Gijzelaarstrauma achtervolgt de VS

NEW YORK, 20 aug. Zijn de Verenigde Staten permanent verlamd door het gijzelaarstrauma? De Iraakse president Saddam Hussein, in het nauw gedreven door het internationale embargo tegen zijn land, lijkt daarvan uit te gaan en probeert daarom gebruik te maken van de buitenlanders in zijn land. Als het verleden zich herhaalt, zullen de komende weken hier weer een enorme landelijke discussie te zien geven over het lot van de gijzelaars.

Het is altijd gevaarlijk om de boodschapper de schuld te geven, maar de Amerikaanse media lijken op dit moment buiten alle proporties geobsedeerd door het gijzelaarsverhaal. Reportages over familieleden staan in talloze kranten, beelden van gele lintjes (symbool voor de gijzelaars in Iran in 1979/80) aan brievenbussen verschijnen in lokale en landelijke tv-programma's. In ieder praatprogramma wordt gedebatteerd over het feit dat de regering-Bush het woord 'gijzelaars' nog steeds niet heeft gebruikt.

Deskundigen die proberen het probleem in een context te plaatsen krijgen weinig kans. Toen Les Aspin, voorzitter van de Huiscommissie voor Defensie, gisteren in een televisie-programma zei: 'We moeten leren leven met het gijzelaarsprobleem, er zijn twee miljoen Amerikanen die buiten het land leven', werd hem meteen gevraagd of hij dus vond dat de gijzelaars maar opgegeven moeten worden.

Geen discussie

David Aaron, voormalig medewerker van de Nationale Veiligheidsraad, zei zaterdag op CNN: 'Helaas zullen de Amerikaanse media, en de wereldmedia, dit verhaal blijven volgen ten koste van wat volgens mij veel belangrijker is, namelijk een debat over waar we naar toe willen. De enige oplossing voor het probleem van de gevangenen, of de gijzelaars, of hoe je ze ook noemen wilt, is een oplossing voor het probleem van de regio. En er is geen echte discussie hoe die te bereiken.'

Zijn interviewer, Charles Bierbauer, kapte hem af met het argument dat dat niet het onderwerp van het programma was.

President Bush weigert het beladen woord 'gijzelaars' te gebruiken omdat dat woord nog steeds emotionele herinneringen oproept. Belangrijker is dat hij ook niet de namen heeft laten vrijgeven van de Amerikanen in Koeweit en Irak. Zo kan de pers niet op het spoor van familieleden komen, en het probleem 'een gezicht' geven.

Dat zal het dilemma niet doen verdwijnen. Les Aspin zei vrijdag: 'De steun voor het economische embargo is groot. De steun voor bescherming van Saoedi-Arabie is ook groot. Er is op dit moment geen steun voor een militaire invasie van Irak of van Koeweit, maar als Amerikaanse gijzelaars sterven denk ik dat dat snel zal veranderen.' Het probleem is natuurlijk: wat als hun geen haar wordt gekrenkt? Als Saddam Hussein hen rondom militaire installaties onderbrengt en verder in de watten legt kan president Bush moeilijk een oorlog beginnen als er geen andere aanleiding is.

Opties

Militaire actie door de Verenigde Staten lijkt onwaarschijnlijk, zeker op dit moment. Het land zou de fragiele Westerse en Arabische steun kunnen verliezen; bovendien zou zo'n aanval op dit moment waarschijnlijk onaanvaardbare verliezen opleveren. De Amerikanen zijn superieur in de lucht, maar er hoeft maar een chemische bom door te dringen en de verwoesting is enorm. Daarnaast zijn de honderd tanks op de grond geen partij voor de duizenden tanks van Irak. Pas over twee weken arriveren per schip extra tanks en zware infanterie.

Toch is van verschillende kanten al geopperd dat president Bush niet kan rusten tot Saddam Hussein zelf is verdwenen Irak zou anders immers een bedreiging blijven, zeker als het in de toekomst de beschikking krijgt over een kernbom.

Oud-adviseur voor de nationale veiligheid Zbigniew Brzezinski gelooft daar niet in. Hij zei gisteren in het programma Face the Nation dat de Verenigde Staten niet in hun eentje ieder land kunnen 'elimineren' dat dreigt kernwapens te maken. 'Ik hoop dat de president een heel duidelijk onderscheid maakt tussen belangen van de VS, die wij misschien helemaal op ons eentje moeten verdedigen, en belangen die gedeeld worden door de hele wereld en dus ook bevorderd moeten worden door de internationale gemeenschap', zei Brzezinski gisteren. 'De Verenigde Staten zullen desnoods in hun eentje Saoedi-Arabie moeten steunen en verdedigen. Het is een essentieel belang voor ons, omdat zij ons toegang geven tot redelijk geprijsde olie.'

'Irak uit Koeweit verdrijven is ook in ons belang, maar het is een belang dat wordt gedeeld met de internationale gemeenschap en we moeten niet voorop lopen, en evenmin de eerste schoten lossen om dat belang te beschermen. Als we dat doen, riskeren we een veel grotere explosie in het Midden-Oosten die voornamelijk zal worden gezien als een Amerikaans-Iraaks conflict.'

Dat zou Amerika de steun kosten van sommige Westeuropese landen, denkt Brzezinski, en vergroot de kans dat bevriende Arabische regeringen worden omvergeworpen door interne protesten.

Dan resten maar twee opties: de langzame economische verstikking van Irak, of onderhandelingen.

Een aantal waarnemers in Washington denkt dat president Bush, door zijn militante taal van vorige week, de diplomatieke weg heeft afgesneden. Hij noemde Saddam een leugenaar en vergeleek hem met Hitler. 'Je kunt niet iemand Hitler noemen en vervolgens met hem gaan onderhandelen', aldus Edward Luttwak, een militair analyst.

Ongemakkelijk

Rest: het economisch embargo, gekoppeld aan een lange aanwezigheid in Saoedi-Arabie ter ontmoediging van Saddam. Waarnemers als Les Aspin en Zbigniew Brzezinski geloven dat daarvoor steun is te vinden van de kiezers. Afgevaardigde Lee Hamilton uit Indiana weet het nog niet: 'De kiezers willen de president steunen, ze steunen de president, maar ze voelen zich er onbehaaglijk over', zei hij gisteren in een televisiegesprek. 'Ik denk dat de fundamentele vraag is: ze betwijfelen of ze wel willen dat Amerika de supermacht is, de leider. Ze willen eigenlijk wel de leider zijn, maar tegelijkertijd willen ze niet de last van het leiderschap dragen jonge mannen en vrouwen sturen, belastingen, en de rest. 'Het embargo, de aanwezigheid in Saoedi-Arabie en het probleem van de gijzelaars vergen allemaal geduld van de Amerikaanse regering, en de steun van het Amerikaanse volk. Of die er zal zijn, weet niemand. 'Als ik een ding heb geleerd in al die jaren, dan is het dat de geschiedenis zich niet herhaalt', bromde oud-CIA-directeur Richard Helms vorige week in een vraaggesprek. 'Ieder conflict is sui generis.' President Bush kan proberen die steun te verwerven door de doelstellingen uit te leggen. Zoals David Aaron al aangaf: als de doelen eenmaal bekend zijn, kan iedereen beslissen welke offers aanvaardbaar zijn.

President Bush zou vanavond een toespraak houden voor oud-strijders, een ideaal platform voor een oproep aan de natie.