Christiaan Braun sluit Overholland; Museumdirecteur wars vancompromis

Over een karaktereigenschap van Christiaan Braun (50) zijn vriend en vijand het eens: zijn gedrevenheid. Hij stampte niet alleen een uniek museum voor werken op papier aan het Amsterdamse Museumplein uit de grond, hij realiseerde er ook vijftien tentoonstellingen van hoge kwaliteit. Maar ook wordt daar, door de meesten die met de eigenzinnige museumdirecteur te maken hadden, meteen de term 'moeilijk' aan toegevoegd.

Een dominante, eigengereide en compromisloze Don Quichotte. E. van Thijn, burgemeester van Amsterdam, vat zijn mening over Christiaan Braun in een vriendelijke formulering samen: 'Geniale personen zijn nu eenmaal nooit makkelijk in de omgang.' In het museum worden de zalen ontruimd van de (vooralsnog) laatste tentoonstelling van Museum Overholland, 'Black USA'. De directeur zetelt in de terraskamer aan de voorzijde op de tweede verdieping van het museum en excuseert zich voor de rommel, die met de liquidatie van zijn particulier initiatief samenhangt. Christiaan Braun is moe, zegt hij, de slepende procedures met de gemeente en de brand in zijn tweede huis aan de Vecht de dag voor de sluiting van het Museum op 29 juli hebben hem aangegrepen. Op zijn bureau ligt 'Het geheim van de ambtenaar' van Dick Houwaart; hij verzucht dat zijn strijd met de bureaucratie Kafkaiaanse vormen heeft aangenomen.

De museumdirecteur heeft altijd op het standpunt gestaan dat alle publiciteit het museum en de activiteiten aldaar moest betreffen; zijn persoonlijke antecedenten acht hij van ondergeschikt belang. Om die reden wees hij verzoeken voor foto's, vraaggesprekken met kranten en televisie stelselmatig af. Hij huldigt het standpunt, dat hij ongestoord in een cafe moet kunnen zitten, zonder als 'die man van Overholland' te worden herkend. Maar ook in zijn eigen museum schiep hij er genoegen in als anonieme kassier of portier zijn gasten te ontvangen, geheel conform zijn credo dat de bezoekers bij hem 'op ongedwongen huisbezoek' moesten zijn.

Jan Christiaan Braun bezocht na de middelbare school in Haarlem de Filmacademie te Amsterdam en legde zich toe op scenario en regie. Hij liep onder meer stage bij Herman van der Horst, de maker van veelgeprezen documentaire films. Een cineast is altijd afhankelijk van geldschieters en verhuurders van apparatuur, wist hij, dus zijn eerste doel was het verwerven van een eigen filmcamera.

Het was nog in zijn studietijd dat Braun min of meer toevallig bij de Lettergieterij Amsterdam kwam te werken, een bedrijf dat later overging in de drukpersgroothandel Buhrman-Tetteroide. Al snel verschoof zijn belangstelling voor de film naar die voor het fotografisch zetten, in die tijd nog een vrijwel onontgonnen terrein. Met zijn eigenwijs-gedecideerde optreden bracht de toen 23-jarige Braun het tot goed bezoldigd adviseur, twee jaar later zegde hij zijn baan bij Tetteroide op om een eigen letterzetmachine-handel op te zetten.

In Duitsland stond hij vervolgens bij de oude lettergieterij Berthold aan de basis van de ontwikkeling van de eerste fotografische zetmachine met een toetsenbord. De firma werd een toonaangevend producent van hoogwaardig fotozetwerk, waarvan Braun de alleen-vertegenwoordiging in verscheidene landen verwierf. In 1986 deed Braun de onderneming over aan zijn belangrijkste concurrent, de firma Wifac te Mijdrecht. Kort na de miljoenentransactie in februari 1987 opende hij de deuren van museum Overholland, verbouwd onder architectuur van Mels Crouwel (zoon van Wim Crouwel) en Jan Benthem. Uit die samenwerking is een vriendschap tussen Braun en de jonge Crouwel gegroeid. 'Hij benaderde ons aanvankelijk om het koetshuis van zijn huis Overholland in Nieuwersluis aan de Vecht te verbouwen', zegt Mels Crouwel. 'Van de restauratie van Overholland was hij al heel lang bezeten. In afwachting van de restauratie zou hij gaan wonen in een naburig huis dat nu dus is afgebrand. Ik heb altijd uitstekend contact met hem gehad, hij is altijd zijn afspraken nagekomen. Als Christiaan zijn zinnen ergens op heeft gezet, krijgt hij het voorelkaar. Waar hij ook over praat, zijn museum, zijn huis of zijn verzameling, hij weet altijd precies waar hij het over heeft.' Christiaan Braun huldigt het beginsel, dat wat hij 'dank zij de maatschappij verdiend' heeft, hij ook weer aan de gemeenschap moet teruggeven. Daarom verkocht hij een paar jaar voordat hij zijn onderneming aan Wifac overdeed zijn aandelen voor een gulden aan de Stichting Overholland, die een 'algemeen cultureel doel' nastreeft. Ook de opbrengst van Berthold ging in '86 in de stichtingskas.

Dat Braun een man met smaak is, blijkt alleen al uit een reeks fraai verzorgde catalogi. Voor iedere tentoonstelling liet hij een nieuwe huisstijl ontwerpen, de affiches die in de hal van het museum hangen vormen nu al een 'collector's item'. Al het drukwerk, zo blijkt uit een lovend artikel over de vormgeving van het museum in het blad 'Items', draagt het persoonlijke stempel van de museumdirecteur. Rob van Koningsbruggen, van wie Braun zeven schilderijen en veertig tekeningen in bezit heeft, zegt 'tweeslachtig' tegenover de verzamelaar te staan. Hij zou dit jaar nog in Overholland exposeren, maar door de sluiting van het museum gaat zijn tentoonstelling niet door. 'Dan weer mag ik hem graag, dan weer vind ik hem een boerelul', zegt Van Koningsbruggen. 'Wat mij ergert is, dat hij altijd roept dat hij op de achtergrond wil blijven, want het gaat om de kunstenaars. Maar het gaat bij hem net als bij sommige galeriehouders: na verloop van tijd zijn ze machtiger en beroemder dan de kunstenaars waar ze het allemaal aan te danken hebben. Het is een wolkenfietser, een fantast. Hij belooft veel dingen die hij niet nakomt. Dat niet in de krant of voor de televisie willen, maakt deel uit van zijn sluwheid. Als je zegt dat je geen interviews wil, dan komen ze juist.

'In het circuit van de galeriehouders zijn de meningen over Braun verdeeld. Enerzijds prijst men hem om zijn geestdriftig aankoopbeleid, anderzijds laat een galeriehouder die anoniem wenst te blijven de termen 'stiekem' en 'onbetrouwbaar' noteren. Wie een zakelijke affaire met Braun heeft, verduidelijkt hij zijn klacht, trekt meestal aan het kortste eind: omdat hij nooit iets schriftelijk bevestigt en nooit zelf de telefoon aanneemt zou men meestal geen been hebben om op te staan. Een andere anonimus, werkzaam op het stadhuis, stelt: 'Een gekke vent met een verbluffend goede smaak. Doet in zijn eentje wat anderen met een hele staf doen. Een 'loner'. Hij doet geen concessies als ie iets wil. Als hij iets in zijn kop heeft, zet hij door. Hij is gauw op zijn tenen getrapt. Kinderlijk; als hij iets niet krijgt wat hij wil, wordt hij narrig.' Het conflict met de gemeente Amsterdam spitst zich toe op drie punten: Braun zegt van de gemeente Amsterdam voor de opening van het museum toezeggingen te hebben gekregen dat er voor zijn museum en rond het nabij gelegen Van Gogh-museum en het Stedelijk Museum een 'wandelgebied' zou komen, dat er voor zijn deur geen 'kermisachtige toestanden' zouden worden aangericht en dat het gebouw in het bestemmingsplan een maatschappelijke functie zou krijgen.

Omdat de gemeente zich naar zijn overtuiging in de afgelopen vier jaar niet aan haar toezeggingen hield, besloot hij tot sluiting van het museum. Het feit dat tijdens de recente Van Gogh-tentoonstelling pal voor zijn deur een 'Van Gogh-village' zou verrijzen, was de druppel die de emmer deed overlopen. Hij spande dit voorjaar een kort geding tegen de gemeente aan, dat hij in eerste instantie verloor. Morgen probeert hij in hoger beroep alsnog zijn gelijk te halen. Het gaat er volgens hem dan om vast te stellen, of de burger aan toezeggingen van de overheid waarde mag toekennen, 'omdat particulier initiatief moet kunnen rekenen op de overheid als betrouwbare partner.' Burgemeester Van Thijn erkent dat in het verleden fouten zijn gemaakt: 'Het bezwaarschrift tegen de komst van het Van Gogh-village ging automatisch naar de stadsdeelraad. Het bereikte ons als stadsbestuur te laat, anders waren we misschien wat alerter geweest. Een bedrijfsongeval. Maar juist voor dat soort dingen heeft de heer Braun per definitie geen begrip, want dat is procedureel en ambtelijk. Hij had eigenlijk maar een hartewens: verschoond te blijven van ambtenarij, daar heeft hij een bloedhekel aan. Wij hebben niets meer te zeggen over de inrichting van openbare ruimten en bestemmingsplannen. De toezeggingen waar de heer Braun over spreekt zijn in rechte overgegaan naar de stadsdeelraad. Maar gelet op de bijzondere voorgeschiedenis denk ik dat de voorzitter van de stadsdeelraad-zuid er geen enkel bezwaar tegen heeft als ik als tussenpersoon blijf fungeren.'

Van Thijn hoopt vurig op heropening van het gesprek met de museumdirecteur en uiteindelijk ook op heropening van het museum: 'Persoonlijk konden wij altijd goed overweg. Maar ja, zoals hij wel in staat is een groots, hoogwaardig museum te runnen, zo ben ik niet in staat om in mijn eentje de stad te runnen. Maar we zijn nog altijd graag bereid hem tegemoet te komen. Na de uitspraak van het kort geding ben ik naar het museum gegaan, en heb daar een gebaar gemaakt dat niet voor tweeerlei uitleg vatbaar is. De heer Braun weet dat ik altijd en graag tot een gesprek bereid ben. Maar hij is wel degene die de opening moet maken.' In zijn kamer in museum Overholland wordt het langzaam schemerig. Braun: 'Het is de gemeente bekend dat wij nimmer enige voorwaarde hebben gesteld. Het enige dat wij verlangen, is de loyale nakoming van de gedane toezeggingen. Van Thijn weet precies wat hem te doen staat om museum Overholland weer open te krijgen: naar ons genoegen de drie knelpunten uit de wereld helpen. Dat hoef ik hem toch niet nog eens mondeling uit te leggen?'