten en goederen (vooral wapens) blijven uit; olie, hard nodig voor al die markteconomieen in wording, moet men elders en voor een hogere prijs betrekken.

Ook voor de ontwikkelingslanden, voorzover die niet zelf over olie beschikken, betekent het nieuws uit het Midden-Oosten alleen maar meer ellende thuis. Na de miljardenschulden, nog op geen stukken na afbetaald, nu een hogere olieprijs, stijgende rente, dalende exporten en inflatie.

Voor het Westen en Japan zou maar daarover verschillen de deskundigen van mening de Koeweit-crisis wel eens een einde kunnen maken aan een ongekend lange periode van economische voorspoed, de grote bloei van de jaren '80. Optimisten zeggen dat het zo'n vaart niet zal lopen. 't Zou een kwestie zijn van de bui laten overdrijven.

ER ZIJN INDERDAAD redenen om aan te nemen dat de schok minder hard zal zijn dan die van ruim zestien en ruim tien jaar geleden, toen de wereld na de eerste en de tweede oliecrisis snel weggleed in een recessie. Allereerst heeft het Westen grote strategische olievoorraden opgebouwd, veelal voldoende voor noodgebruik gedurende drie of vier maanden. Daarnaast worden nu, veel meer dan in 1973/'74 of 1979/'80, andere vormen van energie gebruikt en heeft energiebesparing, vooral in Europa en Japan, grote resultaten opgeleverd. Verder is de ooit zo machtige OPEC, nota bene in Bagdad opgericht, minder belangrijk geworden. In 1979 leverde dit kartel ongeveer de helft van de wereldvraag naar olie; nu nog maar eenderde. En voorts is de olieprijs de afgelopen weken niet verdrie- of verviervoudigd, maar 'slechts' verdubbeld. Tussen oktober 1973 en januari 1974 lieten de Arabische oliesjeiks de prijs per vat olie stijgen van drie tot dertien dollar een van de op economisch gebied ingrijpendste gebeurtenissen van deze eeuw. Ten tijde van de tweede oliecrisis, in 1979 veroorzaakt door Iran, steeg de prijs van dertien naar 39 dollar. Op dit moment wordt per vat circa 28 dollar betaald, tegen ongeveer 15 dollar in de week voor Saddam Koeweit bezette.

Een factor die eveneens tot enig optimisme aanleiding kan geven is het feit dat nu, meer dan voorheen, de financiele markten zich sneller en beter aanpassen aan schokken van buitenaf. De aandelenkrach van oktober 1987, aanvankelijk gezien als het omslagpunt voor de economie in de jaren '80, maakte zijn roep als onheilsbrenger niet waar. De markten herstelden zich en in de meeste OESO-landen ging de groei gewoon door. DE KANS IS, zo beschouwd, zeker aanwezig dat de schade op economisch gebied voor veel Westerse landen beperkt blijft. Toch bestaat er zoiets als een slechtst denkbaar scenario, en het kan geen kwaad daar nog even op te wijzen. Met de economie van de Verenigde Staten gaat het niet goed. Eigenlijk stond er al een recessie voor de deur en verhoging van de olieprijs wordt daar meteen vertaald in teruglopende investeringen. Een wankele Amerikaanse economie is niet alleen slecht voor president Bush, maar voor de hele wereld.

En wat zullen een hogere olieprijs, instabiliteit in het Midden-Oosten en misschien een recessie betekenen voor die andere economische reus de Bondsrepubliek? Voor West-Duitsland zou een economische crisis wel bijzonder ongelegen komen, nu langzamerhand de omvang van het failliet van de DDR zichtbaar wordt. De ijzersterke Westduitse industrie kan veel hebben, maar of ze de kosten van een peperdure vereniging en die van een crisis kan dragen? Dan zijn tot slot de spanningen in de Golf nog niet omgezet in regelrechte oorlogshandelingen. Gebeurt dat wel, dan is het nog maar de vraag of de markten, toch al nerveus, niet in een ongekende spiraal naar beneden raken. Verwijzen naar het wonder van '87 wel een krach, geen recessie heeft geen zin. Immers, om het met Schiller te zeggen, 'er gebeuren geen wonderen meer'.