Golf beheerst overleg over non-proliferatie

GENEVE, 20 aug. De crisis in de Golf zal voor een belangrijk deel de sfeer bepalen bij de vandaag geopende vierde toetsingsconferentie van het Non-Proliferatieverdrag. De drie direct bij het conflict betrokken staten, Irak, Koeweit en Saoedi-Arabie, zijn alle drie partij bij dit verdrag, afgekort NPV, dat zowel verticale als horizontale verspreiding van kernwapens aan banden legt. Israel, geen verdragstaat, kan een waterstofbom produceren, terwijl ook Irak beschikt over essentiele technische middelen voor het maken van de bom, waaronder gascentrifuges. Experts beschouwen beide landen in het conflictgebied derhalve als 'near-nuclear nations', nucleaire drempelstaten, zoals het heet in jargon.

Niet zozeer de vrees dat het conflict zal escaleren in een atoomoorlog (het gevaar hiervoor wordt vele malen kleiner geacht dan tijdens de totstandkoming van het NPV in 1970), alswel de diplomatieke neveneffecten ervan zullen het klimaat tijdens deze mammoetconferentie van honderd landen verstoren. VN-diplomaten vrezen dat politiek geharrewar in de plenaire zitting het voornaamste doel van de conferentie, een versteviging van het regime van het NPV, aan het oog zal onttrekken.

Zodra de Peruaanse VN-ambassadeur, Oswaldo de Rivero, vanmiddag voor het eerst de voorzittershamer hanteert, zal hij een knoop moeten doorhakken over deelneming van Koeweit aan de conferentie. Irak zal de vertegenwoordiging van Koeweit aanvechten, zoals dat ook gebeurde tijdens de Arabische top in Cairo. Naast de omstreden afvaardiging van Cambodja of Kampuchea, het land waarvoor het secretariaat veiligheidshalve tweemaal de naam heeft geregistreerd als partij bij het NPV, heeft de VN er dus een credentieprobleem bij.

Voor Derek Boothby, de flegmatieke directeur van het VN-ontwapeningsbureau in New York, is dit alles routine. 'Het is gebruikelijk dat politieke kwesties bij de onderhandelingen meespelen', zegt hij lakoniek, 'de conferentie speelt zich immers niet af in een vacuum. Vijf jaar geleden, tijdens de derde toetsingsconferentie, waren Irak en Iran met elkaar in oorlog.'

Hij wijst erop dat tijdens de drie vorige toetsingsconferenties politieke geschillen het bereiken van een consensus over de slotverklaring niet in de weg hebben gestaan.

In de slotverklaring van de derde toetsingsconferentie herhaalden de verdragstaten nog eens dat het NPV 'essentieel is voor internationale vrede en veiligheid', terwijl zij lippendienst bewezen aan de naleving en versterking van het verdrag. Nu, vijf jaar later en nog vijf jaar verwijderd van de beslissende vijfde review die een nieuwe termijn zal stellen voor verlenging van het NPV met wellicht opnieuw 25 jaar, dan wel voor langer of mogelijk zelfs voor onbepaalde tijd, hebben vooral landen die niet beschikken over kernwapens, de zogeheten have-not's, moeite met het verdrag.

De tegenstelling tussen beide groepen vormt het voornaamste geschilpunt tijdens de conferentie. De groep zonder kernwapens een overgrote meerderheid van de 141 verdragstaten beticht de atoommachten van discriminatie. Zij willen het NPV drastisch versterken, streven naar betere beheersing en grotere controle op de verspreiding, zowel verticaal als horizontaal, en verlangen uitgebreidere negatieve veiligheidsgaranties aangaande het gebruik van kernwapens. Zo heeft Nigeria een jaar geleden gevraagd aan de depositarissen van het verdrag, de VS, de Sovjet-Unie en Groot-Brittanie (Frankrijk en China zijn geen partij, hoewel zijzelf beweren te handelen in de geest van het NPV) om de niet-aanvalsgaranties voor kernwapens, die per kernmogendheid sterk verschillen, te harmoniseren.

Overdracht van technologie voor het gebruik van kernenergie voor vreedzame doeleinden is een ander, steeds terugkerend, netelig vraagstuk.

De have-not's beschuldigen de kernmachten ervan het niet zo nauw te nemen met hun verdragsverplichtingen. Invoering van nieuwe raketten, zoals de kruisraket die, uitgerust met kernkoppen, vanaf schepen of vliegtuigen kan worden gelanceerd, achten zij in strijd met het NPV. Het zal de beteugeling van de proliferatie frustreren. Op hun beurt houden deze landen zich zelf niet altijd even nauwgezet aan de verdragsbepalingen. Landen in conflictregio's, India en Pakistan bijvoorbeeld, begeven zich, militair gesterkt door respectievelijk de VS en de Sovjet-Unie, in regionale kernwapenwedlopen. Zij worden geen partij bij het verdrag zolang een oplossing van het conflict uitblijft. Andere VN-lidstaten ontduiken eenvoudigweg de bepalingen van het verdrag. Ook ontoereikende controle en het ontbreken van sancties verzwakken het NPV. Volgens deskundige Jozelf Goldblat van het Noorse International Peace Research Institute zou het toezichthoudend orgaan, het IAEA, het Internationaal Atoomenergie Agentschap in Wenen, grotere bevoegdheden moeten krijgen. Een financiele impuls voor het IAEA is onontbeerlijk, meent hij, daarin gesteund door IAEA-directeur Hans Blix.

Verdragstaten zouden de drempelnaties, waartoe behalve Israel ook Argentinie, Brazilie, India, Pakistan en Zuid-Afrika worden gerekend, moeten overreden het NPV te ondertekenen. Ook China en Frankrijk zouden daartoe moeten besluiten.

Alle verdragstaten zouden met het IAEA veiligheidsgaranties moeten overeenkomen en inspecties moeten toestaan. De invoering van een wapen-exportregime is wenselijk, mogelijk onder toezicht van de VN, terwijl ook een bestaand plan voor internationale opslagcontrole voor plutonium verder zou moeten worden uitgebreid tot toezicht op voorraden fusiemateriaal, dat geschikt is voor het aanmaken van kernwapens. Niet-gouvernementele organisaties, die ijverig lobby-werk verrichten in de wandelgangen van de conferentie, wijzen op de geplande vertienvoudiging van de aantallen plutoniumvluchten tussen Japan en West-Europa. Controlemogelijkheden schieten hier tekort, aldus deze NGO's, waaronder het Nederlandse IKV en Pax Christi. Ook bestaat de noodzaak, vinden zij, van aanvullende en bindende regimes, naast versterking van het bestaande non-proliferatie-regime. Over een ding zijn alle partijen het eens: zolang regionale geschillen de ambitie tot het aanmaken van eigen kernwapens vergroten, zoals in Zuid-Azie en in het Midden-Oosten, blijft onverkort het belang van een versterkt NPV van kracht.