Gevechten in woonoorden Zuid-Afrika laaien weer op

JOHANNESBURG, 20 aug. De bloedige gevechten in de zwarte woonoorden rondom Johannesburg zijn dit weekeinde doorgegaan ondanks de inzet van het Zuidafrikaanse leger om de strijdende partijen uit elkaar te houden. Volgens een woordvoerder van de politie zijn naar schatting vijftig mensen om het leven gekomen.

Het politieke geweld, in feite een voortzetting van de burgeroorlog in de provincie Natal, woedt vooral in de pensions waar migranten uit de thuislanden Transkei en Kwazulu wonen. Met stokken, speren en bijlen trekken aanhangers van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) en de Zulu-beweging Inkatha door de woonoorden om vermeende tegenstanders te vermoorden. In een week tijd zijn bijna 300 mensen op vaak gruwelijke wijze vermoord en ruim 2000 mensen gewond.

Zuidafrikaanse kranten doen een dringend beroep op ANC-leider Nelson Mandela en Zulu-leider Mangosuthu Buthulezi om bijeen te komen voor vredesoverleg. De gevechten vormen een bedreiging voor de hervormingen van president Frederik de Klerk die met zwarte groeperingen wil onderhandelen over een nieuwe grondwet.

De Klerk heeft vorige maand de noodtoestand in de meeste delen van het land opgeheven en het ANC heeft onlangs de 'gewapende strijd' opgeschort. Leden van Zuid-Afrika's veiligheidsapparaat pleiten ervoor de noodtoestand weer in te stellen, maar in dat geval zou het ANC de gewapende strijd weer opnemen zodat het proces van hervormingen afkalft.

De vraag wie met de gewelddadigheden is begonnen is niet te beantwoorden. Het is wel duidelijk dat de politieke strijd die de provincie Natal al jaren verscheurt zich nu uitbreidt over het hele land. In Natal woeden de gevechten tussen leden van Inkatha en het ANC dat na de vrijlating van Mandela een extra impuls heeft gekregen. Inkatha heeft daarop getracht de concurrentie van het ANC af te weren door zich om te vormen tot een politieke partij onder leiding van Zulu-leider Buthelezi. Deze Inkatha-partij zoekt ook steun buiten Natal de provincie waar de Zulu's wonen en is in de woonoorden rondom Johannesburg een campagne voor ledenwerving M onnen onder de gemigreerde Zulu-arbeiders. Acht dagen na de omvorming van Inkatha tot een politieke partij deden zich de eerste ongeregeldheden voor tussen aanhangers van het ANC en Inkatha in het woonoord Sebokeng. Daarbij kwamen dertig mensen om het leven. Eind juli waren er de eerste gevechten in Soweto en begin deze maand eveneens in het woonoord Kagiso bij Johannesburg, en in Ermelo in het oosten van de industrie-provincie Transvaal. Vorige week waren er vervolgens bloedige confrontaties in Thokoza, Kathelong en Vosloorus zodat de meeste zwarte woonoorden bij Johannesburg nu door politieke strijd worden verscheurd.

Het is ook opvallend dat de strijd zich concentreert bij de pensions waar veel arbeiders uit de thuislanden verblijven en de buurten waar krakers hun eerste onderdak zoeken. Deze krakersdelen van de woonoorden zijn bewoond door duizenden nieuwkomers die van het platteland komen om in de stad werk te zoeken. Het geweld treft met name de pensions en krakersbuurten terwijl de 'betere delen' van de woonoorden tot nu toe van het geweld verschoond zijn gebleven. Dit zou erop kunnen wijzen dat de strijd zich vooral afspeelt onder de analfabete nieuwkomers die nog sterk tribale wortels hebben. De urbanisatie bij Johannesburg heeft de afgelopen jaren immense vormen aangenomen door een combinatie van verdwijnende apartheid en de verarming van de thuislanden. Na afschaffing van de pasjeswet die de reisvrijheid van zwarten beperkte is een enorme stroom van zwarten naar de grote steden op gang gekomen. Zij vonden tijdelijk onderdak in zelfgemaakte hutjes maar kregen te maken met grote werkloosheid.

De pension voor migranten, doorgaans lange barakken waar de arbeiders in compartimenten wonen die naar stam zijn gescheiden, liggen vlak bij de plekken waar de krakers wonen. De werkloze krakers zien de migranten-arbeiders als de mensen die alle ongeschoolde banen voor zichzelf opeisen zodat zij nooit uitzicht op werk hebben. Volgens Loyd Vogelman van de Witwatersrand universiteit, directeur van een studieproject naar geweld, zijn veel van de migranten Zulu's uit de provincie Natal die een lange geschiedenis van politieke strijd achter de rug hebben. Inkatha probeert bij deze barakken Zulu's als leden te recruiteren, wat tot spanningen leidt met arbeiders die zich bij het ANC hebben aangesloten.

Volgens een woordvoerder van het ANC probeert Inkatha migranten te dwingen om zich bij de Zulu-partij aan te sluiten. Een woordvoerder van Inkatha spreekt deze beschuldiging tegen en zegt dat het ANC de ledenwerving van Inkatha wil torpederen omdat het geen concurrerende partij duldt. Het is echter onmogelijk om in het huidige klimaat van geweld de beschuldigingen te verificeren.

Volgens waarnemers in de woonoorden hebben met name de Zulu's zich in de pensions bewapend en militaire formaties gevormd de zogenoemde 'impies' die tegenstanders met bijlen en messen te lijf gaan. Zij maken vooral jacht op gemigreerde arbeiders van de Xhosa-stam, bij wie ze het lidmaatschap van het ANC vermoeden. Deze arbeiders vluchten naar de krakerswijken om zich er te verstoppen. In de krakerswijken Pholapark en Crossroads is het daarbij tot felle gevechten gekomen toen Zulu-strijders andere zwarten achtervolgden en hele delen van de krakerswijk in brand staken. De krakers sloegen op de vlucht waarbij velen in een nabijgelegen moeras zijn verdronken.

Aanhangers van het ANC hebben daarna de pensions van de Zulu's aangevallen met brandbommen en zelfgemaakte granaten. Bij de vergeldingsacties zijn mensen om het leven gebracht door 'necklace-moorden', waarbij het slachtoffer een autoband om de nek krijgt die is overgoten met benzine. Vervolgens wordt de band aangestoken. Het ANC beschuldigt de Zuidafrikaanse politie ervan de Zulu's te steunen. De politie wijst deze aantijging van de hand en zegt dat de regering de hulp heeft moeten inroepen van het leger om de gevechten te bestrijden. Mandela en de Zuidafrikaanse minister van wet en orde, Adriaan Vlok, traden vorige week gezamenlijk op tijdens een persconferentie om de bewoners van de zwarte woonoorden tot rust en kalmte op te roepen. Vlok heeft laten weten dat de gevechten op zo'n grote schaal plaatshebben dat de inzet van het leger noodzakelijk is geworden.

De tweede mogelijkheid is dat de regering toestemming kan verlenen aan een openbare school om te integreren als 90 procent van de ouders het daar mee eens is. Maar de blanke minister van onderwijs en cultuur, Piet Clase, heeft bepaald dat dan 'het karakter en de geest van de school niet mag veranderen'.